- Arrest van 16 september 2013

16/09/2013 - S.07.0031.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De uit een richtlijn voortvloeiende verplichting van de lidstaten om het resultaat ervan te bereiken en ook hun plicht om, krachtens artikel 10 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, in de versie geconsolideerd te Amsterdam op 2 oktober 1997, alle algemene of bijzondere maatregelen te treffen welke geschikt zijn om de nakoming van die verplichting te verzekeren, gelden voor alle overheden van de lidstaten, met inbegrip, in het raam van hun bevoegdheden, van de rechtsprekende overheden die het nationale recht zoveel mogelijk moeten uitleggen in het licht van de tekst en het oogmerk van de richtlijn om het door haar beoogde resultaat te bereiken en zich aldus te conformeren aan artikel 249, derde lid, van het Verdrag (1)(2). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. ... (2) Art. 249, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap in de versie geconsolideerd te Amsterdam op 2 oktober 1997, te dezen van toepassing, thans artikel 288, derde lid, van het Verdrag over de werking van de Unie.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.07.0031.F

OSWALD DE BRUYCKER nv,

Mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. L. D.,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. Frans DE ROY, advocaat, als curator van het faillissement van General Trading & Distribution Belgium nv.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Luik, afdeling Namen, van 27 juni 2006.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 28 augustus 2013 een conclusie ter griffie neergelegd.

Voorzitter Christian Storck heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert vier middelen aan die luiden als volgt :

Eerste middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 1, 1°, en commentaar (vervangen bij artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32quinquies van 13 maart 2002, bindend verklaard bij het koninklijk besluit van 14 maart 2002), 2, 3° en 4°, 6 (gewijzigd bij artikel 4 van voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32quinquies), 7 en 8 (ver-vangen bij artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32quater van 19 december 1989, bindend verklaard bij het koninklijk besluit van 6 maart 1990) van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement, bindend verklaard bij het koninklijk besluit van 25 juli 1985 ;

- artikel 249 van het Verdrag, gesloten te Rome op 25 maart 1957, tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, in de geconsolideerde versie in werking getreden sinds de wijziging en nieuwe nummering bij het Verdrag van Amsterdam van 2 oktober 1997 houdende wijziging van het Verdrag betreffende de Europese Unie, de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen en sommige samenhangende akten, goedgekeurd bij de wet van 10 augustus 1998 ;

- de artikelen 39 en 101 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten ;

- de artikelen 38, 39 en 46 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers.

Aangevochten beslissingen

Het arrest, dat uitspraak doet over de vordering van de eerste verweerder tegen de eiseres om laatstgenoemde hoofdelijk met de tweede verweerder te doen veroordelen tot betaling van verschillende bedragen, verklaart het hoofdberoep van de eiseres slechts zeer gedeeltelijk gegrond, bevestigt het beroepen vonnis onder voorbehoud van de het arrest opgesomde wijzigingen en veroordeelt de eiseres en de tweede verweerder in solidum tot betaling, aan de eerste verweerder, van een compenserende opzeggingsvergoeding, een uitwinningsvergoeding, vakantiegeld bij uitdiensttreding, achterstallige commissies en terugbetalingen van kosten, om de volgende redenen:

"6.2. De overgang van ondernemingen

In rechte

[...] Het begrip overgang krachtens overeenkomst

Een overgang krachtens overeenkomst vereist geen geschreven overeenkomst [...], en evenmin een overeenkomst tussen de vervreemder en de verkrijger [...]. De overeenkomst moet dus niet gezien worden in de burgerrechtelijke betekenis van het begrip, zoals de eiseres onterecht betoogt;

