- Arrest van 4 september 2013

04/09/2013 - P.13.0358.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een verzuim verliest zijn foutief karakter niet, alleen maar omdat het overeenstemt met algemeen gedrag; wie een beroepsfout begaat waarbij schade wordt veroorzaakt, kan geen rechtvaardigingsgrond putten uit het feit dat zijn collega's op dezelfde wijze te werk gaan als hijzelf.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0358.F

I. A. A.,

Mr. Adrien Masset, advocaat bij de balie te Verviers,

II. I. J.,

III. 1. DIENST VOOR GEBOORTE EN KINDERWELZIJN VAN DE FRANSE GEMEENSCHAP, instelling van openbaar nut,

Mr. Michèle Grégoire, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. Meester Frédéric HUART, advocaat, optredend in de hoedanigheid van lasthebber ad hoc van de voornoemde rechtspersoon,

cassatieberoepen tegen

1. P. C. e.a.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 22 januari 2013

De eisers A. A. en de Dienst voor Geboorte en Kinderwelzijn van de Franse Ge-meenschap voeren elk in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van A. A.

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de tegen haar ingestelde strafvordering

Het middel voert aan dat het arrest de artikelen 418 en 419 Strafwetboek schendt omdat het als een fout aanmerkt dat de eiseres heeft nagelaten een controle te ver-richten die, volgens haar verklaringen, binnen haar beroep nooit werd verricht.

In zoverre het middel het Hof verzoekt tot een onderzoek van feiten, is het niet ontvankelijk.

Een verzuim verliest zijn foutief karakter niet, alleen maar omdat het met de nor-male gang van zaken overeenstemt. Wie een beroepsfout begaat waarbij schade is veroorzaakt, kan geen rechtvaardigingsgrond putten uit het feit dat zijn collega's op dezelfde wijze te werk gaan als hijzelf.

Het arrest omschrijft de aan de eiseres ten laste gelegde fout als het feit dat ze slechts oppervlakkig het door haar te controleren materieel heeft geïnspecteerd, dat duidelijk gevaren vertoonde omdat het volgens de feitenrechters ging om een bed met een lattenbodem waarvan de latten te ver uit elkaar lagen, waarop een dunne en soepele matras lag die doorzakt onder het gewicht van een kind dat recht staat zonder op een van die latten te steunen.

De eiseres wordt verweten dat zij het bed niet grondiger heeft gecontroleerd. Gelet op de beschrijving van het bed, hebben de appelrechters dit kunnen aanmerken als een voorzorgsmaatregel die een normaal voorzichtig persoon in dezelfde omstandigheden zeker zou hebben genomen.

Die beslissing schendt noch de artikelen 418 en 419 Strafwetboek, noch de bepa-lingen betreffende de regels van de bewijslast in strafzaken.

Het middel kan dienaangaande niet worden aangenomen.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

C. Cassatieberoep van de Dienst voor Geboorte en Kinderwelzijn en van zijn lasthebber ad hoc

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de tegen de Dienst ingestelde strafvordering

Middel

Eerste onderdeel

Het is niet tegenstrijdig te oordelen dat, enerzijds, de fout van de Dienst voor Ge-boorte en Kinderwelzijn erin bestaat dat hij niet heeft nagegaan of het personeel van de opvangdiensten wel kennisgenomen had van de door de Dienst uitgegeven brochures en dat, anderzijds, dat verzuim niet kan verweten worden aan de admi-nistrateur-generaal van die Dienst, die pas na de erkenning van de kinderopvang-ster bij wie de feiten zijn gebeurd, in dienst is getreden.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

Volgens het arrest kon de Dienst voor Geboorte en Kinderwelzijn van de opvang-diensten een effectieve controle eisen van de door de kandidaat-kinderopvangster gebruikte bedden en daarvan een beschrijving eisen in het verslag waarop de er-kenning van de kandidate gebaseerd is.

De eiser voert aan dat de Dienst niet over de bevoegdheden beschikte die hij vol-gens die overweging van de feitenrechters had.

Weliswaar legt artikel 18 van het besluit van de Regering van de Franse Gemeen-schap van 27 februari 2003 houdende algemene reglementering inzake opvang-voorzieningen hen de verplichting op zich te houden aan de nadere regels van de Dienst voor Geboorte en Kinderwelzijn die door de Regering zijn goedgekeurd.

Het is evenwel niet nodig dat een voor de veiligheid van kinderen in opvangvoor-zieningen noodzakelijke richtlijn eerst door de Regering wordt goedgekeurd, om te kunnen oordelen dat het ontbreken van die richtlijn de algemene voorzichtig-heidsplicht heeft miskend die is vastgelegd in de artikelen 418 tot 420 Strafwet-boek.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

Het arrest verwijt de verantwoordelijke van de opvangdienst waar het overlijden heeft plaatsgevonden, dat ze het bed waarin het kind is gestikt niet daadwerkelijk heeft gecontroleerd.

In strijd met wat het middel aanvoert, blijkt uit die overweging niet dat het onge-val zich ook zou hebben voorgedaan indien de eiser de voorzorgen had genomen die hierboven in antwoord op de eerste twee onderdelen zijn vermeld.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van A. A. in zoverre het ge-richt is tegen de beslissingen over de door M. M., E. G., C. W. en C. W. tegen haar ingestelde burgerlijke rechtsvorderingen.

Verleent akte van de afstand van de cassatieberoepen van A. A. en de Dienst voor Geboorte en Kinderwelzijn, in zoverre ze gericht zijn tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen die door P. C., V. W., J.-M. C., C. D., S. C., C. C., V. C. en A. W. tegen hen zijn ingesteld, uitspraak doen over de omvang van de schade.

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van de Dienst voor Geboorte en Kinderwelzijn, in zoverre het gericht is tegen de beslissing over de door M. M. ingestelde burgerlijke rechtsvordering.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 4 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Beroepsfout waarbij schade is veroorzaakt

  • Algemeen gedrag binnen de beroepsgroep

  • Aansprakelijkheid

  • Gevolg

  • Rechtvaardigingsgrond