- Arrest van 27 november 2013

27/11/2013 - P.13.1841.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer de inverdenkinggestelde, in het kader van de rechtspleging betreffende de handhaving van de voorlopige hechtenis, aanvoert dat hij geen inzage heeft gekregen van de nieuwe stukken die in het dossier zijn neergelegd na zijn verschijning voor de raadkamer, kan uit de keuze die hem is gelaten om de zaak op de rechtszitting te pleiten of te vragen dat de zaak met het oog op de raadpleging van het dossier zou worden verdaagd, geen miskenning van het recht van verdediging worden afgeleid (1). (1) Zie Cass., 12 mei 1992, AR 6677, AC 1992-1993, nr. 470.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1841.F.-

A. D.,

Mrs. Hamid El Abouti en Laurence Séverin, advocaten bij de balie te Brussel.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel, kamer van inbeschuldigingstelling, van 14 november 2013

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Benoît Dejemeppe heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Damien Vandermeersch heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Het middel, dat met name is afgeleid uit de schending van artikel 5 EVRM, ver-wijt de appelrechters dat ze het recht van verdediging hebben miskend omdat de eiser geen inzage heeft gekregen van de nieuwe stukken die na zijn verschijning voor de raadkamer in het dossier zijn neergelegd.

Het arrest oordeelt dat uit de rechtspleging niet blijkt dat de raadsman van de eiser het dossier niet heeft kunnen raadplegen vóór laatstgenoemde voor de kamer van inbeschuldigingstelling verscheen. Het stelt ook dat hij had kunnen vragen om de zaak te verdagen om kennis te nemen van de zogenaamd nieuwe stukken die bij het dossier waren gevoegd.

Uit de keuze die de eiser wordt gelaten om de zaak op de rechtszitting te pleiten of te vragen dat de zaak met het oog op de raadpleging van het dossier zou worden verdaagd, kan geen miskenning van het recht van verdediging worden af-geleid.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Françoise Roggen, en in openbare terechtzitting van 27 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Damien Vandermeersch, met bijstand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Filip Van Volsem en over-geschreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Kamer van inbeschuldigingstelling

  • Inzage van het dossier

  • Neerlegging van nieuwe stukken

  • Eerbiediging van het recht van verdediging