Zoals hierboven wordt aangegeven, kan een verkoopconcessie die aan een concessiehouder ontnomen is om aan een andere te worden toegekend een overgang krachtens overeenkomst zijn, zelfs zonder overdracht van activabestanddelen [...]. Het Hof van Justitie heeft in dit opzicht duidelijk beklemtoond dat het aan het begrip van overgang krachtens overeenkomst ‘daarom een uitlegging gegeven heeft die ruim genoeg is om het doel van de richtlijn - bescherming van de werknemers bij overdracht van hun onderneming - tot zijn recht te doen komen. Het bepaalde, dat de richtlijn van toepassing is telkens wanneer in het kader van de contractuele betrekkingen een wijziging plaats vindt in de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de exploitatie van de onderneming en als werkgever verplichtingen aangaat ten opzichte van de werknemers van de onderneming ', in zoverre ‘il ressort de cette jurisprudence que, pour que la directive s'applique, il n'est pas nécessaire qu'il existe des relations contractuelles directes entre le cédant et le cessionnaire. Par conséquent, lorsqu'il est mis fin à une concession de vente de véhicules automobiles avec une première entreprise et qu'une nouvelle concession de vente est attribuée à une autre entreprise qui poursuit les mêmes activités, le transfert d'entreprise résulte d'une cession conventionnelle au sens de la directive, telle qu'elle est interprétée par la Cour'; (uit die rechtspraak blijkt dat rechtstreekse betrekkingen tussen de ver-vreemder en de verkrijger niet noodzakelijk zijn opdat de richtlijn toepassing kan vinden. Wanneer bijgevolg een verkoopconcessie van motorvoertuigen met een eerste onderneming wordt beëindigd en een nieuwe verkoopconcessie wordt toegekend aan een andere onderneming die dezelfde activiteiten voortzet, spruit de overgang van onderneming voort uit een cessie krachtens overeenkomst in de zin van de richtlijn, zoals het Hof die heeft uitgelegd; (vertaling))

Dat arrest van het Hof van Justitie, dat specifiek is voor een wijziging van concessiehouder, ligt in de lijn van voorgaande [...] en latere [...] arresten ;

Het feit dat de meerderheid van de tewerkgestelde werknemers ontslagen werden (zonder opnieuw te zijn aangeworven) volstaat niet om de toepassing van de richt-lijn uit te sluiten [...]. Bovendien kan de schending van de richtlijn het bestaan van een overgang in de zin van de richtlijn niet ter discussie stellen [...] ;

Te dezen

De feiten

De naamloze vennootschap O. & K. was een vennootschap die van O. & K. AG, met zetel in Duitsland, een concessie van alleenverkoop voor de verkoop van haar producten (weg- en waterbouwmaterieel) had verkregen. Die vennootschap werd opgericht door de groep Luyckx, die in België op haar beurt andere soortgelijke producten vertegenwoordigt waaronder Fiat en Hitachi ;

In 2002 stopt de samenwerking tussen de merken Fiat en Hitachi en de groep Luyckx sluit een concessie van alleenverkoop met Hitachi, waardoor die de verkoop van de producten O. & K. die haar filiaal vertegenwoordigt, beëindigd wordt. De vennootschap O. & K. (Belgium) gaat op 24 februari 2003 in vereffening, waardoor de concessieovereenkomst die met de vennootschap naar Duits recht, O. & K. AG, volgens de overeenkomst van de partijen gesloten was, beëindigd wordt;

Die vennootschap sluit dan een overeenkomst van concessie van alleenverkoop met de eiseres, die nochtans zelf andere merken van hetzelfde materieel vertegenwoordigt. Sindsdien verkoopt de eiseres het materieel O. & K. en staat ze sinds 1 maart 2003 in voor het onderhoud van de weg- en waterbouwmachines van dat merk. De eiseres en de firma Luyckx zijn dus concurrerende bedrijven ;

Nadat de vennootschap O. & K. in vereffening is gegaan, oefent zij geen enkele activiteit meer uit, staat zij zelfs niet in voor het onderhoud van de door haar verkochte weg- en waterbouwmachines ;

De vereffenaar heeft steeds betoogd dat er geen overdracht van activabestanddelen is geweest ;

De eiseres concludeert in dezelfde zin ;

De tweede verweerder, van zijn kant, wijst in zijn conclusie op het volgende:

