- Arrest van 28 oktober 2013

28/10/2013 - C.12.0596.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De rechter die uitspraak moet doen over de vordering tot ontbinding van een wederkerige overeenkomst, dient de omvang en de draagwijdte te onderzoeken van de door partijen aangegane verbintenissen en, aan de hand van de feitelijke omstandigheden, te beoordelen of de aangevoerde wanprestatie voldoende ernstig is om de ontbinding uit te spreken (1). (1) Zie Cass. 24 sept. 2009, AR C.08.0346.N, AC 2009, nr. 524.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0596.F

L'AIR LIQUIDE BELGE nv,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

METAL PROTECTION bvba,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik van 29 maart 2012.

De zaak is bij beschikking van 3 oktober 2013 door de eerste voorzitter verwezen naar de derde kamer.

Raadsheer Didier Batselé heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift een middel aan dat luidt als volgt:

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikelen 1102, 1134, 1146 tot 1151 en 1184 van het Burgerlijk Wetboek;

- artikel 149 van de Grondwet.

Aangevochten beslissing

Het arrest bevestigt het beroepen vonnis dat de overeenkomst tussen de partijen had beëindigd met wederzijdse schuld en besliste dat geen enkele vergoeding ver-schuldigd was en dat de hoofdvordering deels gegrond had verklaard en de ver-weerster veroordeeld tot het betalen van de kosten voor het ophalen, het herstel en niet gerecupereerd materiaal en dat de kosten van eerste aanleg had verrekend, waarbij het arrest overigens de kosten van hoger beroep verrekent.

Het arrest steunt die beslissingen op het feit dat de eerste rechters "op grond van oordeelkundige redenen die het hof van beroep overneemt en die het geheel van de door de partijen neergelegde inlichtingen en stukken objectief in overweging nemen en die de feitelijke en juridische argumenten die de partijen in hun conclusies uiteenzetten op gepaste en volledige wijze beantwoorden:

- de overeenkomst tussen de partijen beëindigd hebben met wederzijdse schuld wegens hun respectieve fouten;

- de eiseres 2.420 euro toegekend hebben, alsook 1.772,65 euro bij wijze van kos-ten voor het ophalen, het herstel en niet gerecupereerd materiaal;

- de tegenvordering van de verweerster hebben afgewezen.

In het huidig stadium van de procedure volstaat het de volgende elementen te verduidelijken.

Wat het beëindigen van de contractuele verhouding betreft :

Om de aansprakelijkheden voor het beëindigen van de overeenkomst tussen de partijen te beoordelen, moet rekening gehouden worden met het feit dat zowel de eiseres als de verweerster nalatig zijn geweest in de uitvoering van hun verbinte-nissen:

1. De verweerster heeft steeds het belang van de regelmaat van de leveringen be-nadrukt en de eiseres wist dat perfect, in tegenstelling tot wat ze suggereert:

a) De overeenkomsten van 19 oktober 2005 bevatten reeds de volgende handge-schreven aanvulling : ‘onmiddellijke beëindiging bij niet levering binnen de 48u van de oproep' (...);

b) De overeenkomst van 13 oktober 2008 bevat ook een deels handgeschreven vermelding dat ‘in geval van het stopzetten van de productie van de klant door een bewezen gebrekkige levering van vloeibare zuurstof, wordt de overeenkomst onmiddellijk stopgezet zonder enige vergoeding vanwege de klant' (...);

c) De eiseres kan niet volhouden verrast te zijn door deze tweede vermelding die zogenaamd toegevoegd zou zijn na haar ondertekening; die versie wordt tegenge-sproken door haar eigen brief van 24 oktober 2005 waarmee ze de ontvangst van de door de verweerster ondertekende exemplaren bevestigt en die terugstuurt ‘ondertekend door onze commerciële directie. Wij hopen dat u ze goed hebt ontvan-gen' (...);

2. Per brief van 7 januari 2009 laat de verweerster haar onvrede blijken over de herhaalde tekortkomingen van de eiseres (vertraging in de leveringen, telefonische oproepen, telemetrie die reeds maanden verwacht wordt, citernes die meer dan acht maanden na de overeenkomst geïnstalleerd worden, de prijs, niet gehouden beloftes) om te besluiten dat : ‘Voor dit laatste inhaalmanoeuvre zal ik minder geduld opbrengen' (...). De eiseres heeft toen deze brief niet betwist;

