- Arrest van 22 oktober 2013

22/10/2013 - P.13.1574.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De strafuitvoeringsrechtbank kan, op vordering van het openbaar ministerie, een beslissing nemen die afwijkt van een vorige wanneer zich nieuwe feiten hebben voorgedaan zoals vermeld in artikel 64 Wet Strafuitvoering; het feit dat de strafuitvoeringsrechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling bij een vorige beslissing niet heeft herroepen wegens de niet-naleving van een opgelegde voorwaarde, belet haar bijgevolg niet om die herroeping later toch uit te spreken wanneer de niet-naleving van die voorwaarde voortduurt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1574.N

B J,

veroordeelde tot een vrijheidsstraf, gedetineerd,

eiser,

met als raadsman mr. Jürgen Millen, advocaat bij de balie te Tongeren.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Antwerpen, van 13 september 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een grief aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Grief

1. De grief voert schending aan van artikel 64 Wet Strafuitvoering: het vonnis herroept de voorwaardelijke invrijheidstelling op basis van het niet-naleven van bijzondere voorwaarden hoewel het openbaar ministerie de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling had gevorderd wegens het bestaan van een ge-vaarsituatie voor betrokkene of derden; de strafuitvoeringsrechtbank was niet ge-vat voor een herroeping wegens het verbreken van een bijzonder voorwaarde; de herroeping wegens gebrek aan dagbesteding kon niet beslist worden daar de straf-uitvoeringsrechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling op 28 juni 2013 niet herroepen heeft, hoewel dat toen ook ter sprake kwam.

1. Uit de akte van aanhangigmaking van 16 augustus 2013 blijkt dat de zaak met het oog op herroeping of herziening van de voorwaardelijke invrijheidstelling, voor de strafuitvoeringsrechtbank werd gevorderd omwille van "1. een ernstig gevaar... voor de psychische of fysieke integriteit van derden. 2. niet naleven van de bijzondere voorwaarden".

In zoverre mist de grief feitelijke grondslag.

2. De strafuitvoeringsrechtbank kan, op vordering van het openbaar ministerie, een beslissing nemen die afwijkt van een vorige wanneer zich nieuwe feiten heb-ben voorgedaan zoals vermeld in artikel 64 Wet Strafuitvoering. Het feit dat de strafuitvoeringsrechtbank de voorwaardelijke invrijheidstelling bij een vorige be-slissing niet heeft herroepen wegens de niet-naleving van een opgelegde voor-waarde, belet haar bijgevolg niet om die herroeping later toch uit te spreken wan-neer de niet naleving van die voorwaarde voortduurt.

In zoverre de grief uitgaat van een andere rechtsopvatting faalt deze naar recht.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

3. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 6,11 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 22 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

A. Lievens A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Voorwaardelijke invrijheidstelling

  • Herroeping