- Arrest van 4 december 2013

04/12/2013 - P.13.0285.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Artikel 89, §5, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst, dat de strafrechter, voor wie de verzekeraar door de benadeelde in de zaak wordt betrokken, verbiedt uitspraak te doen over de rechten die de verzekeraar ten aanzien van de verzekerde kan doen gelden, verbiedt niet dat de tussenkomende verzekeraar voor de strafrechter, tegen de benadeelde die zijn rechtstreeks vorderingsrecht uitoefent op grond van de verzekeringsovereenkomst, de excepties opwerpt bedoeld in artikel 87, §2, van de wet; dergelijke exceptie is immers geen recht dat de verzekeraar ten aanzien van de verzekerde doet gelden maar heeft, indien gegrond, alleen tot gevolg dat eerstgenoemde wordt vrijgesteld van de dekking die hij het slachtoffer verschuldigd is; de beoordeling van die exceptie door de strafrechter is onlosmakelijk verbonden met de uitoefening van de rechtstreekse vordering van de benadeelde (1). (1) Zie Cass. 27 jan. 2004, AR P.03.0839.N, AC 2004, nr. 46.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.0285.F

I. FEDERALE VERZEKERING, cvba,

Mr. Gautier Pijcke, advocaat bij de balie te Brussel, en mr. Michel Mahieu, advo-caat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. F. D.,

2. M. D.,

3. S. J.,

4. AXA BELGIUM nv,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

II. 1. L. G.,

2. A. G.,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M. D.,

2. S. J.,

III. AXA BELGIUM nv,

Mr. Antoine De Bruyn, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. FEDERALE VERZEKERING, cvba,

Mr. Gautier Pijcke, advocaat bij de balie te Brussel, en mr. Michel Mahieu, advocaat bij het Hof van Cassatie,

2. René SWENNEN, advocaat, als vereffenaar van de naamloze vennootschap Entreprise Stas,

3. CONTROLE INDUSTRIEL BELGE nv,

4. R. W.,

5. P. S.,

6. G. M.,

7. ASSOCIATION CHRETIENNE DES INSTITUTIONS SOCIALES ET DE SANTE vzw,

IV. René SWENNEN, advocaat, als vereffenaar van de naamloze vennootschap Entreprise Stas, beklaagde,

tegen

1. F. D.,

2. M. D.,

3. S. J.,

4. AXA BELGIUM nv,

V. 1. F. D.,

2. S. J.,

tegen

1. FEDERALE VERZEKERING cvba,

2. C. V.,

3. René SWENNEN, advocaat, als vereffenaar van de naamloze vennootschap Entreprise Stas,

4. CONTROLE INDUSTRIEL BELGE nv,

5. R. W.,

6. P. S.,

7. G. M.,

8. ASSOCIATION CHRETIENNE DES INSTITUTIONS SOCIALES ET DE SANTE vzw,

9. GRANDMONT nv, voorheen A & L Grandmont bvba,

10. L. G.

VI. GRANDMONT nv,

Mr. John Kirkpatrick, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

1. M. D.,

2. S. J.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Luik, correctionele kamer, van 10 januari 2013.

De eiseres, de coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Federale Verzekering, voert twee middelen aan en de eisers L. G., A. G. en de naamloze vennootschap Grandmont voeren drie middelen aan. De eiseres, de naamloze ven-nootschap Axa Belgium, voert een middel aan, evenals de eiser René Swennen, qualitate qua. Die middelen worden voorgedragen in vier memories waarvan een eensluidend verklaard afschrift aan dit arrest is gehecht.

Raadsheer Pierre Cornelis heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Raymond Loop heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

De eiseres, die in het bestreden arrest en in de akte van cassatieberoep coöperatie-ve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Federale Verzekeringen wordt genoemd, is dezelfde als de hoger omschreven Federale Verzekering, coöperatieve vennootschap met beperkte aansprakelijkheid.