3. De partijen zijn de installatie overeengekomen van een toezichtssysteem dat de eiseres moet in staat stellen om op afstand het niveau in de kuipen te controleren zodat een plotse onderbreking van de toevoer kon worden vermeden. Op 15 januari 2009 wijst M. D., technisch-commercieel afgevaardigde van de eiseres, de verweerster per mail erop dat de technicus die langs was gekomen om de DIMA kit van het toezichtssysteem te installeren er niet in is geslaagd het systeem op te starten bij gebrek aan een analoge telefoonlijn die de overdracht van betrouwbare gegevens aan de eiseres mogelijk maakt. Het dossierstuk 20 toont aan dat de werkelijkheid complexer is vermits haar eigen technicus in zijn rapport het volgende stelt : ‘het DIVA systeem is niet afgesteld, het staat op 96 pct. waar er 75 pct is, dus een verschil van 20 pct. De telefoonlijn deugt niet, er is een analoge directe lijn nodig. Het DIVA systeem staat ook op N2 en niet op O2', wat laat vermoeden dat de installatie afgesteld was op stikstof (N2) en niet op zuurstof (O2). Desondanks nemen de partijen geen enkel initiatief;

4. Op 2 april 2009 meldt de verweerster dat ze de gasciternes die de eiseres geplaatst heeft niet meer gebruikt en voegt hieraan toe: ‘Wij willen de overeenkomst dus beëindigen (in juli 2009). Kan u contact met ons opnemen om het ophalen van de "installatie" af te spreken? U zal, natuurlijk, de facturatie stopzetten op de datum van het afsluiten' (...) Indien de eiseres beweert deze brief niet ontvangen te hebben, is het verwonderlijk dat ze zich geen vragen stelde bij de situatie van haar klant en bij het toezichtssysteem op afstand dat nog altijd niet functioneerde;

5. Op 29 juni 2009 klaagt de verweerster een nieuwe vertraging in de levering aan : de ‘vorige week' bestelde zuurstof moest ‘maandagochtend vroeg' geleverd worden, maar was dinsdag nog steeds niet geleverd. De eiseres wijt dat aan een vergissing en belooft ‘woensdagochtend vroeg' te leveren, met als gevolg dat ‘de werkplaats stilligt ten gevolge van uw tekortkoming(en), wat niet de eerste keer is, zie de vorige brieven die u niet heeft beantwoord' (...);

6. De eiseres antwoordt op 8 juli dat ze een oplossing heeft gevonden om op dinsdag 30 juni te leveren en wijst op de noodzaak van een specifieke telefoonlijn voor de goede werking van de installatie, anders kunnen ‘wij deze telemetriedienst niet activeren. Wij wensen samen met u een oplossing te vinden en stellen voor u te ontmoeten in de komende weken om de installatie te overwegen van een toezichtssysteem op afstand dat eenvoudiger is en draadloos werkt' (...);

7. In haar brief van 27 juli 2009, geeft de verweerster toe dat ‘wat het laatste "leveringsprobleem" betreft, de situatie (in extremis) rechtgezet is', maar benadrukt dat ‘het toezichtssysteem op afstand enkel voor de zuurstof dient, wij hebben echter ook al diverse problemen gehad met het gas. Daarom blijf ik bij mijn standpunt, ik vraag u dus uw reservoirs op te halen zodat de huur eindigt einde juli 2009' (...).

Deze vaststellingen volstaan om aan te tonen dat de partijen nalatig zijn geweest in hun contractuele verhouding:

- de eiseres, door de herhaalde vertraagde leveringen, door haar contractpartij niet naar best vermogen te adviseren over de beschikbare toezichtssystemen op afstand die zij zeker moest kennen als professioneel verkoper van zuurstof en gas en door geen enkel initiatief te nemen na de plaatsing van een gebrekkig toezichtssysteem; het hof van beroep verbaast zich in het bijzonder erover dat de eiseres, in die situatie, tot de maand juli 2009 gewacht heeft alvorens een draadloos systeem voor te stellen, terwijl ze het belang kende dat haar cliënt hechtte aan de onderbrekingen van de bevoorrading; de eiseres kan haar contractuele aansprakelijkheid niet ontlopen door zich te verschansen achter artikel G van de overeenkomst, gezien het groot aantal vastgestelde tekortkomingen en de klachtenbrieven van de verweerster;

- de verweerster, door haar oppervlakkige reactie, zonder de oplossingen die de eiseres voorstelt grondig te onderzoeken; het attest dat ze in haar dossier voorlegt (...) over de installatie van een telefoonlijn in september 2008 pleit haar zeker niet vrij:

* die installatie, waarvoor geen enkele factuur wordt overgelegd, gebeurde ruim voor de plaatsing van de kit;

* aangezien ze wist dat een analoge lijn nodig was, is het onbegrijpelijk dat de verweerster geen beroep heeft gedaan op dezelfde installateur om haar installatie in overeenstemming te brengen met de DIMA kit.

Het hof van beroep treedt dus volmondig de analyse van de eerste rechters bij die ‘de wederzijdse niet-naleving van de contractuele verbintenissen dienden vast te stellen : de eiseres heeft niet correct geadviseerd en heeft geen geschikt materiaal geïnstalleerd, de verweerster is de bedingen van de overeenkomst niet nagekomen door ze te beëindigen zonder ingebrekestelling' ",

En, met overname van de motieven van de eerste rechter, wat betreft :

"De beëindiging

De overeenkomst tussen de partijen was van onbepaalde duur, zowel die van 2005 als die van in 2008 die de eerste verving en die in de plaatsing van een telemetrisch systeem voorzag.

