- Arrest van 6 november 2013

06/11/2013 - P.12.2057.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het feit dat een bestuurder zijn voertuig niet voortdurend onder controle heeft, is als dusdanig een fout, zonder dat de feitenrechter daarenboven de handeling of de vergissing moet omschrijven waardoor de controle over het voertuig werd kwijtgeraakt (1). (1) Zie Cass. 6 juli 1936, AR P.94.1294.F, Pas. 1936, I, p. 333.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.2057.F

I. A. B.,

Mr. Thomas De Groote, advocaat bij de balie te Brussel,

II. CHARTIS EUROPE nv,

Mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. AXA BELGIUM nv,

2. G. F.,

3. VOOGD & VOOGD VERZEKERINGEN nv,

4. L. B.,

5. GEMEENSCHAPPELIJK MOTORWAARBORGFONDS,

Mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correcti-onele rechtbank te Nijvel, op 22 november 2012 op verwijzing gewezen ingevolge het arrest van het Hof van 2 november 2011.

De eiser voert vier middelen aan en de eiseres voert één middel aan, ieder in een memorie die aan dit arrest is gehecht.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Cassatieberoep van de eiser

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing die, op de straf-vordering, de eiser schuldig verklaart en de opschorting van de uitspraak van de veroordeling beveelt

Eerste middel

De eiser verwijt het vonnis dat het beslist dat het kwijtraken van de controle over zijn voertuig een fout is die zijn aansprakelijkheid in het gedrang brengt. Hij voert aan dat die beslissing niet naar recht verantwoord is omdat de rechtbank niet heeft vastgesteld dat de eiser door een fout de controle over zijn voertuig is kwijtge-raakt.

Het feit dat een bestuurder zijn voertuig niet voortdurend onder controle heeft, is als dusdanig een fout, zonder dat de feitenrechter daarenboven de handeling of de vergissing moet omschrijven waardoor de controle over het voertuig werd kwijtgeraakt.

De appelrechters, die de redenen opgeven waarom noch de weersomstandigheden of de zichtbaarheid, noch de toestand van de rijbaan, de fout van een derde of de staat van het voertuig, verantwoorden dat hij van de weg is afgeraakt, schrijven dat naar recht toe aan een foutieve tekortkoming op de algemene regel die vereist dat iedere bestuurder zijn voertuig voortdurend onder controle moet hebben.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

B. Cassatieberoep van de eiseres

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing op de burgerlijke rechtsvorderingen die de eerste vier verweerders tegen haar hebben ingesteld

Eerste middel

Het feit dat een bestuurder zijn voertuig niet voortdurend onder controle heeft is als dusdanig een fout, tenzij die bestuurder een rechtvaardigingsgrond aanvoert waarvan hij het bestaan niet hoeft te bewijzen omdat hij die grond aannemelijk maakt.

Wanneer dit verweer niet geloofwaardig is, wat volgens het vonnis het geval is, dient de vervolgende partij dus niet het tegendeel te bewijzen.

Met de middelen die hierboven zijn samengevat in antwoord op de eerste twee middelen van de eiser, oordelen de feitenrechters dat, aangezien er geen recht-vaardigingsgrond is, het kwijtraken van de controle over het voertuig beschouwd moet worden als het gebrek aan voorzichtigheid en voorzorg dat de bewezen ver-klaarde telastleggingen oplevert.

De correctionele rechtbank verantwoordt haar beslissing dus naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvordering van G. F. tegen de naamloze vennootschap Chartis Europe.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde vonnis.

Veroordeelt de eiser tot de kosten van zijn cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot drie vierde van de kosten van haar cassatieberoep en de tweede verweerder tot het overige vierde.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Nijvel, zitting houdende in hoger beroep, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 6 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Artikel 8.3, tweede lid

  • Kwijtraken van de controle over zijn voertuig

  • Foutief karakter