- Arrest van 11 oktober 2013

11/10/2013 - C.12.0245.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 29 van de Pachtwet blijkt dat, enerzijds, de wetgever de feitenrechter heeft willen laten oordelen over de vraag of de wanuitvoering van de overeenkomst ernstig genoeg is om de ontbinding uit te spreken en dat, anderzijds, de ernst van de wanuitvoering beoordeeld moet worden in het licht van de mogelijke schade die de verpachter daardoor heeft geleden (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0245.F

1. Ph. L.,

2. P. L.,

Mr. Jacqueline Oosterbosch, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M. G.,

e.a.,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Neufchâteau van 11 januari 2012.

Procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft op 31 juli 2013 een conclusie neergelegd ter griffie.

Raadsheer Michel Lemal heeft verslag uitgebracht en procureur-generaal Jean-François Leclercq heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eisers voeren de volgende twee middelen aan.

(...)

Tweede middel

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 1315 van het Burgerlijk Wetboek;

- artikel 870 van het Gerechtelijk Wetboek;

- artikel 29 van de wet van 4 november 1969, die afdeling 3 van hoofdstuk II, titel VIII, boek III van het Burgerlijk Wetboek vormt, welke betrekking heeft op de regels betreffende de pacht in het bijzonder;

- artikel 149 van de Grondwet.

Aangevochten beslissingen

Het bestreden vonnis verklaart het hoger beroep ontvankelijk maar niet-gegrond; bevestigt het beroepen vonnis, in zoverre het de ontbinding van de pachtovereenkomst betreffende de boerderijgebouwen met woongedeelte en de grond van 22 are, gelegen in de rue... te W., in het nadeel van de eerste eiser uitspreekt en hem veroordeelt tot betaling, aan de verweerders, van een provisioneel bedrag van een euro op hun schade; veroordeelt de tweede eiser om de gebouwen te verlaten met alles wat hem toebehoort en om aan de verweerders een provisioneel bedrag van een euro te betalen wegens foutieve betrekking van de plaats; beslist, met wijziging van het beroepen vonnis, dat de eisers de plaats tegen 31 oktober 2012 opnieuw aan de verweerders ter beschikking moeten stellen; veroordeelt de eisers tot de kosten van het hoger beroep, om alle redenen die hier als volledig weergegeven worden beschouwd, en met name om de in het eerste middel bedoelde redenen, die hier als weergegeven worden beschouwd.

Grieven

(...)

Tweede onderdeel

Het bestreden vonnis beslist dat, zodra de verantwoording van de bescherming niet meer bestaat, de door de Pachtwet op het eigendomsrecht gestelde beperkingen niet meer naar recht zijn verantwoord en de eigenaar schade berokkenen.

Het bestreden vonnis onderzoekt zodoende de ernst van de tekortkoming niet in het licht van de schade die de verweerders in concreto zouden hebben geleden maar beslist dat de schade automatisch voortvloeit uit de fout die de eerste eiser heeft begaan door de gebouwen niet langer hoofdzakelijk voor landbouw te bestemmen. Het vonnis schendt derhalve artikel 29 van de wet van 4 november 1969.

Daarenboven moeten de pachters krachtens de artikelen 1315 van het Burgerlijk Wetboek en 870 van het Gerechtelijk Wetboek hun schade in concreto aantonen. Het bestreden vonnis, dat beslist dat de verpachter in de regel schade lijdt zodra de verantwoording van de bescherming niet meer bestaat, ontslaat de verweerders onwettig van de verplichting om dat bewijs te leveren en schendt aldus de artikelen 1315 van het Burgerlijk Wetboek en 870 van het Gerechtelijk Wetboek.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede middel

Tweede onderdeel

Artikel 29 Pachtwet van 4 november 1969 bepaalt dat, indien de pachter van een landeigendom dit niet voorziet van de dieren en het gereedschap nodig voor het bedrijf, indien hij met de bebouwing ophoudt, indien hij bij de bebouwing niet als een goed huisvader handelt, indien hij het gepachte voor een ander doel aanwendt dan waartoe het bestemd was, of, in het algemeen, indien hij de bepalingen van de pachtovereenkomst niet nakomt, en daardoor schade ontstaat voor de verpachter, deze, naar gelang van de omstandigheden, de pachtovereenkomst kan doen ont-binden.

Uit het gebruik van de bewoordingen "daardoor schade ontstaat voor de ver-pachter" en "naar gelang van de omstandigheden" en uit de verplichting, voor de pachter, om in geval van een ontbinding door zijn fout de door hem veroorzaakte schade te herstellen, moet worden afgeleid dat, enerzijds, de wetgever de feiten-rechter heeft willen laten oordelen over de vraag of de wanuitvoering van de over-eenkomst ernstig genoeg is om de ontbinding uit te spreken en dat, anderzijds, de ernst van de wanuitvoering beoordeeld moet worden in het licht van een schade die de verpachter daardoor heeft geleden.

Het bestreden vonnis beslist dat "de Pachtwet een uitgebreide bescherming aan de pachter biedt en de rechten van de eigenaar zodoende aanzienlijk beperkt, niet al-leen omdat de pachtprijzen beperkt worden maar ook omdat er weinig vraag is naar een goed waarop een pachtovereenkomst rust" en dat, "zodra de verant-woording van de bescherming niet meer bestaat, de aan de eigenaar opgelegde beperkingen niet langer naar recht verantwoord zijn en hem schade berokkenen".

Het bestreden vonnis beslist zodoende dat het feit dat de eerste eiser de bescher-ming van de wet blijft aanvoeren, hoewel hij daar geen recht meer op had, de verweerders schade berokkent die voortvloeit uit de beperking van hun rechten.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eisers tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Alain Simon, Michel Lemal en Marie-Claire Ernotte, en in openbare terechtzitting van 11 oktober 2013 uitgesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van procureur-generaal Jean-François Leclercq, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Antoine Lievens en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Ontbinding