- Arrest van 17 september 2013

17/09/2013 - P.13.1504.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Van Ingelgem.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1504.N

I

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE BRUSSEL,

eiser,

tegen

K M J L F,

veroordeelde tot een vrijheidsstraf,

verweerder.

II

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN CASSATIE

eiser tot nietigverklaring.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep I is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Brussel van 21 augustus 2013.

Het cassatieberoep II, ingesteld in het belang van de wet en overeenkomstig arti-kel 442 Wetboek van Strafvordering, is gericht tegen hetzelfde vonnis.

De eiser I voert in een memorie grieven aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd en gevorderd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep I

1. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het cas-satieberoep van de eiser I, overeenkomstig artikel 418, eerste lid, Wetboek van Strafvordering, regelmatig werd betekend aan de verweerder.

Het cassatieberoep I is bijgevolg niet ontvankelijk.

Cassatieberoep II

Schending van de artikelen 95/2, § 1 en § 2, en 95/3, § 1 Wet Strafuitvoering en de artikelen 8 en 14 Probatiewet

2. Krachtens artikel 95/2, § 1 en § 2, Wet Strafuitvoering neemt de terbeschik-kingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank die overeenkomstig de artikelen 34bis tot en met 34quater Strafwetboek ten aanzien van de veroordeelde is uitge-sproken, een aanvang bij het verstrijken van de effectieve hoofdstraf en beslist de strafuitvoeringsrechtbank voorafgaand aan het verstrijken van de effectieve hoofdstraf, overeenkomstig de procedure bepaald in afdeling 2, hetzij tot vrij-heidsbeneming, hetzij tot invrijheidstelling onder toezicht van de terbeschikking-gestelde veroordeelde.

Artikel 95/3, § 1, van dezelfde wet, bepaalt dat, indien de veroordeelde gedeti-neerd is, de directeur uiterlijk vier maanden vóór het verstrijken van de effectieve hoofdstraf een advies uitbrengt. Deze termijn is niet op straffe van nietigheid voorgeschreven.

Uit de tekst van het artikel 95/2, § 1 en § 2, Wet Strafuitvoering, de algemene economie van deze wet en de wetsgeschiedenis volgt dat de strafuitvoeringsrecht-bank over de terbeschikkingstelling dient te beslissen vóór het verstrijken van de effectieve hoofdstraf. Eens dat tijdstip is bereikt, kan de strafuitvoeringsrechtbank geen beslissing meer nemen.

3. Overeenkomstig artikel 8 Probatiewet kunnen de vonnisgerechten, wanneer zij veroordelen tot een of meer straffen van niet meer dan vijf jaar, de tenuitvoer-legging hetzij van het vonnis of het arrest, hetzij van de hoofdstraffen dan wel van een gedeelte ervan uitstellen. De duur van het uitstel mag niet minder dan een jaar en niet meer dan vijf jaar bedragen, met ingang van de datum van het vonnis of arrest. De duur van het uitstel mag echter niet meer dan drie jaar bedragen voor de gevangenisstraffen die zes maanden niet te boven gaan.

Overeenkomstig artikel 14 Probatiewet kan dit uitstel van rechtswege of op vorde-ring van het openbaar ministerie worden herroepen, zodat de voorwaardelijke ge-vangenisstraf kan worden omgezet in een effectieve straf.

Hieruit volgt dat de in het artikel 95/2, § 1 en § 2, Wet Strafuitvoering bepaalde termijn binnen dewelke de strafuitvoeringsrechtbank moet beslissen over de ter-beschikkingstelling, wordt geschorst gedurende de periode dat een gevangenis-straf of een deel ervan dat met uitstel van tenuitvoerlegging werd opgelegd, nog kan herroepen worden overeenkomstig artikel 14 Probatiewet.

4. Het vonnis stelt vast dat:

- de eiser op 18 september 2008 door de correctionele rechtbank te Brussel werd veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, waarvan uitvoering van de helft, namelijk twee jaar, werd uitgesteld gedurende vijf jaar met oplegging van pro-batievoorwaarden;

- hij tevens werd veroordeeld tot tien jaar terbeschikkingstelling van de regering, thans van de strafuitvoeringsrechtbank;

- de eiser sinds 5 mei 2008 van zijn vrijheid was beroofd en op 5 mei 2010 op het einde van zijn effectieve straf in vrijheid werd gesteld;

- het openbaar ministerie bij de strafuitvoeringsrechtbank zijn advies neerlegde in het kader van de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank op de griffie van deze rechtbank op 1 juli 2013.

Aldus staat het vast dat de strafuitvoeringsrechtbank werd gevat van de terbe-schikkingsstelling en er nog kon over oordelen vóór het verstrijken van de proef-termijn van vijf jaar.

5. Het vonnis dat vervolgens oordeelt dat het advies van het openbaar ministe-rie betreffende de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank niet ontvankelijk is, omdat de terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank is gestart wanneer het effectieve deel van de opgelegde gevangenisstraf verstreek en dit advies werd neergelegd na dit ogenblik, zodat de strafuitvoeringsrechtbank niet meer kan beslissen over de terbeschikkingstelling, schendt bijgevolg de arti-kelen 95/2, § 1 en § 2, en 95/3, § 1 Wet Strafuitvoering en de artikelen 8 en 14 Probatiewet.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep I.

Rechtdoende op het cassatieberoep van de procureur-generaal bij het Hof,

Vernietigt, maar alleen in het belang van de wet, het bestreden vonnis van 21 au-gustus 2013.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.

Bepaalt de kosten op 0 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 17 september 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche E. Francis A. Lievens

P. Hoet F. Van Volsem L. Van hoogenbemt

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Terbeschikkingstelling

  • Procedure

  • Termijn advies

  • Aard