- Arrest van 5 november 2013

05/11/2013 - P.13.1727.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De omstandigheid dat de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd, zouden opgeleverd zijn door provocatie vanwege de buitenlandse overheid, waardoor naar Belgisch recht de strafvordering niet ontvankelijk is, doet geen afbreuk aan het vereiste van de dubbele strafbaarstelling; die omstandigheid ontneemt de feiten immers hun strafbaar karakter in België niet (1). (1) Cass. 20 aug. 2013, AR P.13.1470.N, Juristenkrant 6 nov. 2013, p. 3.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1727.N

I-II

I O,

vreemdeling van wie de uitlevering wordt gevraagd, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Sven Mary, advocaat bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest nr. 3622 van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 22 oktober 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Luc Decreus heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

1. In strafzaken kan een partij, in de regel, krachtens artikel 438 Wetboek van Strafvordering geen tweede maal tegen dezelfde beslissing cassatieberoep instel-len, ook al is het tweede cassatieberoep ingesteld voor de verwerping van het eer-ste.

2. De eiser heeft vanuit de gevangenis cassatieberoep ingesteld op 23 oktober 2013. Eisers raadsman heeft ter griffie cassatieberoep ingesteld op 24 oktober 2013. Dit laatste cassatieberoep is niet ontvankelijk.

Middel

1. Het middel voert miskenning aan van de motiveringsverplichting: als ant-woord op eisers verweer dat de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd in België niet strafbaar zijn omdat zij werden uitgelokt in de zin van artikel 30 Voor-afgaande Titel Wetboek van Strafvordering, zodat niet voldaan is aan het vereiste van dubbele strafbaarstelling, oordeelt het arrest, enerzijds, dat het niet aan de Belgische onderzoeksgerechten behoort enig oordeel te vellen over de grond van de zaak in het kader van de exequaturprocedure van een buitenlands bevel tot aanhouding, anderzijds, dat er in casu klaarblijkelijk sprake is van een overeen-komstig de Amerikaanse wetgeving regelmatige infiltratie, eerder dan van een beweerde politionele provocatie; met die laatste reden oordeelt het arrest wel over de grond van de zaak; die redenen zijn tegenstrijdig.

2. Wanneer de onderzoeksgerechten, in het geval van een verzoek tot uitleve-ring, uitspraak doen over de uitvoerbaarheid van een door een buitenlandse over-heid verleend bevel tot aanhouding of een gelijkwaardige titel, gaan zij, met eer-biediging van het recht van verdediging, na of de overgelegde titel aan de wette-lijke en verdragsrechtelijke vereisten inzake uitlevering voldoet.

3. Krachtens artikel 1, § 2, eerste lid, Uitleveringswet 1874 kunnen alleen grond voor uitlevering opleveren, de feiten die volgens de Belgische en de buiten-landse wet strafbaar zijn met een vrijheidsstraf waarvan de maximumduur groter is dan één jaar. Het staat aan de onderzoeksgerechten na te gaan of die algemene uitleveringsvoorwaarde is vervuld.

4. De omstandigheid dat de feiten waarvoor de uitlevering wordt gevraagd, zouden opgeleverd zijn door provocatie vanwege de buitenlandse overheid, waar-door naar Belgisch recht de strafvordering niet ontvankelijk is, doet geen afbreuk aan het vereiste van de dubbele strafbaarstelling. Die omstandigheid ontneemt de feiten immers hun strafbaar karakter in België niet.

5. De reden dat de Belgische onderzoeksgerechten niet te oordelen hebben over de grond van de zaak, samen genomen met de redenen waarbij het arrest vaststelt dat voor alle feiten waarvoor eisers uitlevering wordt gevraagd aan het vereiste van de dubbele strafbaarstelling is voldaan, schraagt de beslissing de ten-uitvoerlegging van het buitenlands bevel tot aanhouding toe te staan.

6. Het oordeel van het arrest dat er bovendien geen sprake is van politionele provocatie maar van een regelmatige infiltratie, betreft een overtollige reden die de hiervoor vermelde redenen onaangetast laat.

7. De aangevoerde tegenstrijdigheid kan de eiser niet grieven.

Het middel is niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

8. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt de cassatieberoepen.

Veroordeelt de eiser tot de kosten van de cassatieberoepen.

Bepaalt de kosten op 132,61 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Peter Hoet, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de open-bare rechtszitting van 5 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van advocaat-generaal Luc Decreus, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Lievens

P. Hoet L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Uitleveringswet 1874

  • Passieve uitlevering

  • Dubbele strafbaarstelling

  • Beoordeling door de rechter van de aangezochte Staat

  • Omvang

  • Provocatie vanwege de buitenlandse overheid

  • Niet-ontvankelijkheid in België van de strafvordering wegens provocatie