- Arrest van 7 oktober 2013

07/10/2013 - S.11.0108.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Uit de artikelen 700, eerste lid en 704, §§1 en 3 Gerechtelijk Wetboek volgt dat geschillen inzake arbeidsovereenkomsten naar keuze van de eiser kunnen worden ingeleid bij dagvaarding of bij verzoekschrift op tegenspraak; hieruit volgt dat het inleiden bij dagvaarding van een dergelijk geschil op zich geen fout uitmaakt; opdat het inleiden bij dagvaarding wanneer dit ook bij verzoekschrift op tegenspraak kan geschieden, als een fout kan worden aangezien, is vereist dat een normaal voorzichtige persoon, in dezelfde omstandigheden geplaatst, redelijkerwijze anders zou hebben gehandeld.


Arrest - Integrale tekst

Nr. S.11.0108.N

ASNONG bvba, met zetel te 3540 Herk-de-Stad, Steenweg 87,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Willy van Eeckhoutte, advocaat bij het Hof van Cas-satie, met kantoor te 9051 Gent, Drie Koningenstraat 3, waar de eiseres woon-plaats kiest,

tegen

A.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 149, bus 20, waar de verweerder woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het arbeidshof te Antwerpen, af-deling Hasselt, van 6 april 2011.

Raadsheer Koen Mestdagh heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het arrest oordeelt dat ook uit de bijgebrachte getuigenverklaringen blijkt dat aan de verweerder ontslag werd gegeven op 13 november 2008 omstreeks 15u00 en dat uit het aangetekend schrijven van dezelfde dag blijkt dat dit eerste mondelinge ontslag niet om een dringende reden werd gegeven.

Het diende aldus niet nader te antwoorden op het verweer van de eiseres dat de bevestiging van dit ontslag in de handgeschreven verklaring van haar algemeen directeur van 13 november 2008 door dwang en geweld werd verkregen, dat hier-door niet meer dienstig was.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

2. Krachtens artikel 1017, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek kan een partij in beginsel alleen in de kosten worden veroordeeld als zij in het ongelijk is gesteld. De kosten kunnen evenwel ten laste van de niet in het ongelijk gestelde partij worden gelegd als zij ze door haar fout heeft veroorzaakt.

3. Artikel 700, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat hoofdvorderingen op straffe van nietigheid bij dagvaarding voor de rechter worden gebracht, onver-minderd de bijzondere regels inzake vrijwillige verschijning en rechtspleging op verzoekschrift.

Krachtens artikel 704, § 1, Gerechtelijk Wetboek kunnen de hoofdvorderingen voor de arbeidsrechtbank worden ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak over-eenkomstig de artikelen 1034bis tot 1034sexies, onverminderd de bijzondere re-gels inzake vrijwillige verschijning, de rechtspleging op eenzijdig verzoekschrift en de procedures die speciaal worden geregeld door niet uitdrukkelijk opgeheven wettelijke bepalingen.

Artikel 704, § 3, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat in de in artikel 578 opgesomde zaken de werkgever kan worden gedagvaard of opgeroepen bij verzoekschrift op tegenspraak op de mijn, de fabriek, het werkhuis, het magazijn, het kantoor en in het algemeen op de plaats die bestemd is voor de exploitatie van de onderneming, de uitoefening van het beroep door de werknemer of de werkzaamheid van de vennootschap, de vereniging of de groepering. In dit geval mag de dagvaarding of de gerechtsbrief aan een aangestelde van de werkgever of aan een van zijn be-dienden worden overhandigd.

4. Uit de in randnummer 3 vermelde bepalingen volgt dat geschillen inzake ar-beidsovereenkomsten naar keuze van de eiser kunnen worden ingeleid bij dag-vaarding of bij verzoekschrift op tegenspraak.

Hieruit volgt dat het inleiden bij dagvaarding van een dergelijk geschil op zich geen fout uitmaakt.

Opdat het inleiden bij dagvaarding wanneer dit ook bij verzoekschrift op tegen-spraak kan geschieden, als een fout kan worden aangezien, is vereist dat een nor-maal voorzichtige persoon, in dezelfde omstandigheden geplaatst, redelijkerwijze anders zou hebben gehandeld.

5. Het middel gaat ervan uit dat het inleiden bij dagvaarding van een vordering die op grond van artikel 704, § 1 en § 3, Gerechtelijk Wetboek ook bij verzoek-schrift op tegenspraak kon worden ingeleid, op zich een fout uitmaakt, zodat de partij die de dagvaardingskosten heeft gemaakt, ze dient te dragen, zelfs indien de andere partij in het ongelijk is gesteld.

Het middel dat op een onjuiste rechtsopvatting berust, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 201,65 euro en voor de verweerder op 380,89 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit voorzitter Christian Storck, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Alain Simon, Mireille Delange en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 7 oktober 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van grif-fier Johan Pafenols.

J. Pafenols A. Lievens M. Delange

A. Simon K. Mestdagh Chr. Storck

Vrije woorden

  • Kosten van dagvaarding

  • Vordering in te leiden bij verzoekschrift