- Arrest van 17 september 2013

17/09/2013 - P.13.1522.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de beslissingen van de onderzoeksgerechten over de handhaving van de maatregel van vrijheidsberoving, genomen bij toepassing van artikel 72 Vreemdelingenwet (1). (1) Cass. 5 maart 2008, AR P.08.0235.F, AC 2008, nr. 157 .

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1522.N

I S,

vreemdeling, vastgehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Zouhaier Chihaoui, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel en Migratie en voor Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding, voor wie optreedt de fod Binnenlandse Zaken, dienst Vreemdelingenzaken, met kantoor te 1000 Brussel, Antwerpsesteenweg 59B,

ambtshalve tussenkomende partij,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 21 augustus 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 149 Grondwet en artikel 72, tweede en vierde lid, Vreemdelingenwet, evenals miskenning van het algemeen beginsel van het recht van verdediging en de motiveringsplicht: zonder deze daadwerkelijk over te nemen, verwijst het arrest bij haar beoordeling van de wet-tigheid van de vrijheidsbenemende maatregel naar de oordeelkundige motieven van het openbaar ministerie en de brief van de dienst Vreemdelingenzaken, te we-ten twee stukken die zich in het administratief dossier bevinden en waartoe de ei-ser geen toegang heeft; bij gebrek aan overname van die motieven blijkt niet of op eisers conclusie werd geantwoord, vermits de eiser geen toegang heeft tot het ad-ministratief dossier; bij overname van zulke motieven, dient de eiser die motieven in het arrest terug te vinden.

2. Artikel 149 Grondwet is niet van toepassing op de beslissingen van de on-derzoeksgerechten over de handhaving van de maatregel van vrijheidsberoving, genomen bij toepassing van artikel 72 Vreemdelingenwet.

In zoverre het middel schending van die bepaling aanvoert, faalt het naar recht.

3. Artikel 72, vierde en vijfde lid, Vreemdelingenwet bepaalt:

"Er wordt gehandeld overeenkomstig de wettelijke bepalingen op de voorlopige hechtenis, behoudens deze betreffende het bevel tot aanhouding, de onderzoeks-rechter, het verbod van vrij verkeer, de beschikking tot gevangenneming, de voor-lopige invrijheidstelling of de invrijheidstelling onder borgtocht en het inzagerecht in het administratief dossier.

De raadsman van de vreemdeling kan het dossier ter griffie van de bevoegde rechtbank raadplegen gedurende de twee werkdagen die aan de terechtzitting voorafgaan."

Hieruit volgt niet dat de raadsman van de vreemdeling geen toegang zou hebben tot het administratief dossier, maar dat hij het dossier op de griffie van de bevoeg-de rechtbank kan raadplegen gedurende een andere periode dan deze bepaald in de Voorlopige Hechteniswet, te weten gedurende de twee werkdagen die aan de rechtszitting voorafgaan.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het eveneens naar recht.

4. Het onderzoeksgerecht vermag zijn beslissing met redenen te omkleden door verwijzing naar en overname van de redenen, opgenomen in een voor de partijen beschikbaar stuk van de rechtspleging, zoals het advies van het openbaar mi-nisterie of de opmerkingen die de verweerder heeft gemaakt op het verzoekschrift tot invrijheidstelling van de eiser en die door de verweerder aan het administratief dossier werden toegevoegd. Dit houdt geen miskenning in van het recht van ver-dediging.

In zoverre faalt het middel andermaal naar recht.

5. Met de redenen die het arrest vermeldt en die de eiser en het Hof toelaten na te gaan of het arrest voldoet aan de motiveringsverplichting, beantwoordt het eisers verweer en verantwoordt het zijn beslissing dat de vrijheidsbenemende maatregel in overeenstemming is met de wet, naar recht.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

6. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 61,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit raadsheer Luc Van hoogenbemt, als waarnemend voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 17 september 2013 uitgesproken door raadsheer Luc Van hoogenbemt, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche E. Francis A. Lievens

P. Hoet F. Van Volsem L. Van hoogenbemt

Vrije woorden

  • Onderzoeksgerecht

  • Vreemdelingen

  • Maatregel van vrijheidsberoving

  • Handhaving

  • Toepassing