A. Cassatieberoep van Federale Verzekering cvba

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissing over het aan-sprakelijkheidsbeginsel en de verplichting voor de eiseres om de schade te vergoeden van de verweerders F. en M. D., S. J. en van Axa Belgium nv

Eerste middel

Het middel voert schending aan van artikel 89, § 5, Wet Landverzekeringsover-eenkomst. Die bepaling verbiedt de strafrechter, voor wie de verzekeraar door de benadeelde in de zaak wordt betrokken, uitspraak te doen over de rechten die de verzekeraar ten aanzien van de verzekerde kan doen gelden.

Volgens de eiseres overtreedt het arrest dat verbod door te beslissen dat de door haar aangevoerde clausules tot uitsluiting van dekking geen uitwerking hebben, waardoor zij verplicht wordt de schade te dekken.

Het voormelde artikel 89, § 5, verbiedt de tussenkomende verzekeraar voor de strafrechter niet om de benadeelde, die zijn rechtstreeks vorderingsrecht uitoefent op grond van de verzekeringsovereenkomst, de excepties tegen te werpen bedoeld in artikel 87, § 2, van de wet.

Dergelijke exceptie is immers geen recht dat de verzekeraar ten aanzien van de verzekerde doet gelden maar heeft, indien ze wordt aangenomen, alleen tot gevolg dat eerstgenoemde wordt bevrijd van de dekking die hij het slachtoffer moet ver-lenen.

De beoordeling van die exceptie door de strafrechter is onlosmakelijk verbonden met de uitoefening van de rechtstreekse vordering van de benadeelde.

Daaruit volgt dat het arrest, door de eiseres het voordeel te ontzeggen van de door haar aangevoerde uitsluitingsbedingen, geen uitspraak doet over een punt dat de in het middel bedoelde wetsbepaling aan de rechtsmacht van het hof van beroep zou hebben onttrokken.

Het middel kan niet worden aangenomen.

Tweede middel

Krachtens artikel 8, tweede lid, Wet Landverzekeringsovereenkomst, dekt de ver-zekeraar de schade veroorzaakt door de schuld, ook de grove schuld, van de ver-zekeringnemer, van de verzekerde of van de begunstigde. De verzekeraar kan zich echter van zijn verplichtingen bevrijden voor de gevallen van grove schuld die op uitdrukkelijke en beperkende wijze in de overeenkomst zijn bepaald.

Die bepaling sluit niet alleen uit dat de verzekeraar zich van zijn verplichtingen kan bevrijden voor de gevallen van grove schuld die in algemene bewoordingen zijn gesteld, maar ook voor de gevallen van grove schuld die kunnen worden be-paald in functie van de maatregelen die door het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming dan wel door de coördinator veiligheid en gezondheid zijn aanbevolen.

Het arrest stelt vast dat artikel 26 van de algemene voorwaarden van de door de hoofdaannemer bij de eiseres gesloten polis burgerlijke aansprakelijkheid exploi-tatie, bepaalt dat de schade "veroorzaakt door het ontbreken of weghalen van wet-telijke veiligheidsuitrusting" van de verzekering wordt uitgesloten.

De appelrechters, die oordelen dat bij gebrek aan een definitie van het begrip vei-ligheidsuitrusting, de tekst van de clausule een algemeen karakter heeft waardoor het geen uitwerking kan hebben, verantwoorden hun beslissing naar recht.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

D. Cassatieberoep van Axa Belgium nv

1. In zoverre het cassatieberoep gericht is tegen de beslissingen die, op haar burgerlijke rechtsvorderingen tegen de verweerders, Federale Verzekering cvba, en René Swennen qualitate qua, uitspraak doen over

a. het beginsel van de aansprakelijkheid

Middel

Het voorwerp van de regresvordering die de arbeidsongevallenverzekeraar kan in-stellen tegen de voor het arbeidsongeval aansprakelijke persoon, mag het bedrag niet overschrijden van de schadevergoeding die de getroffene voor dezelfde scha-de naar gemeen recht had kunnen verkrijgen.

