- Arrest van 3 december 2013

03/12/2013 - P.13.1859.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Krachtens artikel 6bis, derde lid, Drugswet kunnen de in dat artikel bedoelde personen zonder bevel van de onderzoeksrechter een huiszoeking uitvoeren in lokalen die dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in die wet genoemde stoffen; hiertoe is vereist dat er voorafgaand aan de huiszoeking ernstige aanwijzingen bestaan dat in die lokalen dergelijke stoffen kunnen aanwezig zijn (1). (1) Cass. 1 juni 2010, AR P.10.0484.N, AC 2010, nr. 384.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1859.N

G A M D,

inverdenkinggestelde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Nadia Lorenzetti, advocaat bij de balie te Brugge.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 19 november 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Eerste onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6bis Drugswet: het arrest oordeelt dat er voldoende ernstige aanwijzingen waren om het schip bij toepassing van artikel 6bis Drugswet te doorzoeken; nochtans blijkt uit het strafdossier slechts vage, weinig gedetailleerde en anonieme informatie die niet werd gecon-troleerd op geloofwaardigheid en die betreffende de eiser geen voorafgaande ern-stige aanwijzingen van een misdrijf uitmaakte, zodat de heterdaadprocedure niet kon toegepast worden, maar een huiszoekingsbevel vereist was.

2. Krachtens artikel 6bis, derde lid, Drugswet kunnen de in dat artikel bedoel-de personen zonder bevel van de onderzoeksrechter een huiszoeking uitvoeren in lokalen die dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in die wet genoemde stoffen. Hiertoe is vereist dat er voorafgaand aan de huiszoe-king ernstige aanwijzingen bestaan dat in die lokalen dergelijke stoffen kunnen aanwezig zijn.

Het onderdeel dat geheel ervan uitgaat dat er voorafgaand aan de bedoelde huis-zoeking ernstige aanwijzingen van schuld tegen een bepaalde persoon moeten be-staan, faalt naar recht.

Tweede onderdeel

3. Het onderdeel voert schending aan van artikel 15 Grondwet: het arrest oor-deelt ten onrechte dat artikel 6bis Drugswet kon toegepast worden; de huiszoeking die in eisers kajuit plaatsvond zonder bevel tot huiszoeking en zonder zijn instemming, schendt de vermelde bepaling.

4. Krachtens artikel 6bis, derde lid, Drugswet kunnen de in dat artikel bedoel-de personen zonder bevel van de onderzoeksrechter een huiszoeking uitvoeren in lokalen die dienen voor het vervaardigen, bereiden, bewaren of opslaan van de in die wet genoemde stoffen. Hiertoe is vereist dat er voorafgaand aan de huiszoe-king ernstige aanwijzingen bestaan dat in die lokalen dergelijke stoffen kunnen aanwezig zijn.

5. Met overname van de redenen van de vordering van het openbaar ministerie en met eigen redenen, oordeelt het arrest dat:

- uit politionele informatie blijkt dat een criminele organisatie, die zich bezig houdt met de invoer van grote partijen cocaïne vanuit Zuid-Amerika naar Bel-gië, een zending van ongeveer 50 kilo cocaïne verwachtte, die zou vervoerd worden via het schip Carlos Fischer en op 23 of 24 oktober 2013 zou aan¬komen in een Belgische haven;

- uit inlichtingen van de douane blijkt dat dit schip effectief verwacht werd in de haven van Zeebrugge op 30 oktober 2013;

- bij een doorzoeking van het schip op 31 oktober 2013 er onder meer in de ka-juit, bewoond door de eiser, een grote hoeveelheid cocaïne werd aange¬troffen;

- het openbaar ministerie zich kon steunen op de verkregen niet-geïdentificeerde informatie, die bestond uit concrete inlichtingen over het transportmiddel voor het vervoer van de drugs, de nationaliteit en de identiteit van de potentiële uit-voerders en die aldus voldoende ernstige aanwijzingen bevatte om tot een actie over te gaan en het schip te doorzoeken bij toepassing van de heterdaadproce-dure bepaald in artikel 6bis Drugswet.

Aldus is de beslissing naar recht verantwoord.

Het onderdeel kan niet worden aangenomen.

Derde onderdeel

6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 16 Voorlopige Hechteniswet: het arrest oordeelt dat er in hoofde van de eiser voldoende ernstige aanwijzingen van schuld zijn, terwijl die aanwijzingen enkel voortkomen uit een nietige huis-zoeking.

Het onderdeel is afgeleid uit de in het eerste en tweede onderdeel vergeefs aange-voerde onwettigheden en is bijgevolg niet ontvankelijk.

Ambtshalve onderzoek van de beslissing

7. De substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven rechtsvormen zijn in acht genomen en de beslissing is overeenkomstig de wet gewezen.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiser tot de kosten.

Bepaalt de kosten op 71,01 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 3 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

V. Kosynsky

E. Francis A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Artikel 6bis, Drugswet

  • Huiszoeking in lokalen