- Arrest van 12 november 2013

12/11/2013 - P.13.1750.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Politieambtenaren die ter uitvoering van een bevel tot aanhouding een woning betreden, kunnen binnen de perken van het zoeken naar de in dat bevel bedoelde persoon, in die woning het bestaan van een misdrijf vaststellen (1). (1) M. Bockstaele, Processen-verbaal in: De voorlopige hechtenis, Editors Benoît Dejemeppe en Dirk Merckx, Kluwer, nr. 894.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1750.N

A E A,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Ergün Top, advocaat bij de balie te Antwerpen.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwer-pen, kamer van inbeschuldigingstelling, van 29 oktober 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van artikel 6 EVRM, artikel 136 Wetboek van Strafvordering en artikel 21, § 5, Voorlopige Hechteniswet: het arrest gaat ten onrechte ervan uit dat op 7 augustus 2013 een Europees aanhoudingsbevel bij ver-stek ten laste van de eiser is verleend; het arrest oordeelt dat de politie de canna-bisplantage in eisers woning heeft aangetroffen als gevolg van een huiszoeking bij heterdaad, terwijl voor een dergelijke huiszoeking vereist is dat het misdrijf vooraf is vastgesteld en niet ten gevolge van de huiszoeking; het arrest oordeelt dat de politie eisers woning rechtsgeldig heeft betreden op grond van het Europees Aan-houdingsbevel van 7 augustus 2013, terwijl op grond van dat bevel reeds op 7 au-gustus 2013 een eerste zoeking in eisers woning heeft plaatsgehad in zijn afwe-zigheid; geen enkel stuk in het strafdossier laat de eiser toe na te gaan of er ele-menten voorhanden waren die een tweede zoeking in eisers woning met het oog op zijn aanhouding konden legitimeren en of er dan geldig een ander misdrijf kon worden vastgesteld; het bevel voor de huiszoeking van 4 oktober 2013 was niet in het strafdossier aanwezig, zodat de appelrechters geen toezicht erop konden uitoe-fenen en de eiser geen tegenspraak erover kon voeren, terwijl de aanwijzingen van schuld volledig zijn gebaseerd op de resultaten van die huiszoeking.

2. Bij ontdekking op heterdaad mag de huiszoeking te allen tijde worden ver-richt, zonder de toestemming van de betrokkene en zonder bevel tot huiszoeking. Vereist is dat het op heterdaad ontdekte misdrijf vooraf wordt vastgesteld.

3. Politieambtenaren die ter uitvoering van een bevel tot aanhouding een wo-ning betreden, kunnen binnen de perken van het zoeken naar de in dat bevel be-doelde persoon, in die woning het bestaan van een misdrijf vaststellen.

4. Het arrest oordeelt dat het strafdossier na de voeging van stukken tijdens de rechtspleging in hoger beroep volledig is en dat uit dit dossier blijkt dat:

- de onderzoeksrechter op 7 augustus 2013 een Europees aanhoudingsbevel bij verstek heeft verleend;

- op grond van dat bevel en teneinde de daarin bedoelde persoon van zijn vrij-heid te beroven, de politie op 4 oktober 2013 rechtsgeldig de woning heeft be-treden, waarbij die persoon niet kon worden aangetroffen;

- tijdens die zoekactie in het pand een drugsplantage werd aangetroffen en vervolgens een huiszoeking bij heterdaad werd uitgevoerd.

5. Het arrest dat aldus te kennen geeft dat het strafdossier de stukken bevat die vereist zijn om de rechtsgeldigheid van de huiszoeking bij heterdaad te beoordelen, dat er vóór de uitvoering van die huiszoeking rechtsgeldig een misdrijf in eisers woning was vastgesteld en dat in die omstandigheden geen bevel tot huiszoeking vereist was, verantwoordt naar recht de beslissing dat de vaststellingen van de politie ter gelegenheid van die huiszoeking regelmatig zijn en ernstige aanwijzingen van schuld tegen de eiser opleveren.

In zoverre kan het middel niet worden aangenomen.

6. Voor het overige verplicht het middel tot een onderzoek van feiten waarvoor het Hof geen bevoegdheid heeft.

In zoverre is het middel niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 67,71 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Filip Van Volsem, Alain Bloch, Peter Hoet en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 12 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche

E. Francis P. Hoet

A. Bloch F. Van Volsem P. Maffei

Vrije woorden

  • Uitvoering

  • Betreden van woning

  • Vaststelling van misdrijf