- Arrest van 31 oktober 2013

31/10/2013 - C.12.0628.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Een zaak is gebrekkig in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor zij in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken (1). (1) Cass. 2 jan. 2009, AR C.08.0074.N en C.08.0217.N, AC 2009, nr. 2.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0628.N

G.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Bruno Maes, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Central Plaza, Loksumstraat 25, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

VLAAMS GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering, in de per-soon van de Minister-president, voor wie optreedt de Vlaamse minister van Mobi-liteit en Openbare Werken, met kabinet te 1000 Brussel, Koning Albert II-laan 20, bus 1,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout van 28 oktober 2011.

Raadsheer Geert Jocqué heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Een zaak is gebrekkig in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wet-boek wanneer zij een abnormaal kenmerk vertoont waardoor zij in bepaalde om-standigheden schade kan veroorzaken.

Het is niet voldoende om een zaak als gebrekkig te beschouwen dat aan de zaak iets wordt toegevoegd waardoor schade ontstaat.

Vereist is dat de zaak in haar geheel een abnormaal kenmerk vertoont.

Het abnormaal kenmerk moet geen intrinsiek kenmerk betreffen of een blijvend element zijn dat inherent is aan de zaak.

2. De appelrechters oordelen dat:

- de eiser verklaarde dat hij bij het verlaten van de autosnelweg een brok steen op de rijbaan niet kon ontwijken;

- er voldoende gewichtige, ter zake doende en met elkaar overeenstemmende vermoedens zijn als bewijs van de door de eiser aangevoerde feiten;

- een brok steenpuin op de rijbaan, dat van om het even wat afkomstig kan zijn, de rijbaan niet aantast in haar normale structuur;

- dit voorwerp geen deel uitmaakte van de rijbaan maar daar louter occasioneel op terecht gekomen was;

- de verweerder geen schuld heeft aan het op de rijbaan terechtkomen van het voorwerp.

3. De appelrechters die op deze gronden oordelen dat de rijbaan niet gebrekkig is in de zin van artikel 1384, eerste lid, Burgerlijk Wetboek, verantwoorden hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis, behoudens in zoverre dit het hoger beroep ont-vankelijk verklaart.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de rechtbank van eerste aanleg te Antwer-pen, rechtszitting houdende in hoger beroep.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit raadsheer Beatrijs Deconinck, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh, Geert Jocqué en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 31 oktober 2013 uitgesproken door raadsheer Beatrijs Deco-ninck, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens G. Jocqué

K. Mestdagh A. Smetryns B. Deconinck

Vrije woorden

  • Gebrek van de zaak