- Arrest van 10 oktober 2013

10/10/2013 - C.12.0582.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De verpachter op wiens eigendom aanplantingen zijn aangebracht die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 28 Pachtwet, heeft het recht op het einde van de pacht deze voor zich te behouden, ofwel de pachter te verplichten ze weg te nemen; als de verpachter ervoor opteert om de aanplantingen te behouden, is hij een vergoeding verschuldigd overeenkomstig het derde lid van artikel 555 Burgerlijk Wetboek; het recht van natrekking van de verpachter die verkiest de aanplantingen te behouden ontstaat bij het einde van de pacht; hij kan zijn keuze bekend maken bij het einde van de pacht; het staat de verpachter evenwel vrij zijn keuze tot behoud van de aanplantingen voor het einde van de pacht kenbaar te maken; als de pachter instemt met deze keuze en de aanplantingen niet wegruimt, ontstaat daardoor op het einde van de pacht voor de verpachter een verplichting tot vergoeding van de pachter overeenkomstig artikel 555, derde lid, Burgerlijk Wetboek.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0582.N

1. G B,,

2. G B LANDBOUWVENNOOTSCHAP,

eisers,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eisers woonplaats kiezen,

tegen

S B, wonende te 3890 Gingelom, Houtstraat 2/A000,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt van 30 april 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. De verpachter op wiens eigendom aanplantingen zijn aangebracht die niet voldoen aan de voorwaarden van artikel 28 Pachtwet, heeft het recht op het einde van de pacht deze voor zich te behouden, ofwel de pachter te verplichten ze weg te nemen. Als de verpachter ervoor opteert om de aanplantingen te behouden, is hij een vergoeding verschuldigd overeenkomstig het derde lid van artikel 555 Burgerlijk Wetboek.

Het recht van natrekking van de verpachter die verkiest de aanplantingen te be-houden ontstaat bij het einde van de pacht. Hij kan zijn keuze bekend maken bij het einde van de pacht.

Het staat de verpachter evenwel vrij zijn keuze tot behoud van de aanplantingen voor het einde van de pacht kenbaar te maken. Als de pachter instemt met deze keuze en de aanplantingen niet wegruimt, ontstaat daardoor op het einde van de pacht voor de verpachter een verplichting tot vergoeding van de pachter overeen-komstig artikel 555, derde lid, Burgerlijk Wetboek.

2. In zoverre het middel ervan uitgaat dat de partijen niet reeds voor het einde van de pacht een akkoord kunnen sluiten over het al dan niet behoud van de be-staande aanplantingen, faalt het naar recht.

3. In zoverre het middel kritiek uitoefent op het oordeel van de appelrechters dat de eiser door te kiezen voor het behoud van de aanplantingen door natrekking onmiddellijk eigenaar is geworden van de aanplantingen, komt het op tegen een overtollig motief en is het bij gebrek aan belang niet ontvankelijk.

4. Verder gaat het middel ervan uit dat de appelrechters hun oordeel dat de ei-ser heeft gekozen voor het behoud van de aanplantingen, steunen op een verkeer-de lezing van zijn conclusie van 10 september 2010 voor de vrederechter, mitsdien de bewijskracht ervan miskennen.

De appelrechters geven, in navolging van de vrederechter, van de conclusie van de eiser een uitlegging die met de bewoordingen ervan niet onverenigbaar is.

Het middel mist in zoverre feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot kosten.

Bepaalt de kosten voor de eisers op 832,98 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Bart Wylleman, en in openbare rechtszitting van 10 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen B. Wylleman G. Jocqué

K. Mestdagh B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Aanplantingen door de pachter

  • Recht op natrekking door de verpachter

  • Keuze tot behoud van de aanplantingen

  • Tijdstip kenbaarmaking