- Arrest van 26 september 2013

26/09/2013 - C.12.0363.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De kosten van verplaatsing van leidingen kunnen slechts aan de nutsbedrijven ten laste worden gelegd, wanneer deze verplaatsing werd gelast of bekrachtigd door de overheid in wiens domein de nutsleidingen gelegen zijn en tevens werd voldaan aan één van de opgesomde voorwaarden die de noodzaak van de werken in het algemeen belang uitdrukken (1). (1) Zie Cass. 14 maart 2008, AR F.07.0067.F, AC 2008, nr. 183.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0363.N

IVERLEK, opdrachthoudende vereniging, met zetel te 3012 Wilsele, Aar-schotsesteenweg 58,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

NMBS HOLDING nv, publiekrechtelijke vennootschap, met zetel te 1060 Sint-Gillis, Frankrijkstraat 85,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 12 april 2012.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

1. Krachtens artikel 13, derde lid, van de wet van 10 maart 1925 op de elektri-citeitsvoorziening, zoals hier nog van toepassing, hebben de Staat, de provinciën, de gemeenten, in alle gevallen, het recht het plan van een inrichting naderhand te laten wijzigen, alsmede de werken daarmee in verband. Indien de wijzigingen noodzakelijk zijn, hetzij om reden van openbare veiligheid, hetzij om de schoon-heid van een landschap te vrijwaren, hetzij in het belang van de wegen, waterlo-pen, kanalen of van een openbare dienst, vallen de kosten van de werken ten laste van de onderneming die de geleiding heeft aangelegd. In de overige gevallen ko-men de kosten ten laste van de overheid die de wijzigingen gelast.

Overeenkomstig het laatste lid van het enig artikel van de wet van 17 januari 1938 tot regeling van het gebruik door de openbare besturen, de verenigingen van ge-meenten en de concessiehouders van openbare diensten of van diensten van open-baar nut, van de openbare domeinen van de Staat, van de provinciën en van de gemeenten, zoals hier nog van toepassing, hebben de Staat, de provinciën en de gemeenten in alle gevallen het recht om de inrichting of het plan van een aanleg, evenals de daarmee verband hou¬dende werken, later op hun onderscheidenlijk domein te doen wijzigen. Wor¬den wijzigingen opgelegd hetzij om redenen van de openbare veiligheid of tot behoud van natuurschoon, hetzij in het belang van de wegen, waterlopen, vaarten of van een openbare dienst, hetzij als gevolg van ver-anderingen welke de aangelanden aan de toegang tot de eigendommen langsheen de ge¬bezigde wegen hebben toegebracht, dan zijn de kosten van de werken ten laste van de aanneming die de aanleg heeft gedaan. In de andere gevallen komen zij ten laste van de overheid die de wijzigingen oplegt. Deze overheid mag vooraf een kostenbegroting eisen en, bij onenigheid, zelf tot de uitvoering van de werken overgaan.

Overeenkomstig artikel 9, tweede en derde lid, van de wet van 12 april 1965 be-treffende het vervoer van gasachtige producten en andere door middel van leidin-gen, heeft de Koning het recht, wanneer het belang van het land het vereist, de ligging of het tracé van de gasvervoerinstallaties en de desbetreffende werken te doen wijzigen. De kosten van deze wijzigingen komen ten laste van diegene die de gasvervoerinstallatie exploiteert. Ditzelfde recht bezitten ook de Staat, de pro-vinciën en de gemeenten ten aan¬zien van de gasvervoerinstallaties op hun open-baar domein opgericht. De al¬dus verrichte wijzigingen geschieden op kosten van diegene die de gasver¬voerinstallatie exploiteert, indien zij zijn opgelegd hetzij ter wille van de open¬bare veiligheid, hetzij ter wille van de vrijwaring van het land-schapsschoon, hetzij in het belang van een openbare dienst of van de waterlopen, kanalen en openbare wegen, hetzij wegens verandering in de toegangen tot de ei-gen¬dommen gelegen langs de openbare weg.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de kosten van de verplaatsing van leidingen, op grond van die bepalingen, slechts aan de nutsbedrijven ten laste kunnen wor-den gelegd, wanneer deze verplaatsing werd gelast of bekrachtigd door de over-heid in wiens domein de nutsleidingen gelegen zijn en tevens werd voldaan aan één van de opgesomde voorwaarden die de noodzaak van de werken in het open-baar belang uitdrukken.

3. Het arrest dat vaststelt dat de verplaatsing van de nutsleidingen werd ver-richt op bevel van de verweerster en niet van de bevoegde overheid, zijnde het Vlaams Gewest en de gemeente Bierbeek, en vervolgens oordeelt dat de kosten voor het verplaatsen van deze leidingen, op grond van de hoger vermelde wetsbe-palingen ten laste vallen van de onderneming die de inrichting heeft aangelegd, vermits deze verplaatsing gebeurde in het belang van de openbare dienst, schendt de voormelde wettelijke bepalingen.

Dienvolgens is de beslissing dat de vordering van de verweerster tot terugbetaling van de prefinanciering van de verplaatsingswerken ten opzichte van de eiseres ge-grond is, vermits deze laatste zich in dezen niet kon beroepen op hoger vermelde wetsbepalingen om de kosten af te wentelen op de verweerster, als niet-bevoegde opdrachtgever, niet naar recht verantwoord.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 26 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman A. Lievens

Vrije woorden

  • Nutsleidingen

  • Verplaatsing

  • Kosten

  • Ten laste van de nutsbedrijven