- Arrest van 15 oktober 2013

15/10/2013 - P.12.1764.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De door artikel 20bis Vlaamse Wooncode bepaalde herstelvordering valt gelet op haar aard en doelstellingen niet onder het begrip burgerlijke belangen in de zin van artikel 4, twaalfde lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zodat bij de behandeling van en de uitspraak over de herstelvordering door het strafgerecht de aanwezigheid van het openbaar ministerie noodzakelijk is (1). (1) Zie Cass. 8 sept. 2009, AR P.09.0341.N, AC 2009, nr. 483 met concl. O.M.; Cass. 3 sept. 2013, AR P.12.1041.N, AC 2013, nr. …

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1764.N

VLAAMSE WOONINSPECTEUR, met kantoor te 9000 Gent, Gebroeders Van Eyckstraat 4-6,

eiser tot herstel,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. N G,

beklaagde,

2. C G,

beklaagde,

verweersters.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 1 oktober 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 138bis Gerechtelijk Wetboek, artikel 44 Strafwetboek, de artikelen 161, 189, 190, 210 en 211 Wetboek van Strafvordering, artikel 4, twaalfde lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvor-dering en de artikelen 20, § 1, en 20bis, § 1 en § 2, Vlaamse Wooncode: de her-stelvordering werd behandeld en het arrest werd uitgesproken zonder de verplich-te aanwezigheid van het openbaar ministerie.

2. Overeenkomstig de artikelen 190, 210 en 211 Wetboek van Strafvordering moet het openbaar ministerie voor de strafgerechten aanwezig zijn op alle rechts-zittingen waarop de zaak wordt behandeld, evenals bij de uitspraak van het vonnis of arrest.

Volgens artikel 4, twaalfde lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Strafvordering is de aanwezigheid van het openbaar ministerie op de rechtszitting evenwel niet ver-plicht wanneer alleen de burgerlijke belangen bij de rechter aanhangig worden gemaakt.

3. Volgens artikel 20bis, § 1, Vlaamse Wooncode kan de rechtbank naast de straf ambtshalve of op vordering van de wooninspecteur of het college van bur-gemeester en schepenen op wier grondgebied de in artikel 20 bedoelde woning is gelegen, de overtreder bevelen de werken uit te voeren om de woning te laten vol-doen aan de vereisten van artikel 5.

Volgens artikel 20bis, § 2, Vlaamse Wooncode worden de in § 1 bedoelde vorde-ringen bij het parket ingeleid bij gewone brief in naam van het Vlaamse Gewest of het college van burgemeester en schepenen, door de wooninspecteurs en de aan-gestelden van het college van burgemeester en schepenen.

Krachtens artikel 138bis, § 1, Gerechtelijk Wetboek is het openbaar ministerie bevoegd om de bij brief door de herstelvorderende overheden geformuleerde her-stelvordering voor de strafrechter uit te oefenen.

4. De door artikel 20bis Vlaamse Wooncode bepaalde herstelvordering is een bijzonder gereglementeerde vordering tot teruggave als bedoeld in artikel 44 Strafwetboek en de artikelen 161 en 189 Wetboek van Strafvordering, die ertoe strekt een einde te maken aan de onwettige en uit het misdrijf ontstane toestand en tot realisering van de krachtens artikel 5 Vlaamse Wooncode bepaalde elementaire veiligheids-, gezondheids- en woonkwaliteitsnormen.

Hoewel burgerlijk van aard, valt deze herstelvordering onder de strafvordering.

Bij hun optreden als eiser tot herstel streven de herstelvorderende overheden geen particulier belang na, maar oefenen zij een decretaal bepaalde opdracht van alge-meen belang uit.

5. De door artikel 20bis Vlaamse Wooncode bepaalde herstelvordering valt ge-let op haar aard en doelstellingen dan ook niet onder het begrip burgerlijke belan-gen in de zin van artikel 4, twaalfde lid, Voorafgaande Titel Wetboek van Straf-vordering.

6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt niet dat het openbaar ministerie aanwezig was op de rechtszittingen waarop de appelrechters de herstelvordering van de eiser hebben behandeld en evenmin bij de uitspraak van het arrest. Het arrest is bijgevolg onwettig.

Het middel is gegrond.

Overige grieven

7. De overige grieven kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en be-hoeven dan ook geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Bepaalt de kosten op 503,08 euro waarvan 212,85 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 15 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis P. Hoet

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Vlaamse Wooncode

  • Herstelvordering

  • Begrip

  • Gevolg

  • Samenstelling van het strafgerecht