- Arrest van 5 september 2013

05/09/2013 - C.12.0445.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vraag of een partij aanspraak kan maken op de vergoeding door een andere partij van door haar geleden individuele schade, heeft betrekking op een subjectief recht; het onderzoek naar het bestaan en de draagwijdte van het subjectief recht betreft niet de ontvankelijkheid, maar de gegrondheid van de vordering (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0445.N

1. D.,

2. D.,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eisers woon-plaats kiezen,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de verweerder woonplaats kiest,

in aanwezigheid van

1. R.,

2. Dirk VAN COPPENOLLE, advocaat, met kantoor te 3520 Zonhoven, Be-verzakbroekweg 97, in zijn hoedanigheid van curator van het faillissement van Axtron Group nv.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 10 mei 2012.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 15 april 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Ontvankelijkheid

1. De verweerder voert een grond van niet-ontvankelijkheid aan: de beslissing van de appelrechters dat de verweerder geen collectieve schade, maar individuele schade heeft geleden, betreft een onaantastbare feitelijke beoordeling.

2. Hoewel het bestaan van collectieve en individuele schade een feitelijke be-oordeling is die voor het Hof niet kan worden aangevochten, gaat het Hof na of de rechter de begrippen collectieve en individuele schade niet miskent.

Het middel komt op tegen de beslissing van de appelrechters dat de onbetaald ge-bleven bedrijfsvoorheffing dient te worden aangemerkt als individuele schade van de verweerder.

De grond van niet-ontvankelijkheid moet worden verworpen.

Gegrondheid

3. De vraag of de verweerder aanspraak kan maken op de vergoeding door de eisers van door hem geleden individuele schade, heeft betrekking op een subjec-tief recht. Het onderzoek naar het bestaan en de draagwijdte van het subjectief recht, betreft niet de ontvankelijkheid, maar de gegrondheid van de vordering.

In zoverre het onderdeel de schending van artikel 17 Gerechtelijk Wetboek aan-voert, faalt het naar recht.

4. De algemene opdracht van de curator bestaat erin de activa van de gefail-leerde te gelde te maken en het provenu te verdelen.

Wanneer de curator namens de boedel optreedt, oefent hij de gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers uit.

De gemeenschappelijke rechten van de schuldeisers zijn de rechten die voort-vloeien uit de schade aan de boedel ten gevolge van de fout van wie ook, waar-door het passief van het faillissement wordt vermeerderd, het actief wordt ver-minderd, of het actief dat ter beschikking moest staan van de schuldeisers niet ef-fectief voorhanden is in de boedel.

5. Het faillissement van de schuldenaar staat er niet aan in de weg dat een schuldeiser vergoeding vordert van een derde door wiens fout schade is ontstaan die hem alleen treft.

6. De fout van een bestuurder of een zaakvoerder met betrekking tot het niet doorstorten van de bedrijfsvoorheffing door de vennootschap kan individuele schade opleveren voor de fiscus die erin bestaat dat de bedrijfsvoorheffing niet kan worden geïnd bij de vennootschap.

7. Uit het arrest blijkt dat:

- de vennootschappen sinds het eerste kwartaal van 2004 tot hun faillietverkla-ring stelselmatig nalieten de bedrijfsvoorheffingen te betalen, verschuldigd voor een periode variërend van 17 maanden (Axtron Fire & Safety Consulting) tot 30 maanden (Axon Environmental Consulting en Axtron Geoconsulting);

- de eisers in deze periode de bedrijvigheid van de vennootschappen hebben voortgezet;

- de eisers een foutieve keuze hebben gemaakt door de bedrijfsactiviteit voort te zetten en de lonen en bezoldigingen, basis van de oplopende schulden inzake bedrijfsvoorheffing, te blijven betalen of toe te kennen;

- het aan de verweerder niet kan worden verweten in mei 2004 betalingsfacilitei-ten te hebben toegestaan.

8. De appelrechters die aldus oordelen dat enkel de fiscus, de verweerder, die noch de aanzuivering van het passief, noch het herstel van het actief van de boe-dels vraagt, maar enkel de vergoeding vordert voor de onbetaald gebleven be-drijfsvoorheffingen, "er zich [kan op] beroepen dat de bestuurders (...), naar ge-lang van de concrete omstandigheden, een fout hebben begaan door de (...) ven-nootschappen de belastingen niet te hebben doen betalen" en dat "deze fout geen collectieve schade (...) [heeft] doen ontstaan, maar een individuele schade waar-voor alleen [de verweerder] vergoeding kan vorderen", schenden geen van de an-dere aangevoerde wetsbepalingen.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

9. De appelrechters oordelen dat "het feit dat de faillissementen nog niet geslo-ten werden de beoordeling van deze eis (...) niet [belet]", en dat "geen aandeel in een collectieve schade op die rechtsgrond [wordt] gevorderd zodat [de verweer-der] een subjectief recht aantoont om nog voor het afsluiten van de faillissementen in kwestie vergoeding van de aansprakelijke derden te vorderen".

Door aldus te oordelen verwerpen en beantwoorden de appelrechters het bedoelde verweer.

Het onderdeel mist feitelijke grondslag.

Derde onderdeel

10. De eisers voeren aan dat de appelrechters artikel 1382 Burgerlijk Wetboek schenden doordat zij de eisers hebben veroordeeld tot de betaling van het totale bedrag van de onbetaalde bedrijfsvoorheffing, hoewel nog niet gekend was of en voor welk bedrag de verweerder een dividend uit de faillissementen zou ontvan-gen, waardoor zijn schade nog niet vaststaand en zeker was.

11. De omstandigheid dat het onzeker is of een schuldeiser een dividend zal ontvangen uit het faillissement sluit niet uit dat hij jegens een derde aanspraak kan maken op de volledige vergoeding van zijn individuele schade.

12. De appelrechters die oordelen dat de verweerder aanspraak kan maken op de vergoeding van de individuele schade ten gevolge van de fout van de eisers waardoor de bedrijfsvoorheffing verschuldigd door de vennootschappen onbetaald is gebleven en dat "het feit dat de faillissementen nog niet gesloten werden de beoordeling van deze eis [niet belet]", verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 674,55 euro en voor de verweerder op 370,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, de afdelingsvoorzitters Eric Stassijns en Albert Fettweis, en de raadsheren Beatrijs Deconinck en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 5 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman B. Deconinck

A. Fettweis E. Stassijns

E. Dirix

Vrije woorden

  • Burgerlijke zaken

  • Partij die vergoeding vordert van individuele schade

  • Aard