Daaruit volgt dat wanneer de schade is veroorzaakt door de samenlopende fouten van de beklaagde en het slachtoffer, wat volgens het arrest het geval is, de ar-beidsongevallenverzekeraar in de rechten van de getroffene treedt, naar rato van het aandeel van de beklaagde in de aansprakelijkheid voor het ongeval.

Het arrest miskent die regels niet door te beslissen dat, met betrekking tot het aan-sprakelijkheidsbeginsel, de subrogerende partij wegens haar eigen fout een vijfde van haar schade moet dragen, zodat de gesubrogeerde partij haar onkosten slechts kan terugvorderen tot beloop van een bedrag dat de vier vijfde van diezelfde schade niet overschrijdt.

De appelrechters, die het bedrag van de vergoeding waarop de getroffene recht heeft naar gemeen recht nog niet hadden vastgesteld, dienden niet na te gaan of tachtig procent van dat bedrag het totaal van de bedragen overschrijdt die de eise-res aan haar verzekerde, die door het ongeval is getroffen, heeft uitbetaald.

Het arrest beslist niet dat de arbeidsongevallenverzekeraar nooit recht zal hebben op meer dan tachtig procent van het bedrag van de vergoeding die hij de getroffe-ne heeft uitbetaald maar dat hij, wat niet hetzelfde is, slechts recht heeft op tachtig procent van het nog niet vastgestelde bedrag van de vergoeding die de getroffene naar gemeen recht verschuldigd is.

Het middel kan niet worden aangenomen.

(...)

Dictum

Het Hof,

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van Federale Verzekering cv, in zoverre het gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorde-ringen die tegen haar zijn ingesteld door F. en M. D., S. J. en Axa Belgium nv, uitspraak doen over de omvang van de verschillende schadeposten.

Verleent akte van de afstand van het cassatieberoep van Axa Belgium nv, in zo-verre het gericht is tegen de beslissingen die, op de burgerlijke rechtsvorderingen die tegen haar zijn ingesteld door Federale Verzekering cv en tegen René Swennen qualitate qua, uitspraak doen over de omvang van de schade.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet in de zaak van René Swennen qualitate qua.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het, op de strafvordering tegen L. G. en A. G., hen tot een straf en tot een bijdrage aan het Bijzonder fonds tot hulp aan de slachtoffers van opzettelijke gewelddaden veroordeelt.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het uitspraak doet over de burgerlijke rechtsvorderingen van M. D. en S. J. tegen L. G. en Grandmont nv.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Veroordeelt de verweerders F. D., M. D., S. J. en Axa Belgium nv, elk tot een achtste van de kosten van het cassatieberoep van René Swennen qualitate qua, en laat de overige kosten ten laste van de Staat.

Laat de kosten van het cassatieberoep van A. G. ten laste van de Staat.

Veroordeelt de verweerders M. D. en S. J., ieder tot een vierde van de kosten van de cassatieberoepen van L. G. en Grandmont nv, en laat de overige kosten ten las-te van de Staat.

Veroordeelt de overige eisers, Federale Verzekering cv, Axa Belgium nv, F. D. en S. J., tot de kosten van hun cassatieberoep.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Brussel.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, tweede kamer, te Brussel, door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, afdelingsvoorzitter Frédéric Close, de raadsheren Benoît Dejemeppe, Pierre Cornelis en Gustave Steffens, en in openbare terechtzitting van 4 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter ridder Jean de Codt, in aanwezigheid van advocaat-generaal Raymond Loop, met bij-stand van griffier Tatiana Fenaux.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Peter Hoet en overge-schreven met assistentie van afgevaardigd griffier Véronique Kosynsky.

De afgevaardigd griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Niet verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering

  • Geding tegen de verzekerde voor de strafrechter

  • Rechtstreeks vorderingsrecht van de benadeelde

  • Tussenkomende verzekeraar

  • Excepties die de benadeelde kunnen worden tegengeworpen

  • Toepassing