- Arrest van 26 september 2013

26/09/2013 - C.13.0059.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 683, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek wordt niet buiten werking gesteld als het beweerdelijk ingesloten perceel op het ogenblik van de splitsing, bij wijze van gedoogzaamheid op een andere plaats uitweg kon nemen naar de openbare weg; de eigenaar van een ingesloten perceel beschikt weliswaar niet over een actueel belang om een uitweg te vorderen zolang hem bij wijze van gedoogzaamheid een uitweg wordt verleend, maar dat belet niet dat als dit gedogen ophoudt, hij zijn recht op uitweg slechts kan uitoefenen tegen de eigenaars van de afgesplitste percelen.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0059.N

G.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. K.,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Paul Lefèbvre, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 480, bus 9, waar de verweerster woonplaats kiest,

2. H.,

3. P.,

4. K.,

verweerders,

mede inzake

1. A.,

2. A.,

3. K.,

partijen opgeroepen in gemeenverklaring.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Brussel van 12 juli 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Derde onderdeel

1. Artikel 683, tweede lid, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat indien de ingeslo-tenheid het gevolg is van de splitsing van een erf na verkoop, ruiling, verdeling of enige andere omstandigheid, de uitweg slechts verleend kan worden over de per-celen die voor de splitsing tot dat erf behoorden, tenzij de openbare weg op die wijze niet voldoende bereikbaar is. De rechter oordeelt naar billijkheid.

2. Deze wetsbepaling wordt niet buiten werking gesteld als het beweerdelijk ingesloten perceel op het ogenblik van de splitsing, bij wijze van gedoogzaamheid op een andere plaats uitweg kon nemen naar de openbare weg.

De eigenaar van een ingesloten perceel beschikt weliswaar niet over een actueel belang om een uitweg te vorderen zolang hem bij wijze van gedoogzaamheid een uitweg wordt verleend, maar dat belet niet dat als dit gedogen ophoudt, hij zijn recht op uitweg slechts kan uitoefenen tegen de eigenaars van de afgesplitste per-celen.

Het onderdeel dat uitgaat van het tegendeel, faalt naar recht.

Vierde onderdeel

3. Anders dan het onderdeel aanvoert, laat het arrest met een eerste reeks mo-tieven niet verstaan dat er geen ingeslotenheid is wegens andere doorgangen, maar geeft het daarmee aan dat er geen ingeslotenheid was vóór het perceel werd ge-splitst.

4. De appelrechters leggen de oorzaak van de ingeslotenheid van het perceel van de eiser niet bij de werken uitgevoerd door de eerste verweerster, maar stellen alleen vast dat de eerder gedoogde uitweg in feite niet meer bruikbaar was.

Het is niet tegenstrijdig enerzijds te beslissen dat een perceel geen rechtstreekse toegang heeft tot de openbare weg en in die zin ingesloten is en anderzijds te be-slissen dat dit perceel over verschillende mogelijkheden beschikt om via de ei-gendom van derden de openbare weg te bereiken.

5. Het onderdeel dat op een onjuiste lezing van het bestreden vonnis berust, mist feitelijke grondslag.

Eerste en tweede onderdeel

6. De door het derde en vierde onderdeel vergeefs bestreden beslissing betref-fende de toepassing van artikel 683, tweede lid, Burgerlijk Wetboek draagt de be-slissing dat aan de eiser geen recht van uitweg kan worden toegekend over de er-ven van de verweerders.

De onderdelen, al waren zij gegrond, kunnen niet tot cassatie leiden en zijn mits-dien, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 1161,36 euro en voor de eerste verweerster op 580,03 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Antoine Lievens en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 26 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky B. Wylleman A. Lievens

K. Mestdagh B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Uitweg

  • Ingeslotenheid

  • Splitsing van een erf

  • Gedoogzaamheid