- Arrest van 6 november 2013

06/11/2013 - P.13.1635.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De geschriften in het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank en in het proces-verbaal van de rechtszitting inzake de afstand door de veroordeelde van zijn verzoek om elektronisch toezicht, hebben dezelfde authentieke waarde; de rechter schendt artikel 149 van de Grondwet wanneer het Hof niet kan vaststellen welk geschrift doorslaggevend is en dus evenmin het bestaan kan nagaan van de reden die de afwijzing van de vraag om elektronisch toezicht op een gemis aan bestaansreden grondt.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1635.F

D. R.,

Mr. Victor Hissel, advocaat bij de balie te Luik.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis van de strafuitvoeringsrechtbank te Luik van 4 oktober 2013.

De eiser voert een grief aan in een nota die op de griffie van het Hof is ingekomen op 21 oktober 2013.

Afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

Op de rechtszitting van 6 november 2013 heeft de eiser een nota neergelegd in antwoord op de mondelinge conclusie van het openbaar ministerie

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Naar luid van artikel 97, § 1, tweede lid, Wet Strafuitvoering, worden de cassa-tiemiddelen voorgesteld in een memorie die op de griffie van het Hof moet toe-komen ten laatste op de vijfde dag na de datum van het cassatieberoep.

Aangezien het cassatieberoep is ingesteld op 8 oktober 2013, vermag het Hof geen acht te slaan op het geschrift dat buiten de voorgeschreven termijn is ingekomen.

Ambtshalve middel : schending van artikel 149 van de Grondwet

Uit de stukken van de rechtspleging blijkt dat er bij de strafuitvoeringsrechtbank een vraag tot elektronisch toezicht aanhangig is gemaakt.

Het proces-verbaal van de rechtszitting van de rechtbank van 30 september 2013 vermeldt dat de veroordeelde op de rechtszitting heeft ingestemd met de algemene en bijzondere voorwaarden die hem werden uiteengezet, dat zijn raads-man om de toepassing heeft verzocht van artikel 59 Wet Strafuitvoering en dat de eiser, in het kader van de procedure van elektronisch toezicht, heeft ingestemd met drie verloven per kwartaal.

Het proces-verbaal vermeldt niet dat de veroordeelde afstand heeft gedaan van zijn verzoek. De hierboven vermelde gegevens duiden erop dat hij zijn verzoek verder heeft uitgewerkt en niet dat hij ervan heeft afgezien.

Het bestreden vonnis zet uiteen dat de veroordeelde op dezelfde zitting heeft ver-klaard dat hij "niet volhardt in zijn verzoek". De strafuitvoeringsrechtbank heeft daaruit afgeleid dat het verzoek geen bestaansreden meer had.

De vermelding volgens welke de eiser van zijn verzoek afstand heeft gedaan, wordt tegengesproken door de vermeldingen waaruit alleen blijkt dat hij zijn ver-zoek is blijven uitwerken.

Aangezien de geschriften in het vonnis en in het proces-verbaal van de rechtszit-ting op dat punt dezelfde authentieke waarde hebben, kan het Hof niet vaststellen welk geschrift hier doorslaggevend is en dus evenmin het bestaan nagaan van de reden die de afwijzing van het verzoek tot elektronisch toezicht op een gemis aan belang grondt.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de strafuitvoeringsrechtbank te Luik, anders samengesteld.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis, Gustave Steffens en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 6 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Fabienne Gobert.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van afdelingsvoorzitter Paul Maffei en overgeschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De afdelingsvoorzitter,

Vrije woorden

  • Redenen

  • Strafuitvoeringsrechtbank

  • Vraag om elektronisch toezicht

  • Afstand

  • Tegenstrijdigheid tussen de vermeldingen in het vonnis en in het proces-verbaal van de rechtszitting

  • Schending van artikel 149 Gw.