- Arrest van 8 oktober 2013

08/10/2013 - P.13.1534.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het door artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde verzoek tot verwijzing van de ene naar de andere rechtbank, moet bewijskrachtige en nauwkeurige feiten aandragen die, indien zij juist blijken te zijn, gewettigde verdenking kunnen meebrengen omtrent de onafhankelijkheid en onpartijdigheid, die wordt vermoed, van alle magistraten waaruit het rechtscollege is samengesteld (1). (1) Cass. 1 april 2010, AR C.10.0173.N, AC 2010, nr. 244.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1534.N

1. G V D B,

beklaagde,

2. I G M,

beklaagde,

3. J H R D B,

beklaagde,

4. G D B,

beklaagde,

eisers tot verwijzing van een zaak van de ene naar de andere rechtbank,

met als raadsman mr. Bart Vosters, advocaat bij de balie te Turnhout,

in de zaak van

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE VEURNE,

tegen

1. G D B, reeds vermeld,

beklaagde,

2. I M, reeds vermeld,

beklaagde,

3. J D B, reeds vermeld,

beklaagde,

4. A F J E,

beklaagde,

5. D M D D'H,

beklaagde,

6. K D R,

beklaagde,

7. J M L R V,

beklaagde,

8. J G C D,

beklaagde,

9. G T C D,

beklaagde,

10. Y B D,

beklaagde,

11. D Y D,

beklaagde,

12. G D B, reeds vermeld,

beklaagde,

13. W A D,

beklaagde,

14. P K A D,

beklaagde,

15. J E C C,

beklaagde.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De eisers hebben in een op 4 september 2013 ter griffie van het Hof neergelegd verzoekschrift gevraagd om de zaak aanhangig bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne, te verwijzen naar een andere rechtbank van eerste aanleg en dit op grond van gewettigde verdenking.

Bij arrest van 10 september 2013 heeft het Hof beslist dat het verzoek niet kenne-lijk onontvankelijk was.

De door artikel 545, vierde lid, 1°, b), Wetboek van Strafvordering bedoelde ver-klaring welke werd opgesteld door de dienstdoende voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne in overleg met de leden van deze rechtbank en welke door hen werd ondertekend, werd op 20 september 2013 ontvangen ter griffie van het Hof.

Het door artikel 545, vierde lid, 3°, Wetboek van Strafvordering bedoelde advies van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne werd ontvangen ter griffie van het Hof op 24 september 2013.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

16. De eisers voeren in hun verzoekschrift aan dat:

- zij zijn verwezen naar de correctionele rechtbank te Veurne wegens inbreuken op de drugwet, na een gerechtelijk onderzoek dat werd gevoerd door een onderzoeksrechter;

- tegen deze onderzoeksrechter een gerechtelijk onderzoek wordt gevoerd door een kamervoorzitter-onderzoeksrechter van het hof van beroep te Gent;

- uit de verhoren van de eisers 1 en 2 blijkt dat niet alleen de voormelde onder-zoeksrechter in opspraak komt, maar ook dat grote sommen geld zouden zijn overhandigd aan een advocaat, die deze op zijn beurt zou overhandigen aan magistraten van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne in ruil voor een ver-vroegde vrijlating of strafvermindering;

- aldus de schijn wordt gewekt dat magistraten van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne mogelijks geld zouden hebben ontvangen teneinde bepaalde partijen een gunstige straftoemeting te garanderen;

- derhalve de onafhankelijkheid van de rechtbank te Veurne niet langer kan gegarandeerd worden en er sprake is van gewettigde verdenking.

17. In de voormelde door artikel 545, vierde lid, 1°, b), Wetboek van Strafvor-dering bedoelde verklaring wordt onder meer gesteld dat :

- de voormelde onderzoeksrechter sinds einde december 2012 met ziekteverlof is en sinds 1 augustus 2013 in ruste is gesteld en dus geen deel meer uitmaakt van de rechtbank;

- in het verzoekschrift geen enkele rechter met naam wordt genoemd en het ver-zoekschrift zich dus beperkt tot de bewering als zou de toenmalige raadsman van de eisers hebben verklaard dat hij gelden zou overhandigen aan niet nader aangeduide magistraten van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne;

- het verzoekschrift geen melding maakt van verifieerbare gegevens en evenmin bewijskrachtige en nauwkeurige feiten aandraagt, maar uitsluitend steunt op de verklaringen van de eisers 1 en 2;

- elke rechter van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne met klem ontkent ooit in enige zaak gelden aangeboden te hebben gekregen of te hebben ontvangen of op enige andere wijze te zijn benaderd;

