- Arrest van 8 oktober 2013

08/10/2013 - P.12.1031.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit de artikelen 146, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999 en 6.1.1, derde lid, eerste zin, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening en hun wetsgeschiedenis volgt dat de wijziging van een gebied van “ruimtelijk kwetsbaar” in “niet-ruimtelijk kwetsbaar” ingevolge een bestuurlijke beslissing, niet tot gevolg heeft dat de instandhouding van wederrechtelijke handelingen vóór deze wijziging niet langer strafbaar is (1). (1) Zie Cass. 26 feb. 2008, AR P.07.1552.N, AC 2008, nr. 131.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1031.N

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE ANTWER-PEN,

vervolgende partij,

eiser,

tegen

1. W J M M,

beklaagde,

2. C A M,

beklaagde,

verweerders,

met als raadsman mr. Wim Mertens, advocaat bij de balie te Hasselt,

mede inzake

STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR VAN HET VLAAMS GEWEST bevoegd door het grondgebied van de provincie Limburg, met kantoor te 3500 Hasselt, Koningin Astridlaan 50 bus 1,

eiser tot herstel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 9 mei 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Het arrest is wat betreft de eiser tot herstel bij verstek gewezen. Het tijdens de gewone termijn van verzet ingestelde cassatieberoep is in zoverre het betrek-king heeft op de beslissing over de herstelvordering dan ook niet ontvankelijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 2, tweede lid, Strafwetboek, ar-tikel 146, eerste lid, 1°, derde lid en vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999 en de ar-tikelen 6.1.1, eerste lid, 1°, derde lid en vierde lid, en 6.1.2 Vlaamse Codex Ruim-telijke Ordening: het arrest oordeelt ten onrechte dat ingevolge de wijziging van de bestemming van parkgebied naar een zone die niet ruimtelijk kwetsbaar gebied is, de strafsanctie niet meer geldt voor de in die zone gelegen inbreuken en ont-slaat dan ook ten onrechte op die grond de verweerders van rechtsvervolging; tij-dens de gehele tijdsperiode waarvoor de verweerders werden vervolgd was het perceel waarop de inbreuken zouden zijn gepleegd, gelegen in parkgebied, zijnde ruimtelijk kwetsbaar gebied ingevolge artikel 146, vierde lid, Stedenbouwdecreet 1999 en artikel 1.1.2, 10°, a), 11), Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening; het in-standhoudingsmisdrijf is overeenkomstig artikel 146, derde lid, Stedenbouwde-creet 1999 en artikel 6.1.1, derde lid, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening on-verkort strafbaar gebleven; de wijziging van de situationele parameter ruimtelijk kwetsbaar naar niet ruimtelijk kwetsbaar ingevolge een administratieve beslissing heeft enkel tot gevolg dat eenzelfde gedraging van instandhouding vanaf de wijziging niet langer beantwoordt aan de constitutieve bestanddelen van het misdrijf, maar doet geen afbreuk aan de strafbaarheid van de vóór de wijziging gepleegde feiten; op de overgang van ruimtelijk kwetsbaar naar niet ruimtelijk kwetsbaar gebied is artikel 2, tweede lid, Strafwetboek niet van toepassing.

3. Volgens artikel 146, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999, geldt de strafsanc-tie niet voor het instandhouden van inbreuken, bedoeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° en 7°, voor zover de handelingen, werken, wijzigingen of het strijdige gebruik niet gelegen zijn in de ruimtelijk kwetsbare gebieden.

Volgens artikel 6.1.1, derde lid, eerste zin, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening geldt de strafsanctie niet voor het instandhouden van inbreuken, bedoeld in het eerste lid, 1°, 2°, 3°, 6° en 7°, voor zover de handelingen, werken, wijzigingen of het strijdige gebruik niet gelegen zijn in de ruimtelijk kwetsbare gebieden. Volgens de tweede zin van die bepaling is voor de strafbare instandhouding uitsluitend vereist dat de wederrechtelijke handelingen op het ogenblik van de instand-houding gelegen zijn in ruimtelijk kwetsbaar gebied.

4. Uit die bepalingen en hun wetsgeschiedenis volgt dat de wijziging van een gebied van "ruimtelijk kwetsbaar" in "niet-ruimtelijk kwetsbaar" ingevolge een bestuurlijke beslissing, niet tot gevolg heeft dat de instandhouding van wederrech-telijke handelingen vóór deze wijziging niet langer strafbaar is.

5. De appelrechters (arrest, p. 9-10) oordelen met betrekking tot de feiten van instandhouding vanaf 5 december 2002 tot 10 januari 2005 als volgt:

- de kwestieuze constructies en reliëfwijziging lagen volgens het bij koninklijk besluit van 22 maart 1978 goedgekeurd gewestplan Neerpelt-Bree in parkge-bied en parkgebied was en is nog steeds ruimtelijk kwetsbaar gebied;

- op 30 december 2010 is het gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan (GRUP) Lommel in werking getreden en ingevolge dat plan is de zone waarbinnen de kwestieuze constructies zijn gelegen, gewijzigd van parkgebied in een zone voor kennel in een parkachtige omgeving, een zone voor sport en recreatie, een zone voor ontsluiting en een zone voor natuurontwikkeling;

- op grond van dit GRUP hebben de verweerders bij ministerieel besluit van 2 februari 2011 een voorwaardelijke regularisatievergunning verkregen;

- op het ogenblik van het arrest is de zone waarbinnen de inbreukmakende han-delingen gelegen zijn geen ruimtelijk kwetsbaar gebied meer;

- in niet ruimtelijk kwetsbaar gebied is er geen sanctie meer voor het loutere in-standhoudingsmisdrijf.

Met die redenen verantwoorden de appelrechters hun beslissing van ontslag van rechtsvervolging van de verweerders omdat er voor de feiten van instandhouding in niet ruimtelijk kwetsbaar gebied geen strafsanctie meer geldt, niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre het vaststelt dat de herstel-vordering niet meer kan worden ingewilligd en zonder voorwerp is geworden.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Bepaalt de kosten op 248,39 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 8 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Instandhouding van onvergunde constructies in ruimtelijk kwetsbaar gebied

  • Bestemmingswijziging in niet ruimtelijk kwetsbaar gebied

  • Strafbaarheid