De verweerster beroept zich op het feit dat het telemetrisch systeem nooit geplaatst werd om haar aansprakelijkheid te ontlopen.

Het staat vast dat de eiseres de plaatsing van een telemetrie voorstelde bij de contracthernieuwing om die hernieuwing te bewerkstelligen. Uit geen enkel dossier-stuk blijkt dat de verweerster op dat ogenblik op de hoogte werd gesteld van de noodzaak een analoge telefoonlijn te installeren die louter voor het DIVA systeem zou dienen, terwijl de eiseres de installaties van de verweerster, die zij al vele jaren bevoorraadde, kende en dus wist dat die zich aan de buitenkant van het gebouw bevonden.

Technisch gezien kon de eiseres, zoals blijkt uit haar brief van 8 juli, een eenvoudiger draadloos toezichtssysteem op afstand installeren.

De rechtbank kan slechts de wederzijdse niet-naleving van de contractuele verbin-tenissen vaststellen : de eiseres heeft niet correct geadviseerd en heeft geen aan-gepast materiaal geïnstalleerd, de verweerster is de bedingen van de overeenkomst niet nagekomen door ze te beëindigen zonder ingebrekestelling.

Gelet op deze wederzijdse fouten, beslist de rechtbank dat de overeenkomst wordt beëindigd met wederzijdse schuld en dat geen enkele vergoeding verschuldigd is en dat de overeenkomst overigens geen enkele schadeloosstelling bepaalt.

Daarentegen zijn de kosten voor het ophalen, het herstel van de goederenopslag niet op korte termijn betwist; zij zijn bijgevolg verschuldigd, evenals de kosten voor het niet gerecupereerd materiaal".

Grieven

Eerste lid

De rechter die uitspraak moet doen over de vordering tot ontbinding van een we-derkerige overeenkomst, dient de omvang en de draagwijdte te onderzoeken van de door partijen aangegane verbintenissen en, aan de hand van de feitelijke om-standigheden, te beoordelen of de aangevoerde wanprestatie voldoende ernstig is om de ontbinding uit te spreken.

Het arrest onderzoekt wellicht, met de in het middel weergegeven redenen, de om-vang en de draagwijdte van de door de eiseres aangegane contractuele verbinte-nissen en neemt, zonder twijfel, enige contractuele wanprestaties van harentwege aan.

Noch de redenen eigen aan het arrest, noch die van het beroepen vonnis die het overneemt, onderzoeken evenwel of die wanprestaties voldoende ernstig zijn om de ontbinding van de overeenkomst ten nadele van de eiseres uit te spreken.

Daaruit volgt dat de beslissing van het arrest de overeenkomst tussen de partijen te beëindigen met wederzijdse schuld wegens hun respectieve fouten, niet naar recht verantwoord is in die zin dat ze de beïndiging (ontbinding) van die overeenkomst uitspreekt ten nadele van de eiseres (schending van de artikelen 1102, 1142 en 1184 van het Burgerlijk Wetboek).

Het arrest, dat in zijn redenen niet vermeldt dat de wanprestaties die de eiseres verweten worden voldoende ernstig zijn om de ontbinding te haren nadele van de overeenkomst te rechtvaardigen evenmin als de redenen daartoe, bevat minstens geen vaststellingen die het Hof in staat stellen zijn wettigheidscontrole over die beslissing de overeenkomst te ontbinden ten nadele van de eiseres uit te oefenen en is dus niet regelmatig gemotiveerd (schending van artikel 149 van de Grondwet).

(...)

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste onderdeel

Krachtens artikel 1184, derde lid, Burgerlijk Wetboek moet de ontbinding in rech-te gevorderd worden.

De rechter die uitspraak moet doen over de vordering tot ontbinding van een we-derkerige overeenkomst, dient de omvang en de draagwijdte te onderzoeken van de door partijen aangegane verbintenissen en, aan de hand van de feitelijke om-standigheden, te beoordelen of de aangevoerde wanprestatie voldoende ernstig is om de ontbinding uit te spreken.

Het bestreden arrest onderzoekt met geen enkele reden of de wanprestaties die aan de eiseres worden verweten voldoende ernstig zijn om de ontbinding van de overeenkomst te haren laste uit te spreken. Daaruit volgt dat het niet naar recht verantwoord is.

Het onderdeel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Bergen.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Alain Simon, Mireille Delange en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 28 oktober 2013 uit-gesproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal met opdracht Michel Palumbo, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Koenraad Moens en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Wederkerige overeenkomst

  • Vordering tot ontbinding

  • Taak van de rechter