- Arrest van 28 november 2013

28/11/2013 - C.13.0011.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Wanneer een bewarend beslag in een uitvoerend beslag wordt omgezet, wordt het bedrag van de oorzaak van het uitvoerend beslag bepaald door de uitgesproken veroordeling, binnen de grenzen van het bedrag waarvoor het bewarend beslag werd gelegd; het uitvoerend beslag betreft, binnen deze grenzen, ook de bedragen die na het bewarend beslag opeisbaar zijn geworden voor zover deze betrekking hebben op schuldvorderingen waarvoor het bewarend beslag werd gelegd en die mede het voorwerp zijn van de uitgesproken veroordeling.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0011.N

AMARFIN nv, met zetel te 3930 Hamont-Achel, Sommisstraat 27,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

DE CEUSTER EN C° nv, met zetel te 3920 Lommel, Industriezone Kristalpark Lommel, Gerard Mercatorstraat 26,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Dalstraat 67, bus 14, w aar de verweerster woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 21 september 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens de artikelen 1456 en 1542 Gerechtelijk Wetboek kan de derde-beslagene die niet binnen vijftien dagen na het beslag zijn verklaring van derde-beslagene heeft gedaan of ze niet met nauwkeurigheid heeft gedaan, voor schul-denaar verklaard worden, voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsmede voor de kosten daarvan, onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging, die in die gevallen te zijnen laste zijn.

2. Artikel 1491, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek bepaalt dat het vonnis over de zaak zelf ten aanzien van de uitgesproken veroordelingen, de uitvoerbare titel vormt waarvan de enkele betekening het bewarend beslag in uitvoerend beslag doet overgaan.

Wanneer aldus het bewarend beslag in een uitvoerend beslag wordt omgezet, wordt het bedrag van de oorzaak van het uitvoerend beslag bepaald door de uitge-sproken veroordeling, binnen de grenzen van het bedrag waarvoor het bewarend beslag werd gelegd. Het uitvoerend beslag betreft, binnen deze grenzen, ook de bedragen die na het bewarend beslag opeisbaar zijn geworden voor zover deze be-trekking hebben op schuldvorderingen waarvoor het bewarend beslag werd gelegd en die mede het voorwerp zijn van de uitgesproken veroordeling.

3. Uit de vaststellingen van het arrest blijkt dat:

- de verweerster op 10 september 2009 bewarend beslag heeft gelegd ten laste van haar schuldenaar, Darcon bvba, in handen van de eiseres voor openstaande facturen voor de huurkoop van bouwmateriaal voor een bedrag afgerond op 105.000 euro;

- kort daarop de schuldenaar aan de verweerster een bedrag van 40.000 euro be-taalde;

- nadien nog andere facturen vervielen;

- de eiseres geen verklaring van derde-beslagene heeft gedaan en in weerwil van het beslag voor 145.000 euro betalingen aan Darcon bvba heeft gedaan;

- de rechtbank van koophandel te Hasselt bij vonnis van 18 november 2009 Dar-con bvba veroordeelde tot een bedrag van 82.661,59 euro in hoofdsom, hierbij rekening houdend met de betaling van 40.000 euro en de bijkomend vervallen facturen;

- dit vonnis op 11 december 2009 aan Darcon bvba werd betekend met omzet-ting van het bewarend beslag in uitvoerend beslag;

- blijkens de afrekening van de instrumenterende gerechtsdeurwaarder het krach-tens het vonnis van 18 november 2009 verschuldigde bedrag 90.313,42 euro bedraagt;

- de verweerster op 3 mei 2010 de eiseres dagvaardt ten einde deze tot schul-denaar te horen verklaren voor de oorzaak en kosten van het beslag.

4. De appelrechter die oordeelt dat de eiseres "niet te goeder trouw heeft ge-handeld" en "elke normale uitwerking van het derdenbeslag gefrustreerd heeft" en de eiseres veroordeelt tot de betaling van 90.000 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke interest vanaf 3 mei 2010, schendt geen der als geschonden aange-voerde wetsbepalingen.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 1010,68 euro en voor de verweerster op 218,48 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en in openbare rechtszitting van 28 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Bewarend beslag

  • Omzetting

  • Uitvoerend beslag

  • Bedrag van de oorzaak

  • Grens

  • Bedragen opeisbaar na het bewarend beslag