- Arrest van 5 december 2013

05/12/2013 - C130041N-C130067N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Door de ontbinding van een huwelijksvermogensstelsel met een gemeenschap van goederen ontstaat tussen de gewezen echtgenoten een onverdeeldheid, die in de regel beheerst wordt door het gemeen recht (1). (1) Cass. 12 sept. 2008, AR C.07.0394.N, AC 2008, nr. 468.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.13.0041.N

T.P.,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiser woonplaats kiest,

tegen

B.W.,

verweerster.

II

Nr. C.13.0067.N

B.W.,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187/302, waar de eiseres woonplaats kiest

tegen

T.P.,

verweerder,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de verweerder woonplaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen van 3 oktober 2012.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDELEN

In de zaak C.13.0041.N

De eiser voert in zijn verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

In de zaak C.13.0067.N

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, drie middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

A. Voeging

1. De cassatieberoepen zijn gericht tegen hetzelfde arrest.

Zij dienen gevoegd te worden.

B. De zaak C.13.0041.N

Eerste onderdeel

2. De appelrechters beslissen dat de aandelen in de vennootschap Dokter T. P.bvba eigen zijn, maar dat de vermogenswaarde van de artsenpraktijk, ingebracht in de voormelde vennootschap, gemeenschappelijk is.

Zij bevestigen op dit punt de beslissing van de eerste rechter die in dezelfde zin besliste dat de lidmaatschapsrechten in de vennootschap eigen blijven, doch dat de vermogenswaarde van de artsenpraktijk die in de vennootschap werd ingebracht en derhalve de vermogenswaarde van de aandelen van die vennootschap in het gemeenschappelijk vermogen vallen.

De eerste aangevoerde tegenstrijdigheid bestaat derhalve niet.

Het onderdeel mist in zoverre feitelijke grondslag.

3. Het arrest beslist enerzijds dat de artsenpraktijk gewaardeerd dient te wor-den op het ogenblik van de ontbinding van het huwelijksstelsel, meer bepaald op 11 februari 2004, zijnde de datum van de inleidende dagvaarding tot echtschei-ding.

Anderzijds bevestigt het arrest de in het vonnis van 18 maart 2011 bevolen onder-zoeksmaatregel waarbij aan de deskundige de opdracht werd gegeven om de waarde van de vennootschap waarin de praktijk werd ingebracht, te bepalen "op datum van heden".

4. Die beschikkingen zijn tegenstrijdig, zodat het arrest artikel 1138, 4°, Ge-rechtelijk Wetboek schendt.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Overige grieven

4. Het tweede onderdeel kan niet tot ruimere cassatie leiden.

C. De zaak C.13.0067.N

Eerste middel

Eerste onderdeel

5. Het onderdeel heeft dezelfde strekking als het eerste onderdeel van het mid-del in de zaak C.13.0041.N voor zover dit de tegenstrijdigheid inroept over het beoordelingstijdstip van de vermogenswaarde van de artsenpraktijk en van de aandelen van de vennootschap waarin die praktijk werd ingebracht.

Gelet op het antwoord in r.o 3 en 4 is het onderdeel gegrond.

Tweede middel

Tweede onderdeel

Ontvankelijkheid

6. De verweerder voert aan dat het onderdeel niet ontvankelijk is omdat het, ingevolge een tegenstrijdigheid, onnauwkeurig is.

7. Het onderdeel voert zonder tegenstrijdigheid aan dat de appelrechters de in het onderdeel aangewezen wetsbepalingen schenden door te oordelen dat de ver-zekeringspolissen in het raam van de verdeling gewaardeerd dienen te worden op het ogenblik van de ontbinding van het huwelijk en niet op de datum van de daadwerkelijke verdeling.

De grond van niet-ontvankelijkheid dient te worden verworpen.

Gegrondheid

8. Krachtens artikel 1427 Burgerlijk Wetboek, wordt het wettelijk stelsel ont-bonden door het overlijden van een der echtgenoten, de echtscheiding of de schei-ding van tafel en bed, de gerechtelijke scheiding van goederen of nog de overgang naar een ander huwelijksvermogensstelsel.

