- Arrest van 17 september 2013

17/09/2013 - P.12.1110.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het rechtscollege in hoger beroep kan geen uitspraak doen over de door de burgerlijke partij tegen de beklaagde ingestelde burgerlijke rechtsvordering wanneer alleen de verzekeraar die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen van een beklaagde dekt hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering die de burgerlijke partij tegen beiden heeft ingesteld (1). (1) Cass. 12 nov. 1997, AR P.97.0671.F, AC 1997, nr. 467; zie ook Cass. 5 dec. 2010, AR P.09.1576.F, AC 2010, nr. 313 .

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1110.N

T G,

burgerlijke partij,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M J F S,

beklaagde,

2. KBC VERZEKERINGEN nv, met zetel te 3000 Leuven, Prof. Van Over-straetenplein 2,

vrijwillig tussenkomende partij,

met als raadsman mr. Els Koninckx, advocaat bij de balie te Hasselt, met kan-toor te 3500 Hasselt, Leopoldplein 29/2, waar de verweerster woonplaats kiest.

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Tongeren van 15 februari 2012.

De eiseres voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Luc Van hoogenbemt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 202, 203 en 205 Wetboek van Strafvordering, artikel 1138, 2°, Gerechtelijk Wetboek en de artikelen 3 en 4 Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering: het beroepen vonnis veroordeel-de de beide verweerders tot betaling van schadevergoeding aan de eiseres; enkel de verweerster tekende hiertegen hoger beroep aan; de appelrechters konden der-halve geen uitspraak doen over de door de eiseres tegen de verweerder ingestelde burgerlijke rechtsvordering en evenmin de beslissing van het beroepen vonnis met betrekking tot deze vordering in het voordeel van de verweerder hervormen.

2. Wanneer alleen de verzekeraar die de burgerrechtelijke aansprakelijkheid inzake motorrijtuigen van een beklaagde dekt, hoger beroep heeft ingesteld tegen de beslissing over de burgerlijke rechtsvordering die de burgerlijke partij tegen beiden heeft ingesteld, kan het rechtscollege in hoger beroep geen uitspraak doen over de door de burgerlijke partij tegen de beklaagde ingestelde burgerlijke rechtsvordering.

3. Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat noch de verweerder noch de eiseres hoger beroep hebben aangetekend tegen de beslissing van de politierecht-bank waarbij de verweerder tot betaling van schadevergoeding aan de eiseres werd veroordeeld.

De correctionele rechtbank kon bijgevolg de beroepen beslissing op dat punt niet wijzigen.

Het middel is gegrond.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet, de artikelen 1317, 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek en artikel 39, § 1, WIB92: de eise-res voerde in haar syntheseberoepsconclusie aan dat rekening diende gehouden te worden met alle inkomsten die het gezin op de relevante datum van 27 augustus 2005 had en bijgevolg met het gezinsinkomen van 2.620,54 euro per maand, dit is het inkomen waarvan ook deel uitmaken de uitkeringen van het fonds voor be-roepsziekten en het fonds voor arbeidsongevallen die niet opgenomen werden in het aanslagbiljet inkomsten 2004, maar wel blijken uit de aanvullende stukken die de eiseres aan de appelrechters heeft voorgelegd; door te beslissen dat de eiseres niet aantoont dat in het netto belastbaar gezinsinkomen van 18.914,08 euro dat blijkt uit het aanslagbiljet 2005, de inkomsten van het fonds voor beroepsziekten en het fonds voor arbeidsongevallen niet begrepen zijn, antwoorden de appelrech-ters niet op het door de eiseres ter zake aangevoerde middel; het bestreden vonnis is tegenstrijdig gemotiveerd waar het beslist, enerzijds, dat het netto belastbaar gezinsinkomen van 18.914,08 euro, vermeld in het aanslagbiljet 2005, ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, werkloosheidsuitkeringen en uitkeringen ten gevolge van het arbeidsongeval bevat, en, anderzijds, dat door de eiseres niet wordt aange-toond dat de inkomsten van het fonds voor beroepsziekten hierin niet begrepen zijn; de appelrechters miskennen aldus ook de bewijskracht van het aanslagbiljet 2005 (inkomsten 2004) en het attest van het fonds voor beroepsziekten; het be-streden vonnis is niet naar recht verantwoord in zoverre het beslist dat alle uitke-ringen van het fonds voor beroepsziekten en het fonds voor arbeidsongevallen noodzakelijk in het aanslagbiljet 2005 vermeld zijn, daar zij belastbaar zijn, al-hoewel uit artikel 39, § 1, WIB92 blijkt dat een aantal uitkeringen in het raam van de arbeidsongevallenwetgeving en de beroepsziektenwetgeving niet of slechts deels belastbaar zijn.

5. Voor de appelrechters heeft de eiseres in syntheseberoepsconclusie het in het middel weergegeven verweer gevoerd.

6. Met de enkele reden dat de eiseres niet aantoont dat de inkomsten van het fonds beroepsziekten en van het fonds arbeidsongevallen niet begrepen zijn in het netto belastbaar gezinsinkomen dat blijkens het aanslagbiljet 2005 samengesteld is uit ziekte- en invaliditeitsuitkeringen, werkloosheidsuitkeringen en uitkeringen ten gevolge van het arbeidsongeval, beantwoorden de appelrechters het verweer van de eiseres niet.

Het middel is in zoverre gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres tegen de verweerder.

Zegt dat er dienaangaande geen grond is tot verwijzing.

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van de eiseres in haar hoedanigheid van gerechtigde in de ont-bonden huwgemeenschap met wijlen haar echtgenoot Giuseppe Moscato tegen de verweerster wat betreft het inkomstenverlies na overlijden.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiseres, de verweerder en de verweerster elk tot een derde van de kosten van het cassatieberoep.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Hasselt, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 470,92 euro waarvan 149,66 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 17 september 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche E. Francis A. Lievens

P. Hoet F. Van Volsem L. Van hoogenbemt

Vrije woorden

  • Burgerlijke rechtsvordering van een burgerlijke partij tegen de beklaagde en diens verzekeraar burgerrechtelijke aansprakelijkheid

  • Hoger beroep alleen van de verzekeraar van de burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de beklaagde