- Arrest van 29 oktober 2013

29/10/2013 - P.13.1270.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een drukpersmisdrijf vereist een strafbare meningsuiting in een tekst die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procedé, zoals digitale verspreiding; de vermenigvuldiging van strafbare mondelinge of audiovisuele meningsuitingen levert geen persmisdrijf op omdat het in die gevallen immers niet om geschreven teksten gaat (1). (1) Zie: Cass. 6 maart 2012, AR P.11.1374.N, AC 2012, nr. 153 met conclusie eerste advocaat-generaal De Swaef; Cass. 29 januari 2013, AR P12.1961.N, AC 2013, nr. 70; Cass. 29 januari 2013, AR P12.1988.N, AC 2013, nr. 71.

Arrest - Integrale tekst

P.13.1270.N

F B,

beklaagde, gedetineerd,

eiser,

met als raadsman mr. Walter Damen, advocaat bij de balie te Antwerpen,

tegen

1. P D,

burgerlijke partij,

2. F V,

burgerlijke partij,

3. CENTRUM VOOR GELIJKHEID VAN KANSEN EN RACISMEBE-STRIJDING, met zetel te 1000 Brussel, Koningstraat 138,

burgerlijke partij,

met als raadsman mr. Dirk Dewandeleer, advocaat bij de balie te Brussel,

verweerders.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, correctionele kamer, van 6 juni 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, vier middelen aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Marc Timperman heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 150 Grondwet: het arrest oor-deelt ten onrechte dat de correctionele rechtbank zich terecht bevoegd heeft ver-klaard; het gaat niet op om het begrip drukpersmisdrijf te verengen tot strafbare meningsuitingen in teksten die door middel van een drukpers of digitaal worden verspreid; ook gesproken of in beeldvorm opgenomen strafbare meningsuitingen die via het internet worden verspreid vallen onder dit begrip; het onderscheid tus-sen de gedrukte en de gesproken tekst is niet langer houdbaar; artikel 150 Grond-wet wil niet zozeer het technisch medium beschermen, maar eerder het communi-catiemedium.

2. Artikel 150 Grondwet bepaalt dat de jury wordt ingesteld voor alle crimine-le zaken, alsmede voor politieke en drukpersmisdrijven, uitgezonderd voor druk-persmisdrijven die door racisme of xenofobie zijn ingegeven.

3. Een drukpersmisdrijf vereist een strafbare meningsuiting in een tekst die vermenigvuldigd is door een drukpers of een gelijkaardig procedé, zoals digitale verspreiding. De vermenigvuldiging van strafbare mondelinge of audiovisuele meningsuitingen levert geen persmisdrijf op. Het gaat in die gevallen immers niet om geschreven teksten.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Tweede middel

4. Het middel voert schending aan van artikel 442bis Strafwetboek: het arrest verklaart de eiser ten onrechte schuldig aan belaging; het herhaaldelijk handelen is een constitutief bestanddeel van dat misdrijf; één enkele handeling kan bijgevolg geen belaging opleveren; het arrest kon dan ook niet oordelen dat het enkele feit van het plaatsen van een filmpje op het internet een herhaaldelijk handelen uit-maakt doordat het vijf dagen lang kon worden bekeken door het wereldwijde in-ternetpubliek; bovendien kan het eventuele repetitieve karakter van het bekijken van een filmpje door een bepaald internetpubliek nooit belaging uitmaken, daar belaging steeds tegen een bepaald persoon moet zijn gericht; het slachtoffer heeft het filmpje maar één keer bekeken; het feit dat andere personen het filmpje hebben bekeken en dat dit een repetitief gegeven zou zijn, leidt er niet toe dat het slachtoffer van de belaging hierdoor repetitief wordt getroffen.

5. In zoverre het middel verplicht tot een onderzoek van feiten waartoe het Hof niet bevoegd is, is het niet ontvankelijk.

6. Artikel 442bis, eerste lid, Strafwetboek bestraft het belagen van een persoon terwijl de dader wist of had moeten weten dat hij door zijn gedrag de rust van die bewuste persoon ernstig zou verstoren.

7. Deze bepaling bestraft hij die door niet-aflatende of steeds terugkerende ge-dragingen iemands persoonlijke levenssfeer ernstig aantast door hem op irritante wijze lastig te vallen, daar waar hij dit gevolg van zijn gedrag kende of had moe-ten kennen.

Ook één enkele gedraging die door haar aard niet-aflatende of steeds terugkerende gevolgen heeft waardoor iemands persoonlijke levenssfeer ernstig wordt aangetast, kan het misdrijf belaging opleveren.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

8. De omstandigheid dat belaging een ernstige verstoring van de rust van een of meerdere bepaalde personen veronderstelt, sluit niet uit dat die ernstige rustver-storing van die personen kan worden gerealiseerd door de verspreiding via het in-ternet van commentaar over die personen of hun naaste omgeving.

