- Arrest van 17 oktober 2013

17/10/2013 - F.12.0124.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 81bis, §1, derde lid, 3°, btw-wetboek volgt dat de erin vermelde zevenjarige verjaringstermijn slechts van toepassing is indien bewijskrachtige gegevens waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België of dat er onrechtmatige belastingaftrekken werden toegepast, maar niet wanneer belastbare handelingen ten onrechte werden vrijgesteld (1). (1) Zie concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. F.12.0124.N

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën, met kabinet te 1000 Brussel, Wetstraat 12, voor wie optreedt de administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit (sector btw), in de persoon van de reken-plichtige van het btw-ontvangkantoor, met kantoor te 2800 Mechelen, Zwartzus-tersvest 24, bus 32,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

FERYN INTERNATIONAL nv, met zetel te 2830 Willebroek, Emile Vander-veldestraat 136,

verweerster,

met als raadsman mr. Stefan Sablon, advocaat bij de balie te Brussel, met kantoor te 1000 Brussel, Verenigingstraat 57-59, waar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 13 maart 2012.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft op 18 april 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Dirk Thijs heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Artikel 81bis, § 1, derde lid, 3°, Btw-wetboek, zoals ten deze van toepas-sing, bepaalt dat er verjaring is voor de vordering tot voldoening van de belasting, de interesten en de administratieve geldboeten, na het verstrijken van het zevende kalenderjaar volgend op dat waarin de oorzaak van opeisbaarheid zich heeft voor-gedaan, wanneer bewijskrachtige gegevens, waarvan de administratie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aangegeven in België of dat er belastingaftrekken werden toegepast met overtreding van de wettelijke en verordeningsbepalingen die daarop van toepassing zijn.

2. Uit die bepaling volgt dat de erin vermelde zevenjarige verjaringstermijn slechts van toepassing is indien bewijskrachtige gegevens waarvan de administra-tie kennis heeft gekregen, aantonen dat belastbare handelingen niet werden aange-geven in België of dat er onrechtmatige belastingaftrekken werden toegepast, maar niet wanneer belastbare handelingen ten onrechte werden vrijgesteld.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 285,93 euro en voor de verweerster op 171,92 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Beatrijs Deconinck, Geert Jocqué, Filip Van Volsem en Bart Wylleman, en op de openbare rechtszitting van 17 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Dirk Thijs, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche B. Wylleman F. Van Volsem

G. Jocqué B. Deconinck E. Dirix

Vrije woorden

  • Invordering

  • Verjaring

  • Bewijskrachtige gegevens die uitwijzen dat belastbare inkomsten niet werden aangegeven

  • Verjaringstermijn van zeven jaar