1. Meerdere maanden vóór het faillissement (lees: vereffening) heeft de eiseres aan haar klanten laten weten dat zij de activiteiten van de vennootschap O. & K. Belgium ging overnemen. Juister zou zijn te schrijven dat zij de producten van het gamma O. & K. ging verkopen ;

2. De meeste personeelsleden werden overgenomen (weliswaar slechts zes van de zestien) na afloop van een vergadering in de lokalen van de onderneming O. & K. te Machelen. Tijdens die vergadering van 10 februari heeft de directie het personeel meegedeeld dat de eiseres het geheel ging overnemen en dat al het personeel in dienst zou blijven. Er wordt niet beweerd dat personeelsleden van de vennootschap van de eiseres op die vergadering aanwezig waren;

3. De eiseres heeft alle technische informatie en klantendossiers in handen gekregen, onder meer dankzij M. D., die dossiers en kasten van de ene vennootschap naar de andere heeft overgebracht. Hij zal op de zitting eraan toevoegen dat, bij zijn indiensttreding, de vennootschap een lege doos was. De eiseres betwist dat feit en houdt staande noch een overeenkomst, noch een klantenlijst, noch enige stock te hebben ontvangen ;

4. Dankzij de dossiers die de in vereffening gegane vennootschap heeft voorbereid en besproken, heeft de eiseres zelfs aan vele klanten (die zij opsomt) machines kunnen verkopen. Het bewijs van die bewering wordt slechts ontkracht door het feit dat de eiseres pas na 1 maart 2003 de offertes verstuurd en de bestellingen gedaan heeft;

5. Op 27 en 28 februari 2003 heeft een informaticus van de eiseres zich gemeld op de zetel van de vennootschap O. & K. (Belgium) om de 'link' tot stand te brengen tussen de twee ondernemingen (O. & K. Belgium en de firma in Duitsland) en met de eiseres te Oostende, na afloop waarvan de verbinding tussen de Belgische en Duitse firma's van O. & K. verbroken werd. De eiseres betwist dat en het feit is niet bewezen ;

6. Alle telefoon- en telefaxlijnen werden vanaf maandag 3 maart 2003 omgeleid naar de Oostendse zetel van de eiseres. Ook dat feit wordt door de eiseres betwist en niet verder bewezen;

Beoordeling in het licht van het begrip overgang van ondernemingen

Er is opgemerkt dat het bestaan van een overeenkomst tussen de vervreemder en de verkrijger niet vereist is en er geen gerechtelijke band tussen de ondernemingen hoeft te zijn;

De rechtspraak van het Hof van Justitie bij een wijziging van houder van een concessie van alleenverkoop is zeer duidelijk: geen enkele andere overdracht van activabestanddelen dan die van het merk is vereist. Het maakt dus niet uit of het personeel of het klantenbestand al dan niet werd overgenomen, enz. : het is voldoende vast te stellen dat dezelfde economische activiteit is voortgezet in dezelfde geografische sector (heel België: cf. bijlage B van de concessieovereenkomst), ook als de zetel van de onderneming gewijzigd is ;

Er is dus wel degelijk sprake van overgang van onderneming krachtens overeen-komst in de zin van de richtlijn. De verkoopconcessie van weg- en waterbouwmaterieel moet opgenomen worden in die van motorvoertuigen ;

Men moet dus niet verder nagaan of er, buiten de wijziging van concessiehouder, andere activabestanddelen aan de eiseres werden overgedragen ;

Bovendien blijkt het volgende uit de aan het arbeidshof voorgelegde elementen:

- het personeel van de vennootschap O. & K. Belgium was al sinds begin februari op de hoogte van de nakende cessie en ervan verwittigd dat het door de eiseres zou worden overgenomen, ook al had de eiseres die informatie niet zelf verstrekt ;

- de vereffening op 25 februari 2003 had enkel tot doel de concessie van alleen-verkoop te beëindigen omdat zij krachtens de overeenkomst de concessie beëindigt;

- daags na de vereffening bereiken de eiseres en de Duitse firma een akkoord over een concessieovereenkomst die zij op 1 maart doen ingaan;

