- Arrest van 23 oktober 2013

23/10/2013 - P.13.0727.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De overheid, die ten gevolge van de fout van een derde de arbeidsprestaties van een van haar personeelsleden moet missen en die, overeenkomstig haar wettelijke of reglementaire verplichtingen dat personeelslid de bezoldiging moet blijven doorbetalen die met de verloren prestaties overeenstemt, lijdt schade die op grond van artikel 1382 van het Burgerlijk Wetboek kan worden vergoed, tenzij uit de wet, het reglement of de overeenkomst blijkt dat de uitgave definitief voor rekening moet blijven van degene die zich ertoe verbindt of die ze moet verrichten (1). (1) Zie Cass. 16 jan. 2006, AR C.04.0252.F, AC 2004, nr. 35.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0727.F

1. B. L.,

2. TRANSPORTS PIVET FREDERIC, bvba naar Frans recht,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie, en mr. Gautier Pijcke, advocaat bij de balie te Brussel,

tegen

WAALS GEWEST, vertegenwoordigd door haar regering, ten verzoeke van de minister van Begroting, Huisvesting, Uitrusting en Openbare Werken,

Mr. François T'Kint, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen de vonnissen in hoger beroep van de cor-rectionele rechtbank te Dinant van 15 oktober 2007 en 4 februari 2013.

De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

Het middel verwijt de bestreden vonnissen dat ze de verweerster de bedragen toe-kennen die overeenkomen met het brutoloon van haar twee personeelsleden tij-dens de periodes van tijdelijke arbeidsongeschiktheid waardoor zij werden getrof-fen ten gevolge van een ongeval dat door de fout van de eiser was veroorzaakt. De appelrechters wordt verweten dat zij die beslissing hebben genomen door de besluiten van de administratieve gezondheidsdienst, die bindend zijn voor de te-werkstellende overheid, te hebben laten voorgaan op die van de gerechtsdeskun-dige.

De overheid die, ten gevolge van de fout van een derde, de arbeidsprestaties van een van haar personeelsleden moet missen en die, overeenkomstig haar wettelijke of reglementaire verplichtingen, haar personeelslid de bezoldiging moet blijven doorbetalen die met de verloren prestaties overeenstemt, lijdt schade waarvoor op grond van artikel 1382 Burgerlijk Wetboek een vergoeding kan worden gevor-derd, tenzij uit de wet, het reglement of de overeenkomst blijkt dat de uitgave de-finitief voor rekening moet blijven van degene die zich ertoe verbonden heeft of die ze moet verrichten.

Uit de regel waarbij de overheid aan een van haar personeelsleden wiens afwezig-heid te wijten is aan de fout van een derde, diens activiteitswedde betaalt als voorschot op de door de derde verschuldigde vergoeding, kan worden afgeleid dat die uitgaven niet definitief voor rekening van de overheid komen.

Het eigen verhaalsrecht van de tewerkstellende overheid betreft noodzakelijk een andere schade dan die welke de getroffene van het ongeval rechtstreeks heeft ge-leden.

De specifieke schade van de tewerkstellende overheid is het brutoloon dat zij heeft moeten doorbetalen aan haar personeelslid dat is getroffen door een ongeval dat aan de fout van een derde is te wijten. Die schade kan worden bepaald door de beslissing van de administratieve gezondheidsdienst, die bindend is voor de werkgever en waaruit blijkt dat de getroffene geen toestemming heeft gekregen om gedurende een bepaalde periode het werk te hervatten, ongeacht de eventueel afnemende graad van arbeidsongeschiktheid in de loop van die periode.

Het tweede vonnis oordeelt dat de redenen waarom het verslag van de administra-tieve gezondheidszorg voorrang moet krijgen, gezocht moeten worden in het me-chanisme van het eigen vorderingsrecht van de werkgever. Volgens de correctio-nele rechtbank heeft de degressiviteit van de tijdelijke arbeidsongeschiktheidsper-centages van de getroffene, zoals ze door de gerechtsdeskundige zijn vastgesteld, geen gevolgen voor de afzonderlijke schade van de tewerkstellende overheid, die haar personeelslid het brutoloon heeft moeten doorbetalen dat overeenstemt met prestaties die zij tijdens de periode van arbeidsongeschiktheid volledig heeft moe-ten missen.

De appelrechters verantwoorden hun beslissing bijgevolg naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede onderdeel

Het middel verwijt het tweede vonnis dat het niet in concreto onderzoekt of de openbaarmaking van de redenen van de beslissing van de administratieve gezond-heidsdienst het medisch geheim niet heeft geschonden. Het leidt daaruit af dat ar-tikel 4, 4°, Wet Motivering bestuurshandelingen is geschonden.

Krachtens de aangevoerde wetsbepaling dient de bestuurshandeling niet gemoti-veerd te worden indien dat afbreuk kan doen aan de eerbied voor het privéleven of het beroepsgeheim.

Het vonnis oordeelt dat dit risico is aangetoond, vermits de besluiten van de ge-zondheidsdienst het resultaat zijn van een medisch consult dat geheim is.

De appelrechters schenden de aangevoerde wetsbepaling dus niet, aangezien deze hun niet oplegt de gronden op te geven van hun redengeving en dus evenmin om in concreto de medische redenen te onderzoeken, die vertrouwelijk moeten blij-ven.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

Het middel voert aan dat het eerste vonnis zichzelf tegenspreekt door voor de eer-ste getroffene te beslissen dat de schade moet worden geraamd met verwijzing naar de beslissing van de administratieve gezondheidsdienst, aangezien de beslui-ten van de deskundige niet tegen het Gewest kunnen worden aangevoerd en door voor de tweede getroffene te beslissen dat het medisch deskundigenonderzoek moet worden uitgevoerd, bij ontstentenis waarvan het Gewest niet aantoont dat de uitkeringen in oorzakelijk verband staan met het ongeval.

Voor de eerste getroffene beslist het vonnis dat de voor hem verrichte uitkeringen gedurende de door de gezondheidsdienst vastgestelde periodes van arbeidsonge-schiktheid, de werkelijke schade van de werkgever vormen, wat de gerechtsdes-kundige bevestigt. Voor de tweede getroffene houdt het vonnis de uitspraak aan in afwachting van de resultaten van het gerechtelijk deskundigenonderzoek, waar-door kan worden nagegaan of de voor hem verrichte uitgaven in oorzakelijk ver-band staan met het ongeval.

Die beslissingen zijn niet aangetast door de aangevoerde tegenstrijdigheid.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eisers tot de kosten van hun cassatieberoep.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 23 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Publiekrechtelijke rechtspersoon

  • Werkgever

  • Slachtoffer

  • Fout van een derde

  • Uitgaven

  • Arbeidsprestaties

  • Wettelijke, reglementaire of contractuele verplichtingen