- Arrest van 3 oktober 2013

03/10/2013 - C.13.0085.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de rechter vaststelt dat de vertraging in de betaling mede te wijten is aan de schuld van de schuldeiser, kan de moratoire interest, die de vertraging in de betaling forfaitair vergoedt, niet integraal ten laste van de schuldenaar worden gelegd (1). (1) Zie Cass. 17 okt. 2002, AR C.01.0272.F, AC 2002, nr. 549.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0085.N

VLAAMSE GEMEENSCHAP, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de persoon van de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimtelijke Ordening en Sport, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Phoe-nixgebouw, Koning Albert II-laan 19,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

ALGEMENE ONDERNEMINGEN AERTS nv, met zetel te 2500 Lier, Paaie-straat 9,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 3000 Leuven, Koning Leopold I-straat 3, waar de verweerster woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 4 oktober 2012.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 15.D, eerste lid, van het ministerieel besluit van 14 oktober 1964 aangaande de administratieve en technische contractuele bepalingen die het algemeen lastenkohier van de overeenkomsten van de Staat uitmaken, zoals van toepassing voor de wijziging ervan bij ministerieel besluit van 29 april 1971, heeft de aannemer, zo de termijn vastgesteld voor de betaling wordt overschreden, terwijl de uitvoering van de overeenkomst geen aanleiding heeft gegeven tot be-twisting, recht op een interest, berekend naar rato van het aantal dagen vertraging tegen de wettelijke rentevoet volgens het burgerlijk recht, vermeerderd met 2% 's jaars. Deze rentetoeslag bedraagt 4,5 's jaars vanaf de honderd en eerste dag ver-traging.

2. Krachtens artikel 1153, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, bestaat, inzake ver-bintenissen die alleen betrekking hebben op het betalen van een bepaalde geldsom, de schadevergoeding wegens vertraging in de uitvoering nooit in iets anders dan in de wettelijke interest, behoudens de bij de wet gestelde uitzonderingen.

Krachtens artikel 1153, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, is die schadevergoeding verschuldigd zonder dat de schuldeiser enig verlies moet bewijzen.

3. De in die bepalingen bedoelde vertraging is die welke te wijten is aan de schuld van de schuldenaar.

Wanneer de rechter vaststelt dat de vertraging in de betaling mede te wijten is aan de schuld van de schuldeiser, kan de moratoire interest, die de vertraging in de be-taling forfaitair vergoedt, niet integraal ten laste van de schuldenaar worden ge-legd.

4. Na te hebben vastgesteld dat de eiseres de vermindering van de interest met twee derden vorderde wegens de proceshouding van de verweerster, oordelen de appelrechters: "Hiermee wordt gedoeld op de lange duur van de procedure maar vaststelling blijft dat dit verwijt beide partijen treft; het is bovendien de Vlaamse Gemeenschap die het meeste belang had de procedure te activeren gelet op de strekking van het tussenarrest doch zij heeft de geëigende middelen daartoe niet aangewend. Er zijn dan ook geen redenen de interestafrekening te beperken tot 1/3 van het verschuldigde."

5. De appelrechters die aldus oordelen dat de verweerster mede schuld heeft aan de vertraging in de betaling, doch nalaten hiermede rekening te houden bij de toekenning van de moratoire interest, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de incidentie van de procesvoering van de partijen op de interest en het uitspraak doet over de kos-ten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Alain Smetryns, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 3 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van griffier Jo-han Pafenols.

J. Pafenols B. Wylleman G. Jocqué

A. Smetryns B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Vertraging in de betaling

  • Medeschuld van de schuldeiser