In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het evenzeer naar recht.

9. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of de rust van een bepaald per-soon door het gedrag van de dader ernstig is verstoord.

10. Het arrest oordeelt dat:

- het misdrijf ‘belaging' gedragingen vereist die een voortdurend of onophoude-lijk karakter vertonen;

- door het plaatsen van het filmpje op You Tube de rust verstorende verwensin-gen een quasi permanent karakter verkregen, vermits vanaf de plaatsing op het internet deze door iedereen die over internet beschikt, permanent en wereld-wijd konden bekeken en beluisterd worden;

- het filmpje gedurende vijf dagen kon worden bekeken of gedownload;

- het eigen is aan het internet in het algemeen en internetfora en sites als You Tube in het bijzonder dat erop geplaatste filmpjes en commentaren permanent en door een ontelbaar aantal personen kunnen worden beluisterd of bekeken;

- er geen enkele twijfel over bestaat dat de eiser wist dat het plaatsen van het be-treffende filmpje, weze het door een eenmalige handeling van hem, in de be-treffende periode, de rust van de door hem geviseerde op een niet-aflatende wijze en in een voortdurende periode zou verstoren;

- er zelfs moet worden gesteld dat dit zijn bedoeling was daar hij het procedé koos dat er bij uitstek voor geschikt was.

Aldus is de beslissing naar recht verantwoord.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

Derde middel

11. Het middel voert schending aan van artikel 442bis Strafwetboek: het arrest neemt ten onrechte aan dat belaging derdenwerking kan hebben; belaging veron-derstelt het viseren van een welbepaalde persoon, waarbij rekening is te houden met de concrete gedragingen van de dader en de perceptie bij en dus met de per-soonlijkheid van het slachtoffer; gelet op het overlijden van het slachtoffer is die mogelijkheid uitgesloten; aangezien belaging een ernstige en effectieve verstoring vereist en het een klachtmisdrijf is wat de persoonlijke betrokkenheid van de gevi-seerde persoon betreft, valt een onrechtstreekse werking niet te verantwoorden.

12. De omstandigheid dat belaging een ernstige verstoring van de rust van een of meerdere bepaalde personen veronderstelt, sluit niet uit dat die ernstige rustver-storing van die persoon of personen kan worden gerealiseerd door het verspreiden van informatie over personen uit de naaste omgeving van de belaagde of belaag-den. Door dergelijk gedrag in acht te nemen wordt aan het wanbedrijf van bela-ging geen derdenwerking toegekend.

Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt naar recht.

Vierde middel

13. Het middel voert schending aan van artikel 10 EVRM en artikel 19 Grond-wet: het arrest perkt de in deze bepalingen vervatte vrijheid van meningsuiting on-terecht in; het arrest beoordeelt de verklaringen van de eiser en zijn filmpjes ten onrechte als het oproepen of aanzetten tot haat, geweld of discriminatie; het heb-ben van bepaalde ideeën of het koesteren van bepaalde sympathieën, zelfs als die heftig, beledigend of schokkend zijn, kan niet worden gesanctioneerd; het hebben van bepaalde opinies of het misprijzen van bepaalde personen of groepen is als dusdanig niet strafbaar en kan niet altijd worden beschouwd als een "aanzetten tot"; het arrest houdt geen rekening met de context en het klimaat waarin de ver-klaringen werden afgelegd; de opzettelijke wil om aan te zetten tot een reactie moet bewezen zijn, terwijl uit de enkele bewoordingen van de eiser die noodzake-lijke opzettelijke wil niet kan worden afgeleid.

14. De rechter oordeelt onaantastbaar in feite of de eiser heeft aangezet tot dis-criminatie, segregatie, haat of geweld in de zin van artikel 22, 1°, 2°, 3° en 4°, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie en of hij daarbij heeft gehandeld met het vereiste opzet. Het Hof gaat alleen na of de rechter uit de door hem vastgestelde feiten geen gevolgen trekt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden verantwoord.

15. Met overname van de redenen van het beroepen vonnis van 4 mei 2012 (p. 12-13) en met eigen redenen (p. 16-17), oordeelt het arrest dat de eiser niet louter zijn mening uit, maar gelet op de inhoud, de toon, het expliciete karakter, het de-cor, de inkleding en het repetitief karakter van zijn boodschappen onbetwistbaar de toehoorders aanzet tot discriminatie op basis van geloof en tot discriminatie, segregatie, haat of geweld jegens de groep van de niet-moslims en dat hij zulks wetens en willens en dus opzettelijk doet. Die beslissing is naar recht verant-woord.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing op de strafvordering

16. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 120,51 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 29 oktober 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Marc Timperman, met bij-stand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Drukpersmisdrijf

  • Begrip

  • Toepassing

  • Vermenigvuldiging van strafbare mondelinge of audiovisuele meningsuitingen