- Arrest van 29 oktober 2013

29/10/2013 - P.13.0940.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 19ter Wet Bescherming Maatschappij volgt dat de beslissing tot weigering van de overbrenging van de geïnterneerde naar een andere inrichting, die slechts een uitvoeringsmodaliteit is van de internering, niet vatbaar is voor cassatieberoep (1). (1) Zie: Cass. 20 december 2011, AR P.11.1912.N, AC 2011, nr. 698.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0940.N

A D K,

geïnterneerde,

eiser,

met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie te Turnhout.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de hoge commissie tot be-scherming van de maatschappij van 2 mei 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Krachtens artikel 19ter Wet Bescherming Maatschappij kan cassatieberoep worden ingesteld tegen een door de hoge commissie tot bescherming van de maat-schappij (hierna hoge commissie) genomen beslissing die de beslissing tot afwij-zing van het verzoek tot invrijheidstelling van de geïnterneerde bevestigt of die het verzet van de procureur des Konings tegen de beslissing tot invrijheidstelling van de geïnterneerde gegrond verklaart.

Uit die bepalingen volgt dat de beslissing tot weigering van eisers overbrenging naar een andere inrichting, die slechts een uitvoeringsmodaliteit is van de interne-ring, niet vatbaar is voor cassatieberoep.

In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep niet ontvanke-lijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 5 EVRM en artikel 149 Grond-wet: de bestreden beslissing beantwoordt eisers conclusie niet met betrekking tot het al dan niet aangepast zijn aan eisers geestestoestand van de instelling waar hij thans vastgehouden is.

3. In zijn voor de hoge commissie genomen conclusie heeft de eiser het in het middel weergegeven verweer aangevoerd, meer bepaald dat hij onmiddellijk in vrijheid diende te worden gesteld daar hij meer dan 10 jaar na zijn internering en meer dan vijf jaar na zijn wederopsluiting, vastgehouden is in een instelling die onaangepast is aan zijn geestestoestand. Hij verwees desbetreffende naar het verslag van de commissie van toezicht bij de gevangenissen te Turnhout en te Merksplas dat stelt dat men gelet op de beschikbare middelen wat betreft effectieve zorgverlening aan geïnterneerden, zeer weinig kan doen.

4. De bestreden beslissing oordeelt niet alleen zoals het middel weergeeft. Met overname van de redenen van de beroepen beslissing oordeelt het ook dat:

- de uitvoering van een interneringsmaatregel inderdaad eisers verzorging, bege-leiding en behandeling vergt in een daartoe aangepaste en voor zijn problema-tiek vereiste omgeving en instelling;

- de eiser zelf evenwel het nut niet inziet van een psychiatrische behandeling en ook geen enkele vooruitgang boekt in de hem opgelegde en in de strafinrichting geboden therapie;

- er bij de eiser een totaal gebrek aan enig probleem- en ziekte-inzicht is, hetgeen, mede gelet op zijn houding ten aanzien van de psychosociale dienst en zijn beperkte cognitieve mogelijkheden, maakt dat hij op therapeutisch vlak niet in het minst bereikbaar is en zodoende ook elke daartoe van hem vereiste medewerking ontbreekt bij de hem opgelegde of geboden therapie, welke dan toch enig perspectief zou kunnen bieden op een voor hem strikt vereiste opna-me in een instelling gespecialiseerd in de behandeling van de problematiek;

- dient te worden vastgesteld dat de omstandigheid dat de eiser sinds zijn wederopsluiting, hetzij gedurende bijna acht jaar, onafgebroken in de gevangenis verblijft, te wijten is aan het feit dat hij, omwille van zijn totaal gebrek aan ziekte- en probleeminzicht, de noodzaak van een psychiatrische behandeling niet inziet en er derhalve tot op heden geen geschikte verzorgingsinstelling bereid kon worden gevonden om hem onmiddellijk, dan wel binnen afzienbare tijd op te nemen;

- dit gegeven als dusdanig niet toelaat te besluiten of vast te stellen dat de duur van deze langdurige detentie in strijd is met artikel 5 EVRM en als dusdanig eisers invrijheidstelling niet verantwoordt indien de samenleving daardoor in gevaar komt;

- gezien daartoe de vereiste prestatieverbintenis niet voorligt en de in het dossier voorhanden zijnde wetenschappelijk onderbouwde vaststellingen en bevindin-gen met betrekking tot eisers persoonlijkheidsstructuur en geestestoestand en het daarmee gepaard gaande en tot op heden persisterende hoge recidiverisico en zijn staat van sociale gevaarlijkheid daarenboven met zekerheid doen beslui-ten dat zijn opname in een instelling gespecialiseerd in de behandeling van sek-suele delinquenten volstrekt noodzakelijk is, een invrijheidstelling niet aan de orde is.

Met deze redenen oordeelt de bestreden beslissing dat de eiser weliswaar nood heeft aan een aan zijn geestestoestand aangepaste medische en psychiatrische be-handeling, maar dat gelet op zijn gebrek aan ziekte- en probleeminzicht en zijn weigering het nut in te zien van een psychiatrische behandeling, tot op heden geen geschikte instelling kon gevonden worden. Het oordeelt verder dat het, gelet op het hoge recidiverisico, een invrijheidstelling waardoor de samenleving in gevaar zou komen, uitgesloten is. Aldus beantwoordt de bestreden beslissing het bedoel-de verweer.

Het middel mist feitelijke grondslag.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

5. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 29 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Beslissing tot weigering van overbrenging van de geïnterneerde naar een andere inrichting

  • Aard