- Arrest van 4 september 2013

04/09/2013 - P.13.1454.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit het feit alleen dat de onderzoeksrechter tijdens zijn verslag in de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging heeft verwezen naar de vordering van de procureur des Konings of de verklaring van een andere partij, kan niet worden afgeleid dat de onderzoeksmagistraat in zijn onpartijdigheidsplicht tekort geschoten is; om daarin een grond van gewettigde verdenking te zien moet de aangeklaagde verwijzing nog, door haar voorwerp of draagwijdte, getuigen van een vooroordeel, een vooringenomenheid of een onvermogen van de magistraat om het evenwicht tussen de beschuldiging en de verdediging te bewaren.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1454.F

P. H.,

Mrs. Laurent Kennes, Olivier Klees en Sven Mary, advocaten bij de balie te Brus-sel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, correctionele kamer, van 25 juli 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Afdelingsvoorzitter Frédéric Close heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Uit het feit alleen dat de onderzoeksrechter tijdens zijn verslag in de raadkamer voor de regeling van de rechtspleging heeft verwezen naar de vordering van de procureur des Konings of de verklaring van een andere partij, kan niet worden af-geleid dat de onderzoeksmagistraat in zijn onpartijdigheidsplicht tekortgeschoten is. Om daarin een grond van gewettigde verdenking te zien moet de aangeklaagde verwijzing ook nog, door haar voorwerp of draagwijdte, getuigen van een voor-oordeel, een partijdigheid of een onvermogen van de magistraat om het evenwicht tussen de beschuldiging en de verdediging te bewaren.

Het arrest oordeelt dat de eiser, die het bewijs of een begin van bewijs dient te le-veren van de door hem aangevoerde wrakingsgrond, de bewoordingen van de door de onderzoeksmagistraat gemaakte verwijzing evenals het voorwerp ervan en de context waarin ze werd geformuleerd, slechts op onduidelijke en onbestendige wijze omschrijft.

Het hof van beroep antwoordt aldus op de conclusie van de eiser en verantwoordt zijn beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Het middel voert de miskenning aan van het recht op wapengelijkheid, op grond dat de inverdenkinggestelde niet over dezelfde mogelijkheden beschikt als het openbaar ministerie om de werkelijkheid van de op de rechtszitting afgelegde ver-klaringen aan te tonen.

Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel van de wapengelijkheid dat zich zou on-derscheiden van de rechtsbeginselen van de eerbiediging van het recht van verde-diging en het recht op een eerlijk proces.

Voor het overige staat het aan de rechter en niet aan het openbaar ministerie om te beslissen of verklaringen al dan niet in het proces-verbaal van de rechtszitting worden opgetekend.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 4 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafzaken

  • Onderzoeksrechter

  • Regeling van de rechtspleging

  • Verslag in de raadkamer

  • Onpartijdigheidsplicht

  • Gewettigde verdenking