Door de ontbinding van een huwelijksvermogensstelsel met een gemeenschap van goederen, ontstaat tussen de gewezen echtgenoten een onverdeeldheid, die in de regel beheerst wordt door het gemeen recht.

9. Krachtens artikel 577, § 2 en § 8, Burgerlijk Wetboek, worden de onver-deelde aandelen vermoed gelijk te zijn en is de verdeling van de gemeenschappe-lijke zaak onderworpen aan de regels die bepaald zijn in de titel Erfenissen van dit wetboek.

Krachtens artikel 890 Burgerlijk Wetboek, worden, om te beoordelen of er bena-deling is geweest, de onverdeelde goederen geschat op hun waarde ten tijde van de verdeling.

10. Hieruit volgt dat, bij de verdeling, de waarde van de goederen die aanvankelijk behoorden tot het gemeenschappelijk vermogen van de echtgenoten en op het ogenblik van de verdeling, ingevolge de ontbinding van het stelsel, afhangen van de tussen hen ontstane post-communautaire onverdeeldheid, moet worden bepaald op het ogenblik van de verdeling.

11. De appelrechters oordelen dat de gemengde levensverzekeringen op naam van de verweerder een duidelijke spaarverrichting uitmaken, zodat het uitgekeerde kapitaal, of bij afkoop, de concrete afkoopwaarde in het gemeenschappelijk ver-mogen valt en dat de verzekeringspolissen in de staat van vereffening moeten worden vermeld met hun afkoopwaarde op de datum van de ontbinding van het stelsel.

12. Door te oordelen dat de verzekeringen in het kader van de verdeling dienen te worden gewaardeerd op de datum van de ontbinding van het stelsel, schenden de appelrechters het artikel 890 Burgerlijk Wetboek.

Het onderdeel is gegrond.

Derde middel

13. De eiseres heeft voor de appelrechters gevorderd dat de door de verweerder ontvangen huurgelden met betrekking tot het beroepsgedeelte van de woonst, ver-rekend moeten worden vanaf de datum van inleiding van de echtscheidingsvorde-ring, dit is 11 februari 2004, in plaats van juni 2005, zodat 16 maanden huur die-nen te worden toegevoegd aan de staat van vereffening.

14. De appelrechters laten na uitspraak te doen over deze vordering van de eise-res en schenden aldus artikel 1138, 3°, Gerechtelijk Wetboek.

Het middel is gegrond.

Overige grieven

15. De overige grieven kunnen niet tot ruimere cassatie leiden.

Dictum

Het Hof,

Voegt de zaken C.13.0041.N en C.13.0067.N.

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre:

- het oordeelt, enerzijds, dat de artsenpraktijk gewaardeerd moet worden op het ogenblik van de ontbinding van het huwelijksstelsel, en, anderzijds, bij beves-tiging van het beroepen vonnis, dat de waardering moet geschieden op de dag van de verdeling en dat een deskundige de waarde ervan moet bepalen op de "datum van heden";

- het oordeelt dat de gemengde levensverzekeringen in de staat van vereffening moeten worden opgenomen met hun afkoopwaarde op de datum van de ont-binding van het stelsel;

- het nalaat uitspraak te doen over de vordering van de eiseres om 16 maanden huur met betrekking tot het beroepsgedeelte van de woonst toe te voegen aan de staat van vereffening;

- het oordeelt over de kosten.

Verwerpt de cassatieberoepen voor het overige.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, afdelingsvoorzitter Albert Fettweis, en de raadsheren Alain Smetryns, Koen Mestdagh en Geert Jocqué, en in openbare rechtszitting van 5 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoor-zitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal André Van Ingelgem, met bijstand van griffier Kristel Vanden Bossche.

K. Vanden Bossche G. Jocqué K. Mestdagh

A. Smetryns A. Fettweis E. Dirix

Vrije woorden

  • Huwelijksvermogensstelsel met gemeenschap van goederen

  • Ontbinding