- het ontslag van de eerste verweerder ging gepaard met een opzeggingstermijn die moest worden uitgevoerd, hetgeen hij onmogelijk kon doen aangezien de dan failliete vennootschap geen enkele activiteit meer had en hij zich voorts niet meer kon voordoen als de concessiehouder van het merk O. & K. ; door de stopzetting van de activiteiten en het niet overdragen van het personeel is de opzeggingstermijn ingegaan en vroegtijdig verbroken. De eiseres is dus aansprakelijk;

- de eiseres heeft meerdere personeelsleden in dienst genomen (zes, van wie vijf sedert 1 maart 2003) en voert vergeefs aan dat zij een beroep mag doen op ervaren werknemers tijdens hun opzeggingsstermijn ten bewijze dat zij hen niet heeft overgenomen maar dat het initiatief van hen uitging: zij was verplicht al het per-soneel over te nemen, behoudens redenen van economische, technische of organisatorische aard, welke te dezen niet werden aangevoerd;

- de eiseres geeft toe het onderhoud te hebben overgenomen. Haar bewering dat ze de klantenlijst niet heeft overgenomen is contradictorisch. Overigens kan een concessiehouder van alleenverkoop niet anders dan de cliënteel overnemen aangezien hij zowel de opvolging van de vroegere bestellingen (wat de eiseres gedaan heeft aangezien zij verschillende contacten van de vennootschap O. & K. tot een goed einde heeft gebracht) als het onderhoud moet verzekeren aangezien de vroegere concessiehouder zich daar niet meer over kan ontfermen;

- de firma Luyckx mag niet verward worden met de failliete vennootschap, die slechts een filiaal of een vennootschap is die afhangt van dezelfde groep maar zich slechts bezighield met de invoer en het onderhoud van de O. & K. -producten. Het is evident dat er spanningen zijn tussen de groep Luyckx en de groep van de eiseres aangezien ze concurrerende bedrijven in een gesloten markt zijn maar dat neemt niet weg dat laatstgenoemde, zonder enige druk en commercieel volledig onafhankelijk, een concessie van alleenverkoop heeft overgenomen die de enige activiteit van de failliete vennootschap was;

Het beroepen vonnis moet bevestigd worden in zoverre het een overgang van onderneming heeft erkend;

De overgang moest van rechtswege geschieden en de eiseres moest al het personeel aanwerven dat bij de vennootschap O. & K. in dienst was op het tijdstip van de overgang. Ook al kon het ontslag van de eerste verweerder haar niet kan worden verweten, toch had zij hem ten minste gedurende zijn opzeggingstermijn in dienst moeten houden;

Zij heeft echter gewoonweg de cliënteel [van de Firma General Trading & Distribution Belgium] overgedragen aan haar eigen vertegenwoordiger die de klanten zelf heeft meegedeeld dat de contacten voortaan via hem moesten verlopen.»

Grieven

(...)

Tweede onderdeel

Volgens artikel 1 en het eerste lid van de commentaar, strekt de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis ertoe eensdeels het behoud van de rechten der werknemers in alle gevallen van wijziging van werkgever ingevolge de overgang van een onderneming of een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst te waarborgen.

Volgens artikel 2, 3° en 4°, van dezelfde collectieve arbeidsovereenkomst, moet voor de toepassing ervan worden verstaan onder respectievelijk de vervreemder, de natuurlijke of rechtspersoon die ingevolge een overgang in de zin van artikel 1, de hoedanigheid van werkgever verliest ten aanzien van de werknemers van de onderneming, die overgaat of het gedeelte van de onderneming dat overgaat en door verkrijger, de natuurlijke of rechtspersoon die ingevolge een overgang in de zin van artikel 1, de hoedanigheid van werkgever verkrijgt ten aanzien van de werknemers van de onderneming, die overgaat of het gedeelte van de onderneming dat overgaat.

