- Arrest van 28 oktober 2013

28/10/2013 - C.12.0436.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer het slachtoffer het bewijs levert van een abnormaal gevaar op een weg in de gemeente, dient in beginsel te worden aanvaard, behoudens tegenbewijs, dat de gemeentelijke overheid die gevaarssituatie behoorde te kennen en te weten dat maatregelen vereist waren om het gevaar weg te werken; de gemeentelijke overheid kan in dat geval ontkomen aan haar aansprakelijkheid als zij het bewijs levert dat zij de gevaarssituatie niet behoorde te kennen of niet kende of nog dat zij niet tijdig de nodige maatregelen heeft kunnen treffen om het abnormaal gevaar te beoordelen (1). (1) Cass. 17 april 2008, AR C.06.0575.N, AC 2008, nr. 230.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0436.F

ETHIAS nv,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. C. G.,

Mr. Pierre Van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. ALLIANZ BELGIUM nv.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Nijvel van 4 april 2012.

De eerste voorzitter heeft bij beschikking van 3 oktober 2013 de zaak verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

(...)

Tweede onderdeel

Wanneer het slachtoffer het bewijs levert van een abnormaal gevaar op een weg in de gemeente, dient in beginsel te worden aanvaard, behoudens tegenbewijs, dat de gemeentelijke overheid die gevaarssituatie behoorde te kennen en te weten dat maatregelen vereist waren om het gevaar weg te werken.

De gemeentelijke overheid kan in dat geval ontkomen aan haar aansprakelijkheid als zij het bewijs levert dat zij de gevaarssituatie niet behoorde te kennen of niet kende of nog dat zij niet tijdig de nodige maatregelen heeft kunnen treffen om het abnormaal gevaar te beoordelen.

Het bestreden vonnis gaat dit na en stelt dat "de strooidienst die een eerste keer verwittigd werd om 8.20 u. door de politie, terug opgebeld door de burgemeester om 8.40 u., een derde keer verwittigd om 8.54 u. door de politie die ter plaatse was voor het eerste ongeval en terug opgebeld werd door de brandweercommandant om 9 uur, is toch niet operationeel wanneer rond 9.30 u. het tweede ongeval gebeurt. De weg is niet afgesloten voor het verkeer. De eerste beambte van de strooidienst verschijnt om 9.13 u., terwijl de burgemeester verklaart dat een wachtdienst is ingesteld om snel te kunnen tussenkomen".

Het bestreden vonnis verantwoordt aldus zijn beslissing naar recht dat de gemeen-te Rebecq aansprakelijk is op grond van de artikelen 1382 en 1383 Burgerlijk Wetboek en van artikel 135, § 2, Nieuwe Gemeentewet.

Met de voormelde overwegingen oordeelt het bestreden vonnis bovendien dat er een abnormaal gevaar was op de weg dat de rechtmatige verwachtingen van de eerste verweerder kon beschamen en antwoordt het op het middel van de eiseres.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Alain Simon, Mireille Delange en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 28 oktober 2013 uit-gesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koenraad Moens en over-geschreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Gemeente

  • Wegen

  • Abnormaal gevaar

  • Bewijslast