- Arrest van 30 september 2013

30/09/2013 - S.12.0142.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter die oordeelt dat het aangevoerde belang van de werknemer het sluiten van twee opeenvolgende overeenkomsten van bepaalde duur niet rechtvaardigt omdat dat element laat vermoeden dat het bedrijf de wettelijke bepalingen wil omzeilen en het beginsel van de werkzekerheid dat de wet nastreeft in gevaar wil brengen, verantwoordt naar recht zijn beslissing om de verschillende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur aan te merken als een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.

Arrest - Integrale tekst

Nr. S.12.0142.F

KINEPOLIS MEGA nv,

Mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

Y. A.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 30 juli 2012 van het arbeidshof te Brussel.

Raadsheer Alain Simon heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift, waarvan een eensluidend verklaard af-schrift aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

Luidens artikel 10, eerste lid, Arbeidsovereenkomstenwet, worden de partijen, wanneer zij verscheidene opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor een be-paalde tijd hebben afgesloten zonder dat er een onderbreking is, toe te schrijven aan de werknemer, verondersteld een overeenkomst voor onbepaalde tijd te heb-ben aangegaan, behalve wanneer de werkgever het bewijs levert dat deze over-eenkomsten gerechtvaardigd waren wegens de aard van het werk of wegens ande-re wettige redenen.

Op grond van de overweging dat "het voordeel dat aan de verweerder is toege-kend, namelijk jaarlijks over een lange vakantieperiode tussen einde juni en begin oktober te kunnen beschikken, verklaart in elk geval niet dat in de loop van het academiejaar twee overeenkomsten van opeenvolgende duur (en zonder onder-breking ditmaal) gesloten zijn: van 1 oktober tot eind februari en vervolgens van 1 maart tot eind juni. Dat laat vermoeden dat het bedrijf de wettelijke bepalingen wil omzeilen en het beginsel van de werkzekerheid dat de wet nastreeft in gevaar wil brengen", beantwoordt het arrest de conclusie van de eiseres door ze tegen te spreken, en die betoogde dat er tussen elke overeenkomst een onderbreking was van ten minste drie maanden die overeenstemde met de schoolvakanties en dat de overeenkomsten niet op elkaar volgden, en verantwoordt het zijn beslissing naar recht om de verschillende overeenkomsten van bepaalde duur aan te merken als een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Eerste onderdeel

Het onderzoek van de in het onderdeel gelaakte tegenspraak veronderstelt een uit-legging van de wettelijke bepalingen die het arrest toepast.

Die grief staat niet gelijk met het ontbreken van motieven en heeft geen betrek-king op het vormvoorschrift van artikel 149 Grondwet.

Het onderdeel is niet ontvankelijk.

Tweede onderdeel

Is de overeenkomst voor onbepaalde tijd gesloten, dan is, krachtens artikel 39, § 1, eerste lid, Arbeidsovereenkomstenwet, de partij die de overeenkomst beëindigt zonder dringende reden of zonder inachtneming van de opzeggingstermijn gehouden de andere partij een vergoeding te betalen die gelijk is aan het lopend loon dat overeenstemt hetzij met de duur van de opzeggingstermijn, hetzij met het resterende gedeelte van die termijn.

Het arrest dat oordeelt dat het niet vernieuwen op de vervaldatum van de laatste overeenkomst van bepaalde duur een onregelmatige beëindiging vormt van de overeenkomst die aangemerkt is als arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, verantwoordt naar recht zijn beslissing om de eiseres te veroordelen tot het betalen van een opzeggingsvergoeding.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Dictum,

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 30 september 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwe-zigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Opeenvolgende arbeidsovereenkomsten van bepaalde duur

  • Arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur

  • Bewijs van het tegendeel