- Arrest van 24 oktober 2013

24/10/2013 - C.12.0069.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het gebruik dat strijdig is met de bestemmingsvoorschriften van de plannen van aanleg vanaf 1 mei 2000 kan een strafbare handeling uitmaken, voor zover dit strijdig gebruik een ruimtelijke implicatie heeft, hetgeen de rechter in concreto dient na te gaan (1). (1) Zie de deels strijdige concl. O.M.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0069.N

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de minister-president, met kabinet te 1000 Brussel, Martelaarsplein 19, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Financiën, Begroting, Werk, Ruimte-lijke Ordening en Sport, met kantoor te 1210 Sint-Joost-ten-Node, Koning Albert II-laan 19, bus 11,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

1. D.,

verweerder,

2. M.,

verweerster.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 13 april 2011.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 5 september 2013 een schriftelij-ke conclusie neergelegd.

Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 6.1.1, eerste lid, 6°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is de persoon strafbaar die na 1 mei 2000 een inbreuk pleegt op de plannen van aanleg en verordeningen die tot stand zijn gekomen volgens de bepalingen van het Stedenbouwdecreet 1996 en die van kracht blijven zolang en in de mate dat ze niet vervangen worden door nieuwe voorschriften uitgevaardigd krachtens deze codex, of dit voortzet of in stand houdt, op welke wijze ook, tenzij de uitgevoerde werken, handelingen of wijzigingen vergund zijn.

2. Krachtens artikel 1.1.2, 7°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening wordt voor de toepassing van deze codex onder "handelingen" verstaan: werkzaamhe-den, wijzigingen of activiteiten met ruimtelijke implicaties.

3. Uit de voormelde bepalingen volgt dat het gebruik dat strijdig is met de be-stemmingsvoorschriften van de plannen van aanleg vanaf 1 mei 2000 een strafbare handeling kan uitmaken, op grond van artikel 6.1.1, eerste lid, 6°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening, voor zover dit strijdig gebruik een ruimtelijke implicatie heeft, hetgeen de rechter in concreto dient na te gaan.

4. Het onderdeel dat geheel ervan uitgaat dat het gebruik dat strijdig is met de bestemmingsvoorschriften van de plannen van aanleg, ingevolge de voormelde bepaling vanaf 1 mei 2000 steeds een strafbare handeling uitmaakt, berust op een onjuiste rechtsopvatting en faalt mitsdien naar recht.

5. De subsidiair aangevoerde grieven zijn afgeleid en mitsdien niet ontvanke-lijk.

Tweede onderdeel

6. Krachtens artikel 6.1.1, eerste lid, 1°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening is de persoon strafbaar die de bij de artikelen 4.2.1 en 4.2.15 bepaalde handelingen hetzij zonder voorafgaande vergunning, hetzij in strijd met de vergunning, hetzij na verval, vernietiging of het verstrijken van de termijn van de vergunning, hetzij in geval van schorsing van de vergunning, uitvoert, voortzet of in stand houdt.

Krachtens artikel 4.2.1, 5°, c), Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening mag nie-mand zonder voorafgaande stedenbouwkundige vergunning een grond gewoonlijk gebruiken, aanleggen of inrichten voor het plaatsen van één of meer verplaatsbare constructies die voor bewoning kunnen worden gebruikt, zoals woonwagens, kampeerwagens, afgedankte voertuigen of tenten.

7. Deze bepalingen stellen enkel strafbaar het gewoonlijk gebruiken van een grond voor het plaatsen van één of meer verplaatsbare inrichtingen die voor be-woning kunnen worden gebruikt, dit is het herhaaldelijk plaatsen van dergelijke inrichtingen op een stuk grond, maar niet het gebruik van deze inrichtingen als dusdanig.

8. Het onderdeel dat geheel ervan uitgaat dat het recreatief gebruik als week-endverblijf van een zonder stedenbouwkundige vergunning geplaatste verplaats-bare inrichting het in artikel 4.2.1, 5°, c), Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bedoelde misdrijf oplevert, berust op een onjuiste rechtsopvatting.

Het onderdeel faalt naar recht.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiser op 791,46 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Antoine Lievens, en in openbare rechtszitting van 24 oktober 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deconinck in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van af-gevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky A. Lievens G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Plan van aanleg

  • Gebruik

  • Strijdig met de bestemmingsvoorschriften

  • Strafbare handeling

  • Voorwaarde

  • Opdracht van de rechter