- het verzoekschrift zeer vaag is over de lastens de eisers voor de rechtbank van eerste aanleg te Veurne gevoerde strafrechtelijke procedures;

- blijkt dat de eiser 1 op 8 juni 2010 werd verwezen naar de correctionele recht-bank bij beschikking gewezen door de toenmalige voorzitter van de rechtbank en die zaak werd gevonnist op 23 november 2010 door een alleen zetelend rechter, dat lastens de eiser 1 door de toenmalige voorzitter van de rechtbank bij beschikking van 26 april 2011 een buitenvervolgingstelling werd bevolen en dat de eiser 1 bij beschikking van 25 september 2012 door de toenmalige voorzitter van de rechtbank naar de correctionele rechtbank werd verwezen;

- de toenmalige voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne op 3 april 2013 tot een ander gerechtelijk ambt is benoemd en dus geen deel meer uitmaakt van de rechtbank;

- de rechter die het vonnis van 23 november 2010 heeft gewezen en die zetelde in de zaak waarvan thans de onttrekking wordt gevraagd, heeft verklaard zich van de zaak te zullen onthouden. Hij verklaart uitdrukkelijk op geen enkele manier te zijn benaderd, maar is van oordeel dat aangezien de eisers zijn objec-tiviteit, integriteit en onafhankelijkheid bij het wijzen van het vonnis van 23 november 2010 in vraag stellen, hij de huidige zaak lastens de eisers niet langer met de nodige onpartijdigheid kan beoordelen;

- de overige leden van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne, zoals thans sa-mengesteld, er geen kennis van hebben dat zij sinds 2010 als onderzoeksrech-ter-titularis of rechter in een correctionele kamer een zaak hebben behandeld tegen de eisers, zodat de beweringen van de eisers objectief ge¬zien onmogelijk op deze leden betrekking kunnen hebben;

- drie rechters recentelijk zijn benoemd (benoemingsbesluiten van 21 oktober 2010, 10 januari 2012 en 5 december 2012);

- de dienstdoende voorzitter van de rechtbank en een onderzoeksrechter op grond van artikel 292 Gerechtelijk Wetboek geen kennis kunnen nemen van de huidige zaak, aangezien zij zijn tussengekomen bij de verlenging van voor-waarden opgelegd aan een niet langer in de zaak betrokken zijnde inverden-kinggestelde voor zijn invrijheidstelling;

- derhalve nog drie rechters, waarvan twee recentelijk zijn benoemd, verklaren de zaak tegen de eisers onpartijdig en objectief te kunnen beoordelen, dat zij verklaren zich geenszins persoonlijk aangesproken te voelen door het verzoek-schrift en de aandacht die de media ten gevolge van de verklaringen van de ei-sers en hun raadsman aan de zaak heeft besteed, zodat zij allen van de zaak kennis kunnen nemen.

18. Het advies van de procureur des Konings bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne is in overeenstemming met de door de dienstdoende voorzitter van de rechtbank opgestelde verklaring. De procureur des Konings wijst er bovendien op dat voor zover geen van de rechters benoemd in de rechtbank van eerste aanleg te Veurne van de zaak zou kennis kunnen nemen, een beroep kan worden gedaan op een rechter die met toepassing van artikel 100 Gerechtelijk Wetboek ook in de rechtbank van eerste aanleg te Veurne is benoemd.

19. Het door artikel 542, tweede lid, Wetboek van Strafvordering bedoelde ver-zoek tot verwijzing van de ene naar de andere rechtbank, moet bewijskrachtige en nauwkeurige feiten aandragen die, indien zij juist blijken te zijn, gewettigde ver-denking kunnen meebrengen omtrent de onafhankelijkheid en onpartijdigheid, die wordt vermoed, van alle magistraten waaruit het rechtscollege is samengesteld.

20. Het Hof dient vast te stellen dat:

- de eisers voor hun bewering dat magistraten van de rechtbank van eerste aanleg te Veurne mogelijks geld zouden hebben ontvangen teneinde bepaalde partijen een gunstige straftoemeting te garanderen, uitsluitend steunen op verklaringen afgelegd door de eisers 1 en 2, welke niet door enig ander gegeven worden ge-objectiveerd;

- de bewering van de eisers met betrekking tot het vonnis van 23 november 2010 onmogelijk van toepassing kan zijn op alle rechters waaruit de rechtbank van eerste aanleg te Veurne thans is samengesteld.

21. Het verzoek is bijgevolg niet gegrond.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het verzoek.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Bepaalt de kosten tot op heden op 0 euro.

F. Adriaensen A. Lievens P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 8 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

Vrije woorden

  • Verzoek tot verwijzing wegens gewettigde verdenking

  • Gegrondheid