- Arrest van 18 november 2013

18/11/2013 - S.12.0138.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1

Uit de artikelen 1675/11, §1, 1675/13, §1, eerste lid, §§3 en 4, en 1675/13bis, §2, van het Gerechtelijk Wetboek volgt niet dat de rechter van de collectieve schuldenregeling geen kwijtschelding zou kunnen verlenen voor de schulden van de schuldenaar die het gevolg zijn van een veroordeling tot een strafrechtelijke boete (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. …


Arrest - Integrale tekst

Nr. S.12.0138.F

PROCUREUR-GENERAAL BIJ HET HOF VAN BEROEP TE LUIK,

tegen

1. C. S.,

(...)

V. D., advocaat, in de hoedanigheid van schuldbemiddelaar van C.S.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van 12 september 2012 van het ar-beidshof te Luik, afdeling Neufchâteau.

Advocaat-generaal Jean Marie Genicot heeft op 31 mei 2013 ter griffie een con-clusie neergelegd.

Raadsheer Sabine Geubel heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal Henri Vanderlinden werd gehoord in zijn conclusie.

II. CASSATIEMIDDELEN

De eiser voert één middel aan dat luidt als volgt:

Geschonden wettelijke bepalingen

- artikel 110 van de Grondwet.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verklaart het hoger beroep ontvankelijk en gegrond en zegt, met wijziging van het vonnis van de eerste rechter, dat artikel 1675/13bis van het Ge-rechtelijk Wetboek van toepassing is en de schulden van de eerste verweerder daardoor volledig worden kwijtgescholden, indien hij binnen de vijf jaar niet tot beter fortuin is teruggekeerd, en hij de verschillende in het arrest opgesomde maatregelen naleeft.

Grieven

Onder de schulden die volledig worden kwijtgescholden is er onder meer een schuld van 4.647,97 euro jegens de Belgische Staat, de FOD Financiën, het ontvangkantoor der domeinen en penale boeten van Neufchâteau, die voortkomen uit veroordelingen uitgesproken door verschillende vonnissen van de politierecht-bank te Neufchâteau.

Door de kwijtschelding uit te spreken van een schuld die uit een strafrechtelijke boete bestaat, ongeacht of ze volledig of gedeeltelijk is, schendt het arrest artikel 110 van de Grondwet dat bepaalt dat alleen de Koning het recht heeft de door de rechters uitgesproken straffen kwijt te schelden of te verminderen, behoudens hetgeen ten aanzien van de ministers en van de leden van de Gemeenschaps- en Gewestregeringen is bepaald.

Het recht om een straf kwijt te schelden of te verminderen behoort louter toe aan de Koning; het Hof van Cassatie heeft zich in die zin niet bevoegd verklaard om een straf van terbeschikkingstelling van de Regering uit te stellen of te verminderen (Cass., 9 maart 1970, AC, 1970, 648).

Aangezien de Koning uitsluitend bevoegd is om straffen te verminderen of kwijt te schelden, mag een arbeidsgerecht geen gedeeltelijke of volledige kwijtschelding van strafrechtelijke boeten toestaan in het kader van een collectieve schuldenregeling, op straffe van miskenning van het grondwettelijk beginsel van de scheiding der machten.

Artikel 1675/13 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt weliswaar op beperkende wijze de schulden die in aanmerking komen voor kwijtschelding en strafrechtelijke boeten horen daar niet toe.

Artikel 110 van de Grondwet en artikel 1675/13 van het Gerechtelijk Wetboek passen echter perfect in de hiërarchie van de rechtsnormen waarbij een grondwettelijke bepaling voorrang heeft op een wettelijke bepaling.

Artikel 1675/13 van het Gerechtelijk Wetboek somt de schulden op die de rechter niet mag kwijtschelden bij de uitoefening van zijn volstrekte bevoegdheid. Aangezien, krachtens een hogere norm, de bevoegdheid tot kwijtschelding of vermindering van strafrechtelijke boeten niet tot die volstrekte bevoegdheid behoort, behoren die boeten niet tot de schulden die hij moet uitsluiten uit de collectieve schuldenregeling.

De voorrang van een grondwettelijke norm op de wettelijke bepaling laat overigens geen ruimte om na te gaan of er enige onderlinge tegenstrijdigheid is.

Ten overvloede doet de eiser opmerken dat als de strafrechtelijke boete niet betaald wordt, artikel 40 van het Strafwetboek moet worden toegepast, te weten de uitvoering van een vervangende gevangenisstraf die het vonnis of arrest desgevallend zal hebben uitgesproken en waarvan het de duur zal hebben bepaald.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 1675/13bis Gerechtelijk Wetboek kan de rechter, als blijkt dat geen enkele minnelijke of gerechtelijke aanzuiveringsregeling mogelijk is omdat de verzoeker over onvoldoende middelen beschikt en de bemiddelaar deze vaststelling opneemt in het in artikel 1675/11, § 1, bedoelde proces-verbaal, met een met redenen omkleed voorstel dat de toekenning van een totale kwijt-schelding van de schulden en de eventuele maatregelen die er naar zijn mening mee gepaard moeten gaan, rechtvaardigt, de totale kwijtschelding van de schulden toestaan zonder aanzuiveringsregeling en onverminderd de toepassing van artikel 1675/13, § 1, eerste lid, eerste streepje, 3 en 4.

Luidens artikel 1675/13, § 3, van hetzelfde wetboek, kan de rechter geen kwijt-schelding verlenen voor volgende schulden :

- de onderhoudsgelden die niet vervallen zijn op de dag van de uitspraak hou-dende vaststelling van de gerechtelijke aanzuiveringsregeling;

- de schulden die een schadevergoeding inhouden, toegestaan voor het herstel van een lichamelijke schade veroorzaakt door een misdrijf;

- de schulden van een gefailleerde die overblijven na het sluiten van het faillis-sement.

Uit die bepalingen volgt niet dat de rechter van de collectieve schuldenregeling geen kwijtschelding zou kunnen verlenen voor de schulden van de schuldenaar die het gevolg zijn van een veroordeling tot een strafrechtelijke boete.

2. Artikel 110 Grondwet verleent de rechter het recht de door de rechters uit-gesproken straffen kwijt te schelden of te verminderen.

Noch die bepaling, noch het algemeen rechtsbeginsel van de scheiding der mach-ten verbieden de rechter van de collectieve schuldenregeling om aan de schul-denaar, onder de door de wet bepaalde voorwaarden, kwijtschelding te verlenen voor de schulden die het gevolg zijn van veroordelingen tot een strafrechtelijke boete wanneer die maatregel nodig is om de betrokkene en diens gezin een leven te laten leiden dat beantwoordt aan de menselijke waardigheid.

3. Het middel dat betoogt dat de kwijtschelding voor de schulden die het ge-volg zijn van een veroordeling tot een strafrechtelijke boete, artikel 110 Grondwet schendt en het beginsel van de scheiding der machten miskent, faalt naar recht.

Dictum,

Het Hof

Verwerpt het cassatieberoep.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, derde kamer, te Brussel, door afde-lingsvoorzitter Albert Fettweis, de raadsheren Martine Regout, Alain Simon, Mireille Delange en Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 18 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, in aanwezigheid van advocaat-generaal Jean Marie Genicot, met bijstand van griffier Lutgarde Body.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Strafrechtelijke boete

  • Kwijtschelding

  • Arbeidsrechtbank

  • Bevoegdheid van de rechter