- Arrest van 25 september 2013

25/09/2013 - P.13.1528.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De wilsuiting van degene die middelen tot staving van zijn cassatieberoep wil aanvoeren, is niet vereist op de dag van de rechtzitting maar binnen de termijnen die bij artikel 420bis van het Wetboek van Strafvordering of bij een bijzondere wet zijn voorgeschreven; het feit dat op de rechtszitting een authentieke handtekening is gezet op een ongetekend stuk, maakt een geschrift dat geen enkele uitwerking kon hebben op het ogenblik dat het op de griffie werd neergelegd, niet alsnog ontvankelijk; artikel 863 van het Gerechtelijk Wetboek, waarbij het ontbreken van de handtekening kan worden geregulariseerd in alle gevallen waarin deze voor de geldigheid van een proceshandeling vereist is, kan geen kracht verlenen aan een geschrift dat niet voldoet aan de vormvereisten waarvan de vervulling vóór het verstrijken van de wettelijke termijnen moet worden vastgesteld (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1528.F

C. V.,

Mr. Philippe Culot, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Luik van 19 augustus 2013.

De eiser voert in een memorie die op 5 september 2013 op de griffie is ingekomen, een middel aan.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft op 11 september 2013 een conclusie neergelegd waarop de eiser heeft geantwoord met een nota die met toepassing van artikel 1107, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek is neergelegd.

Op de rechtszitting van 25 september 2013 heeft raadsheer Françoise Roggen ver-slag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het Hof vermag geen acht te slaan op de memorie die op 5 september 2013, bui-ten de wettelijke termijn is ontvangen, noch op de memorie die met een faxbericht voor het verstrijken van die termijn is overgelegd en op de rechtszitting is onder-tekend.

De eiser voert het nieuwe artikel 863 Gerechtelijk Wetboek aan, waarbij het ont-breken van de handtekening kan worden geregulariseerd in alle gevallen waarin de ondertekening vereist is voor de geldigheid van een proceshandeling.

De wilsuiting van degene die middelen tot staving van zijn cassatieberoep wil aanvoeren, is niet vereist op de dag van de rechtszitting maar binnen de termijnen die bij artikel 420bis Wetboek van Strafvordering of, zoals te dezen, bij artikel 97, § 1, tweede lid, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden zijn voorgeschreven.

Het feit dat op de rechtszitting een authentieke handtekening is gezet op een ongetekend stuk, maakt een geschrift dat geen enkele uitwerking kon hebben op het ogenblik dat het op de griffie werd neergelegd, niet alsnog ontvankelijk.

Het voormelde artikel 863 maakt het niet mogelijk om de nietigheid ongedaan te maken die op het voormelde artikel 97 is gegrond, wanneer een geschrift niet vol-doet aan de vormvereisten waarvan de vervulling vóór het verstrijken van de wet-telijke termijnen moet worden vastgesteld.

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 25 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Memorie als faxbericht overgelegd binnen de wettelijke termijn

  • Verstrijken van de wettelijke termijn

  • Ondertekening op de rechtszitting

  • Ontvankelijkheid van de memorie