- Arrest van 6 september 2013

06/09/2013 - F.12.0166.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 46, §§1 en 6, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen volgt dat een schuldeiser die op een behoorlijke wijze in kennis is gesteld van de aan zijn schuldvordering toegekende hoedanigheid van gewone schuldvordering in de opschorting en zich ervan onthoudt die hoedanigheid te betwisten door gebruik te maken van de procedure uit het voormelde artikel 46, wordt verondersteld met die hoedanigheid akkoord te zijn gegaan (1). (1) Zie concl. OM in Pas., 2013, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0166.F

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

WILLOU bvba.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 28 juni 2012.

Advocaat-generaal André Henkes heeft op 22 juli 2013 een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal André Henkes heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Eerste onderdeel

Volgens artikel 17, § 2, 7°, van de wet van 31 januari 2009 betreffende de conti-nuïteit van de ondernemingen moet de schuldenaar die het openen van een proce-dure van gerechtelijke reorganisatie aanvraagt, bij het verzoekschrift dat hij daar-toe aan de rechtbank richt, een volledige lijst van de erkende of beweerde schuldeisers in de opschorting toevoegen, met vermelding van hun naam, hun adres, het bedrag van hun schuldvordering, en met de bijzondere vermelding van de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting.

Krachtens artikel 46, § 1 en 6, van dezelfde wet kan elke schuldeiser in de op-schorting die het bedrag of de hoedanigheid van de door de schuldenaar vermelde schuldvordering betwist, in geval van voortdurende onenigheid met de schul-denaar, de betwisting voor de rechtbank brengen die de procedure van gerechtelij-ke reorganisatie heeft geopend, overeenkomstig de artikelen 700 tot 1024 van het Gerechtelijk Wetboek, en verbetert of vervolledigt de schuldenaar in voorkomend geval de in artikel 17, § 2, 7°, van de wet bedoelde lijst van schuldeisers en legt ze ter griffie neer ten laatste acht dagen vóór de in artikel 54 bepaalde rechtszitting.

Uit die bepaling volgt dat een schuldeiser die op een behoorlijke wijze in kennis is gesteld van de aan zijn schuldvordering toegekende hoedanigheid van gewone schuldvordering in de opschorting en zich ervan onthoudt die hoedanigheid te be-twisten door gebruik te maken van de procedure uit het voormelde artikel 46, ver-ondersteld wordt met die hoedanigheid akkoord te zijn gegaan.

Hoewel de geactualiseerde lijst van de schuldeisers, die met het oog op de verga-dering van de schuldeisers van 31 januari 2012 in het dossier van de rechtspleging is neergelegd op 19 januari 2012, de hoedanigheid van buitengewone schuldeiser in de opschorting van de vennootschap Axa niet vermeldt en uit de stukken waar-op het Hof vermag acht te slaan niet blijkt dat die vennootschap haar hoedanig-heid achteraf zou hebben betwist, beslist het arrest dat die vennootschap een "bui-tengewone schuldeiser in de opschorting is, aangezien een hypotheek in haar voordeel op de onroerende goederen van de echtgenoten B.-B. is genomen (reor-ganisatieplan, p. 4)".

Het arrest, dat om die redenen aan de vennootschap Axa ambtshalve de hoedanig-heid van buitengewone schuldeiser toekent, schendt de voormelde wettelijke be-palingen.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

Er bestaat geen grond tot onderzoek van het tweede onderdeel van het eerste mid-del of van de andere middelen, die niet kunnen leiden tot ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, behalve in zoverre dat arrest het hoger beroep ont-vankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Didier Batselé, Martine Regout, Michel Lemal en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 6 sep-tember 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezig-heid van advocaat-generaal André Henkes, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Continuïteit van de ondernemingen

  • Schuldeiser

  • Gewone schuldvordering in de opschorting

  • Betwisting

  • Onthouding