- Arrest van 28 november 2013

28/11/2013 - C.13.0233.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De geoorloofdheid van de oorzaak en het voorwerp van een overeenkomst dienen beoordeeld te worden naar het tijdstip van het sluiten ervan (1). (1) Het OM concludeerde tot verwerping aangezien het van oordeel was dat de litigieuze overeenkomst het oprichten van een bouwwerk in strijd met de stedenbouwkundige normen, die de openbare orde raken, tot voorwerp had en dat zij aldus een ongeoorloofd voorwerp had bij het afsluiten ervan, zodat de appelrechters hun beslissing om op die grond de overeenkomst nietig te verklaren naar recht hadden verantwoord.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0233.N

VOS AANNEMINGEN nv, met zetel te 9051 Gent, Kortrijksesteenweg 1157,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

1. M.,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Martin Lebbe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerster woonplaats kiest,

2. VANHOUT PROJECTS nv, met zetel te 2440 Geel, Lammerdries 12,

verweerster,

3. BNP PARIBAS FORTIS nv, met zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3

tot bindendverklaring opgeroepen partij.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent van 9 september 2011.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Christian Vandewal heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest gehecht is, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens het artikel 1131 Burgerlijk Wetboek kan een verbintenis, aange-gaan zonder oorzaak, uit een valse oorzaak of uit een ongeoorloofde oorzaak, geen gevolg hebben.

Een overeenkomst met een ongeoorloofd voorwerp is krachtens artikel 6 Burger-lijk Wetboek nietig.

De geoorloofdheid van de oorzaak en het voorwerp van een overeenkomst dienen beoordeeld te worden naar het tijdstip van het sluiten ervan.

2. De appelrechters stellen vast dat:

- de overeenkomst tussen de partijen van 26 augustus 2000 de verkoop tot voor-werp had van een op te richten woning overeenkomstig een op 30 december 1998 afgeleverde stedenbouwkundige vergunning;

- tijdens de uitvoering van de bouwwerken op enkele punten werd afgeweken van de stedenbouwkundige vergunning.

De appelrechters oordelen dat in de mate "er niet werd gebouwd overeenkomstig deze stedenbouwkundige vergunning (...) er in feite gebouwd werd zonder ver-leende vergunning, wat een bouwmisdrijf uitmaakt", waaruit zij afleiden dat de overeenkomst die "bouwsels in oprichting tot voorwerp heeft waaraan (niet ver-jaarde) bouwmisdrijven kleven als nietig is te beoordelen".

3. Door op deze gronden de overeenkomst nietig te verklaren, verantwoorden zij hun beslissing niet naar recht.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent over aan de feitenrechter.

Verwijst de zaak naar het hof van beroep te Antwerpen.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Alain Smetryns, Geert Jocqué, Bart Wylleman en Koenraad Moens, en op de openbare rechtszitting van 28 november 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Christian Vandewal, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky K. Moens B. Wylleman

G. Jocqué A. Smetryns E. Dirix

Vrije woorden

  • Voorwerp

  • Geoorloofdheid

  • Beoordeling

  • Tijdstip