- Arrest van 25 september 2013

25/09/2013 - P.13.0651.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Staat van dronkenschap is de staat van iemand die wegens het innemen van alcoholische dranken zijn daden niet meer bestendig onder controle heeft; die staat vereist echter niet dat de betrokkene zich niet meer van zijn daden bewust is (1). (1) Zie Cass. 13 feb. 2002, AR P.01.1523.F, AC 2000, nr. 101.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0651.F

G. D.,

Mr. Paul Thomas, advocaat bij de balie te Verviers.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Verviers van 21 maart 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

Raadsheer Françoise Roggen heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

De eiser heeft een conclusie neergelegd waarin hij aanvoert dat een autobestuurder niet tegelijk kan worden veroordeeld wegens dronkenschap aan het stuur en alcoholintoxicatie. Volgens hem is het immers één van beide : ofwel verkeerde hij in staat van dronkenschap zodat hij vóór de ademanalyse geen kennis heeft kun-nen nemen van zijn rechten waardoor de analyse geen wettelijke bewijswaarde heeft. Ofwel heeft hij kennis ervan kunnen nemen, wat erop neerkomt dat hij niet dronken was.

Het middel verwijt de correctionele rechtbank dat zij niet op die conclusie heeft geantwoord.

Op het aangevoerde verweer antwoordt het vonnis dat de staat van dronkenschap bewezen is door, enerzijds, het feit dat de eiser zich noch uur noch plaats herinnert waar hij een laatste glas heeft gedronken en, anderzijds, door de bij hem vastge-stelde symptomen, zoals zware oogleden, een slaperig voorkomen, een alcohol-adem, een slepende tred, een wankele houding, een trage en repetitieve spraak en een slecht oriënteringsvermogen in tijd en ruimte.

Het middel mist dienaangaande feitelijke grondslag.

Het vonnis antwoordt weliswaar niet op de bewering dat de dronkenschap van een bestuurder het onmogelijk maakt om de ademanalyse op regelmatige wijze te verrichten, omdat die procedure de medewerking van de autobestuurder vereist.

Die grief kan evenwel geen aanleiding geven tot cassatie omdat de enige straf naar recht verantwoord is door het op grond van de artikelen 35 en 38, § 4, vierde lid, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer bewezen verklaarde mis-drijf.

Het middel dat in zoverre geen belang vertoont, is niet ontvankelijk.

Tweede middel

De eiser herhaalt de stelling dat de verbalisanten, wegens de dronkenschap van de bestuurder onmogelijk hun verplichting kunnen naleven waarbij ze hem van zijn rechten moeten informeren, overeenkomstig de artikelen 23 tot 28 van het konink-lijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanaly-setoestellen. Hij leidt daaruit af dat de ademanalyse onregelmatig was, zodat de telastlegging alcoholintoxicatie op grond daarvan niet bewezen kon worden ver-klaard.

De staat van dronkenschap is de staat van iemand die, wegens het innemen van alcoholische dranken, zijn daden niet meer bestendig onder controle heeft. Die staat vereist echter niet dat de betrokkene zich niet meer van zijn daden bewust is.

Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Derde middel

De artikelen 23 tot 28 van het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen, geven een opsomming van de in-lichtingen, de uitleg en de waarschuwingen die de overheidsagent klaar en duide-lijk moet verschaffen.

Die bepalingen stellen de geldigheid van de uitleg en de bewijswaarde van de ademanalyse niet afhankelijk van de voorwaarde dat de bestuurder zijn daden be-stendig onder controle heeft.

Het feit dat de overheidsagenten de bestuurder over zijn rechten hebben geïnfor-meerd, sluit zijn staat van dronkenschap dus niet uit.

Het middel faalt naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing (over de strafvordering)

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 25 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Alain Bloch en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Staat van dronkenschap