- Arrest van 11 september 2013

11/09/2013 - P.13.0351.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0351.F

D. M.,

Mr. Juan Castiaux, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Brussel van 11 januari 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De eiser voert aan dat het vonnis de bewijskracht van de akten miskent door te vermelden dat de verbalisanten het goedkeuringsnummer hebben genoteerd van de radar waarmee de feiten zijn vastgesteld, terwijl dat niet in het proces-verbaal is vermeld.

Het vonnis zet uiteen dat het proces-verbaal van vaststelling van de snelheidsover-treding het type camera, het serienummer, het certificatienummer en de geldig-heidsdatum van de gebruikte camera vermeldt, het erkenningsnummer van de operator alsook de overeenstemming van de goedkeuring en de homologatie van het toestel met het koninklijk besluit van 12 oktober 2010.

Aangezien het proces-verbaal het certificatienummer van de gebruikte radar ver-meldde, met de vaststelling dat de verbalisanten het goedkeuringsnummer van dat toestel geldig hebben vastgesteld, geven de appelrechters van die akte geen uit-legging die onverenigbaar is met de bewoordingen ervan.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

De eiser verwijt de appelrechters dat ze niet op zijn conclusie hebben geantwoord, waarin hij aanvoert dat de verbalisanten niet zelf hadden vastgesteld dat het toe-stel was goedgekeurd en evenmin dat die goedkeuring in overeenstemming was met het koninklijk besluit van 12 oktober 2010.

Op dat verweer antwoordt het vonnis dat die "behoorlijk vastgestelde" homologa-tie door geen enkel gegeven in twijfel kon worden getrokken. Het verduidelijkt vervolgens dat die vermelding inhoudt dat dit materieel bestanddeel door de ver-baliserende agent was vastgesteld.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Tweede onderdeel

De vaststelling van de goedkeuring van een toestel voor het meten van snelheid, in overeenstemming met het koninklijk besluit dat de regels daarvan bepaalt, maakt deel uit van de door de verbaliserende agent te verrichten materiële vaststellingen en heeft de bewijswaarde die in artikel 62 Wegverkeerswet is bepaald.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Derde middel

Het middel voert miskenning aan van de regels van de bewijslast in strafzaken en het recht van verdediging. De eiser heeft voor de correctionele rechtbank de gel-digheid van het bewijs van de snelheidsovertreding betwist, op grond dat het pro-ces-verbaal met betrekking tot de gebruikte radar alleen de vermelding bevatte "goedgekeurd in overeenstemming met het koninklijk besluit van 12 oktober 2010" en dat die informatie niet werd gestaafd door de vermelding van een goed-keuringsnummer. Hij heeft daaruit afgeleid dat het dus aan het openbaar ministe-rie stond om het goedkeuringscertificaat over te leggen.

De appelrechters oordelen dat de geldigheid van de homologatie van dat toestel behoorlijk door de verbalisanten was vastgesteld.

Aangezien niet naar recht vereist is dat, opdat het proces-verbaal waarin de goed-keuring van het gebruikte radar is vermeld bijzondere bewijswaarde zou hebben, het dossier het goedkeuringscertificaat van die radar moet bevatten, kan uit het ontbreken van dat certificaat geen miskenning van het recht van verdediging wor-den afgeleid.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing over de strafvordering

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 11 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden