- Arrest van 24 oktober 2013

24/10/2013 - C.12.0068.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het gebruik dat strijdig is met de bestemmingsvoorschriften van de plannen van aanleg vanaf 1 mei 2000 kan een strafbare handeling uitmaken, voor zover dit strijdig gebruik een ruimtelijke implicatie heeft, hetgeen de rechter in concreto dient na te gaan (1). (1) Zie de deels strijdige concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0068.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimte-lijke Ordening en Sport, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 19, bus 11,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

J.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 13 april 2011.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 5 september 2013 een schriftelij-ke conclusie neergelegd.

Raadsheer Beatrijs Deconinck heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. FEITEN

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan en het bestreden arrest blijken de volgende feiten:

- de verweerster is (mede)eigenaar van een stuk grond gelegen te Essen, in land-schappelijk waardevol agrarisch gebied, alwaar een houten chalet werd opge-richt in 1972;

- op 12 november 2008 stellen de verbalisanten vast dat op het perceel een hou-ten chalet is opgericht van 3 m breed op 4,5 m diep, waarin enkel tuinmeu-bilair, een weinig speelgoed en een verwarmingstoestel zijn ondergebracht; de chalet is niet ingericht voor langere verblijven; tevens wordt vastgesteld dat een waterput is geboord;

- de onmiddellijke staking werd bevolen van de "handelingen/strijdig gebruik";

- het stakingsbevel van het strijdig gebruik werd op 26 november 2008 bekrach-tigd door de gewestelijk stedenbouwkundige inspecteur op grond van artikel 154 Stedenbouwdecreet 1999;

- op 22 juni 2009 heeft de verweerster de eiser gedagvaard in opheffing van het stakingsbevel;

- bij beschikking van 7 januari 2010 werd de opheffing van het stakingsbevel bevolen, en bij arrest van 13 april 2011 werd dit bevestigd.

IV. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 6.1.1, eerste lid, 6°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is de persoon strafbaar die na 1 mei 2000 een inbreuk pleegt op de plannen van aanleg en verordeningen die tot stand zijn gekomen volgens de bepalingen van het Stedenbouwdecreet 1996 en die van kracht blijven zolang en in de mate dat ze niet vervangen worden door nieuwe voorschriften uitgevaardigd krachtens deze codex, of dit voortzet of in stand houdt, op welke wijze ook, tenzij de uitgevoerde werken, handelingen of wijzigingen vergund zijn.

2. Krachtens artikel 1.1.2, 7°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt voor de toepassing van deze codex onder "handelingen" verstaan: werkzaamhe-den, wijzigingen of activiteiten met ruimtelijke implicaties.

3. Uit de voormelde bepalingen volgt dat het gebruik dat strijdig is met de be-stemmingsvoorschriften van de plannen van aanleg vanaf 1 mei 2000 een strafbare handeling kan uitmaken, op grond van artikel 6.1.1, eerste lid, 6°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover dit strijdig gebruik een ruimtelijke implicatie heeft, hetgeen de rechter in concreto dient na te gaan.

4. De appelrechters oordelen dat:

- het houten chalet in 1972 werd opgericht, zodat de strafvordering met betrek-king tot het niet-naleven van de vergunningsplicht alleszins verjaard is;

- artikel 146, derde lid, Stedenbouwdecreet 1999 de strafbaarstelling van in-standhoudingsmisdrijven in niet-kwetsbare gebieden opheft en het in stand houden/strijdig gebruik van de huidige situatie niet langer een misdrijf kan zijn waaraan strafrechtelijke sancties kunnen worden gekoppeld;

- wat het stakingsbevel betreft, een rechter van oordeel kan zijn dat gelet op het jarenlange gebruik, het stakingsbevel in de gegeven situatie niet meer gericht is op de voorkoming van een aantasting van de goede ruimtelijke ordening.

Door aldus te oordelen geven de appelrechters te kennen dat het strijdig gebruik geen ruimtelijke implicatie heeft en verantwoorden zij hun beslissing naar recht.

Het onderdeel kan in zoverre niet worden aangenomen.

5. De subsidiair aangevoerde grieven zijn afgeleid en zijn dienvolgens niet ontvankelijk.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 797,47 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 24 oktober 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deco-ninck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky A. Lievens G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Plan van aanleg

  • Gebruik

  • Strijdig met de bestemmingsvoorschriften

  • Strafbare handeling

  • Voorwaarde

  • Opdracht van de rechter