Artikel 6, eerste lid, van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis bepaalt dat hoofdstuk II, waarvan de artikelen 7 en 8 deel uitmaken, van toepassing is bij iedere wijziging van werkgever die het gevolg is van om het even welke overgang van een onderneming of van een gedeelte van een onderneming krachtens overeenkomst, met uitsluiting van de gevallen, bedoeld bij hoofdstuk III van deze collectieve arbeidsovereenkomst. Volgens het tweede lid van hetzelfde artikel 6, wordt onder voorbehoud van het bepaalde in het eerste lid als overgang beschouwd de overgang, met het oog op de voortzetting van een al dan niet hoofdzakelijk economische activiteit, van een economische eenheid die haar identiteit behoudt, waaronder een geheel van georganiseerde middelen wordt verstaan.

Uit de samenlezing van de voornoemde artikelen en commentaar volgt dat de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst beoogd in de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis een overgang krachtens overeenkomst vereist tussen de vervreemder en de verkrijger.

Het arrest stelt vast dat de partijen het oneens zijn over het begrip overgang van ondernemingen of een gedeelte van een onderneming en over de conventionele oorsprong ervan.

Het arrest stelt in dat opzicht vast dat

- de eerste verweerder een arbeidsovereenkomst sluit met de naamloze vennootschap Orenstein & Koppel, hierna genoemd O. & K. of O. & K. Belgium (om het onderscheid te maken met de Duitse fabrikant, de vennootschap O. & K. AG), wiens benaming gewijzigd werd in General Trading & Distribution Belgium en waarvan de tweede verweerder curator is ;

- als gevolg van een vereffening van de firma O. & K. Belgium werd de concessieovereenkomst beëindigd die laatstgenoemde had gesloten met de vennootschap naar Duits recht krachtens de overeenkomst van de partijen ;

- de vennootschap naar Duits recht, O. & K. AG, sluit vervolgens een overeenkomst van alleenverkoop met de eiseres.

Noch uit deze, noch uit enige andere vaststelling volgt dat er enige contractuele band bestond tussen de vennootschap Orenstein & Koppel (O. & K. Belgium), die de werkgever was van de eerste verweerder, en de eiseres.

Het arrest oordeelt daarentegen dat er geen overeenkomst tussen de vervreemder en de verkrijger moet bestaan en geen gerechtelijke band tussen de ondernemingen vereist is. In zijn verwijzing naar het Hof van Justitie, oordeelt het dat het voldoende is vast te stellen dat dezelfde economische activiteit binnen dezelfde geografische sector werd voortgezet, ook als de zetel van de onderneming gewijzigd is.

Hoewel het nationaal rechtscollege het nationaal recht, in zijn toepassing, zoveel mogelijk moet interpreteren in het licht van de tekst en doelstelling van de richtlijn in het nationaal recht waarin zij moest worden omgezet, om aldus het door die richtlijn beoogde resultaat te bereiken en zich te conformeren aan artikel 249, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, kan er slechts sprake zijn van interpretatie als de tekst niet duidelijk is. Zoals hierboven werd verduidelijkt, wordt de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst expliciet vereist in de tekst van artikel 1, eerste lid, van de collectieve ar-beidsovereenkomst nr. 32bis - waaraan de artikelen 2, 3° en 4°, en 8 refereren - en artikel 6 van die collectieve arbeidsovereenkomst expliciet hetgeen ondubbelzinnig en zonder enige mogelijke twijfel het bestaan impliceert van een band door overeenkomst tussen de vervreemder en de verkrijger.

Op grond van de overwegingen, beslist het arrest niet naar recht dat er dus wel degelijk overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst is [schending van de artikelen 1, 1°, en commentaar (vervangen bij artikel 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32quinquies van 13 maart 2002, bindend verklaard bij koninklijk besluit van 14 maart 2002), 2, 3° en 4°, 6 (gewijzigd bij artikel 4 van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32quinquies), 7 en 8 (vervangen bij artikel 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32quater van 19 december 1989, bindend verklaard bij koninklijk besluit van 6 maart 1990) van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis gesloten binnen de Nationale Arbeidsraad van 7 juni 1985 betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst en tot regeling van de rechten van de werknemers die overgenomen worden bij overname van activa na faillissement, bindend verklaard bij het koninklijk besluit van 25 juli 1985].

