- Arrest van 25 september 2013

25/09/2013 - P.13.0674.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het onderzoeksgerecht kan de inverdenkinggestelde niet naar het vonnisgerecht verwijzen op grond van de omschrijving van een misdrijf waarvan de bestanddelen volgens dat onderzoeksgerecht niet verenigd lijken te zijn.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0674.F

1. M. A.,

2. J. M.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 27 maart 2013.

Op de rechtszitting van 11 september 2013 heeft afdelingsvoorzitter Frédéric Clo-se verslag uitgebracht en heeft advocaat-generaal Damien Vandermeersch gecon-cludeerd

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissing waarbij de buitenvervolgingstelling wordt bevolen wegens valsheid en gebruik van vals-heid in informatica (telastlegging A)

Dergelijke beslissing berokkent de eisers geen nadeel.

De cassatieberoepen zijn niet ontvankelijk bij gebrek aan belang.

B. In zoverre de cassatieberoepen gericht zijn tegen de beslissing die het be-staan vaststelt van voldoende bezwaren wegens overtreding van artikel 231 Strafwetboek en van de artikelen 6 en 39, 2°, van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer (telastleggingen C en D)

Dergelijke beslissingen zijn geen eindbeslissingen in de zin van artikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering en houden geen verband met de gevallen be-doeld in het tweede lid van dat artikel.

De cassatieberoepen zijn voorbarig, mitsdien niet ontvankelijk.

C. In zoverre de cassatieberoepen het Hof het toezicht voorleggen op de for-mele geldigheid van de akte waarmee de zaak bij het vonnisgerecht aanhangig is gemaakt

Ambtshalve middel : schending van de artikelen 128 en 130 Wetboek van Straf-vordering

Artikel 130 Wetboek van Strafvordering stelt de verwijzing van een inverden-kinggestelde naar de correctionele rechtbank afhankelijk van het bestaan van een misdrijf dat tot de bevoegdheid van dat rechtscollege behoort. De raadkamer moet krachtens artikel 128 verklaren dat er geen reden is tot vervolging, wanneer zij met name van oordeel is dat het feit, hoewel het vaststaat, noch een misdaad, noch een wanbedrijf, noch een overtreding oplevert.

Daaruit volgt dat het onderzoeksgerecht de inverdenkinggestelde niet naar het vonnisgerecht kan verwijzen op grond van de omschrijving van een misdrijf waarvan de bestanddelen volgens dat onderzoeksgerecht niet verenigd lijken te zijn.

De appelrechters, die de eisers naar de rechtbank verwijzen wegens elektronische belaging (telastlegging B), na te hebben vastgesteld dat verschillende bestandde-len van dat misdrijf ontbreken, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Voor het overige bestaat er geen enkele onregelmatigheid, verzuim of nietigheids-grond met betrekking tot de verwijzingsbeschikking.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het de eisers naar de correctionele recht-bank verwijst wegens elektronische belaging (telastlegging B).

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de eisers tot de helft van de kosten van hun cassatieberoep en laat het overige gedeelte ten laste van de Staat.

Zegt dat er geen grond is tot verwijzing.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 25 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Luc Van hoogenbemt en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Regeling van de rechtspleging

  • Bestanddelen van het misdrijf lijken niet verenigd

  • Verwijzing naar de correctionele rechtbank

  • Wettigheid