- Arrest van 28 november 2013

28/11/2013 - C.12.0523.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer beide echtgenoten samen een lening aangaan om een eigen onroerend goed van een van hen te verkrijgen, in stand te houden of te verbeteren, geven enkel de effectieve afbetalingen van deze lening door het gemeenschappelijk vermogen tijdens het stelsel aanleiding tot vergoeding.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0523.N

L.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

D.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerder woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 14 juni 2012.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft op 25 juli 2013 een schriftelijke conclusie neergelegd.

Raadsheer Bart Wylleman heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Tweede onderdeel

1. Artikel 1432 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat elk van de echtgenoten ver-goeding verschuldigd is ten belope van de bedragen die hij uit het gemeenschap-pelijk vermogen heeft opgenomen om een eigen schuld te voldoen en, in het al-gemeen, telkens als hij persoonlijk voordeel heeft getrokken uit het gemeenschap-pelijk vermogen.

De vergoeding mag overeenkomstig artikel 1435 van dat wetboek niet kleiner zijn dan de verarming van het vergoedingsgerechtigde vermogen. Indien de in het ver-goedingsplichtige vermogen gevallen bedragen en gelden echter gediend hebben om een goed te verkrijgen, in stand te houden of te verbeteren, zal de vergoeding gelijk zijn aan de waarde of de waardevermeerdering van dat goed, op het ogen-blik van de ontbinding van het stelsel indien het zich op dat tijdstip in het vergoe-dingsplichtige vermogen bevindt.

2. Artikel 1408, eerste gedachtestreepje, Burgerlijk Wetboek bepaalt dat ge-meenschappelijk zijn de schulden aangegaan door beide echtgenoten gezamenlijk of hoofdelijk.

3. Artikel 1278, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis of het arrest waarbij de echtscheiding wordt uitgesproken, ten aanzien van de echtgenoten, wat hun goederen betreft, terugwerkt tot op de dag waarop de vordering is ingesteld en, wanneer er meer dan één vordering is, tot op de dag waarop de eerste is ingesteld, ongeacht of zij werd toegewezen of niet.

4. Uit deze wetsbepalingen volgt dat wanneer beide echtgenoten samen een le-ning aangaan om een eigen onroerend goed van een van hen te verkrijgen, in stand te houden of te verbeteren, enkel de effectieve afbetalingen van deze lening door het gemeenschappelijk vermogen tijdens het stelsel, aanleiding geven tot vergoe-ding overeenkomstig artikel 1432 en 1435 Burgerlijk Wetboek.

5. Uit de stukken waarop het hof vermag acht te slaan, blijkt dat:

- de partijen gehuwd zijn op 21 december 1978 onder het wettelijk stelsel bij ge-brek aan huwelijkscontract;

- ingevolge dagvaarding van 16 juni 2000 de echtscheiding tussen de partijen werd uitgesproken bij vonnis van 15 januari 2002;

- de eiseres bij akte licitatie van 22 januari 1981 tegen betaling van een opleg van 56.395,78 euro, de overige aandelen verwierf in de woning waarvan zij reeds ingevolge erfenis voor 3/16e volle eigenaar was;

- de opleg werd gefinancierd enerzijds via een door de partijen op 22 januari 1981 gezamenlijk bij de ASLK aangegane lening voor een bedrag van 1.000.000 frank, lening die vervroegd werd terugbetaald via een op 24 novem-ber 1986 gezamenlijk door de partijen bij UAP/AXA aangegane lening van 950.000 frank, en anderzijds via een lening toegestaan door de vader van de eiseres, lening die nadien door deze laatste werd kwijtgescholden;

- de partijen op 25 september 1991 een tweede krediet hebben aangegaan voor een bedrag van 700.000 frank voor het uitvoeren van verbeteringswerken aan de woning;

- na het uit elkaar gaan van de partijen, de leningen van 24 november 1986 en van 25 september 1991 werden omgezet in een lening op naam van de eiseres alleen;

- er op datum van de ontbinding van het huwelijksvermogensstelsel op 16 juni 2000, nog een openstaand saldo in kapitaal en interest was van 22.535,31 euro en dit saldo werd opgenomen in het gemeenschappelijk passief.

6. De appelrechters oordelen dat door de eiseres aan de huwgemeenschap een vergoeding verschuldigd is van 128.862,50 euro, namelijk dertien zestienden van de waarde van de woning op datum van de ontbinding van het huwelijksvermo-gensstelsel en dat elke verdere argumentatie van de eiseres inzake de modaliteiten van de lening en de hoegrootheid van de verrichte afbetalingen in kapitaal en inte-resten, hieraan geen afbreuk doet.

Zij oordelen aldus, impliciet maar zeker, dat ook wanneer het gemeenschappelijk vermogen tijdens de werking van het stelsel niet het volledig bedrag van de lening aangegaan voor de financiering van een eigen goed afbetaalt, de verarming van het gemeenschappelijk vermogen toch overeenstemt met het integrale bedrag van het geleende kapitaal.

7. Door aldus te oordelen schenden de appelrechters de hiervoor aangehaalde wetsbepalingen.

Het onderdeel is gegrond.

Overige grieven

8. De overige grieven kunnen niet leiden tot een ruimere cassatie.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het heeft beslist over de omvang van de door de eiseres aan de huwgemeenschap verschuldigde vergoeding en over de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 28 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Vergoedingsregels

  • Echtgenoot

  • Eigen onroerend goed

  • Echtgenoten

  • Gezamenlijke lening

  • Vergoeding