Bijgevolg veroordeelt het arrest de eiseres, in de hoedanigheid van verkrijger, in solidum met de [tweede] verweerster, in de hoedanigheid van vervreemder, niet naar recht tot betaling, aan de eerste verweerder, van een compenserende opzeggingsvergoeding, een uitwinningsvergoeding, vakantiegeld bij uitdiensttreding, achterstallige commissies en terugbetalingen van kosten (schending van de artikelen 7 en 8 van de voornoemde collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis, 39 en 101 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, 38, 39 en 46 van het koninklijk besluit van 30 maart 1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers).

Het arrest beslist niet naar recht dat het beroepen vonnis moet worden bevestigd in zoverre dat het bestaan van een overgang van onderneming erkent, verklaart niet naar recht dat het hoofdberoep van de eiseres slechts zeer gedeeltelijk gegrond is, en bevestigt niet naar recht het beroepen vonnis, onder voorbehoud van de wijzigingen die het arrest opsomt in zoverre het de eiseres en de tweede verweerder in solidum veroordeelt tot de vergoedingen, vakantiegeld, achterstallige commissies en terugbetaling van kosten die het opsomt (schending van alle bepalingen in de aanhef van het middel).

Tweede middel

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

(...)

Tweede onderdeel

Uit de artikelen 1 en 6, § 1, CAO nr. 32bis van 7 juni 1985 blijkt dat die toepasse-lijk is bij wijziging van werkgever ingevolge de overgang van een onderneming of van een gedeelte van de onderneming.

Die bepalingen vormen, zoals gezegd, de omzetting van richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001, die, luidens artikel 1, van toepassing is op de over-gang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vesti-gingen op een andere ondernemer ten gevolge van een overdracht krachtens over-eenkomst of een fusie.

De uit een richtlijn voortvloeiende verplichting van de lidstaten om het resultaat ervan te bereiken en ook hun plicht om, krachtens artikel 10 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, in de geconsolideerde versie te Am-sterdam op 2 oktober 1997, alle algemene of bijzondere maatregelen te treffen welke geschikt zijn om de nakoming van die verplichting te verzekeren, gelden voor alle overheden van de lidstaten, met inbegrip, in het raam van hun bevoegd-heden, van de rechtsprekende overheden die het nationale recht zoveel mogelijk moeten uitleggen in het licht van de tekst en het oogmerk van de richtlijn om het door haar beoogde resultaat te bereiken en zich aldus te conformeren aan artikel 249, derde lid, van het Verdrag.

Het Hof van Justitie van de Europese Unie legt artikel 1 van de richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 aldus uit dat de ontstentenis van een band door overeenkomst tussen de vervreemder en de verkrijger de hypothese van een overgang, als bedoeld in de richtlijn, niet kan uitsluiten, zodat de richtlijn toe-passelijk is als een overgang plaatsvindt bij twee opeenvolgende overeenkomsten, gesloten tussen de vervreemder en de verkrijger met een andere zelfde persoon.

De CAO nr. 32bis van 7 juni 1985 vat het begrip overgang krachtens overeen-komst, waarmee zij het toepassingsgebied ervan bepaalt, niet anders op.

Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht.

Tweede middel

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eiseres veroordeelt tot betaling van 499,83 euro in hoofdsom als vertrekgeld op het loon van januari en februari 2003 en uitspraak doet over de kosten.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dat arrest melding wordt gemaakt op kant van het gedeeltelijk vernietigd arrest.

Veroordeelt de eiseres in drie vierde van de kosten, houdt de overige kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het arbeidshof te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Alain Simon, Mireille Delange en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 16 september 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Eric Dirix en overgeschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Overgang van ondernemingen krachtens overeenkomst

  • Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001

  • Collectieve arbeidsovereenkomst nr. 32bis

  • Uitlegging

  • Rechtsmacht van de rechter