- Arrest van 6 december 2013

06/12/2013 - C.12.0567.F

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De vernietiging van een beslissing kan alleen uitwerking hebben t.a.v. de partijen die regelmatig in de zaak voor het Hof waren betrokken, ongeacht de omvang die aan de zaak tussen die partijen moet worden toegekend (1). (1) Zie concl. O.M. in Pas. 2013, nr. … .

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0567.F

BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de vice-eerste minister en minis-ter van Economie, Consumenten en Noordzee,

Mr. Paul Alain Foriers, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

M. D.,

in aanwezigheid van

B. B.,

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Bergen van 26 maart 2012, op verwijzing gewezen na het arrest van het Hof van 16 mei 2008.

Advocaat-generaal Thierry Werquin heeft op 18 oktober 2013 geconcludeerd.

Raadsheer Sabine Geubel heeft verslag uitgebracht en advocaat-generaal Thierry Werquin heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiser voert volgend middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- De artikelen 23, 812, 813, 1042, 1079, inzonderheid eerste lid, 1082, eerste lid, 1095 en 1110 van het Gerechtelijk Wetboek.

Aangevochten beslissingen

Het hof van beroep verklaart het bestreden arrest bindend ten aanzien van en tegenstelbaar aan de eiser om de volgende redenen :

"B) Onherroepelijkheid, jegens hem, van het arrest van het hof van beroep te Brussel: [De eiser] voert aan dat hij niet in het cassatiegeding is geroepen en dat het dictum van het arrest van het hof van beroep van 10 oktober 2005 jegens hem onherroepelijk is geworden;

Dat arrest heeft beslist dat de vordering tot bindendverklaring van het arrest, die slechts subsidiair was ingesteld, doelloos was, aangezien er was beslist dat het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds [de verweerster] en [de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij] moest vergoeden;

De vernietiging op een dictum leidt tot de - zelfs niet gevorderde - vernietiging van de daarvan niet onderscheiden dicta;

Uit het oogpunt van de omvang van de vernietiging is het dictum waartegen geen enkele partij bij het cassatiegeding een ontvankelijk cassatieberoep kan instellen, niet onderscheiden van het door het cassatieberoep bestreden dictum;

Zulks is het geval voor een dictum dat de eiser niet benadeelt en de verweerder enkel zou benadelen bij vernietiging van het bestreden dictum;

In een dergelijk geval hebben immers noch de eisende partij noch de verwerende partij er belang bij op te komen tegen dat dictum, tegen hetwelk hun cassatieberoep, bijgevolg, niet-ontvankelijk zou worden verklaard;

De uitgesproken vernietiging strekt zich in dit geval wel degelijk uit tot het dictum dat de vordering tot bindendverklaring van het arrest doelloos verklaart, daar het voormelde dictum niet onderscheiden was van dat welk het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds veroordeelt".

Grieven

1. Volgens artikel 23 van het Gerechtelijk Wetboek heeft een beslissing pas rechterlijk gewijsde wanneer de vordering tussen dezelfde partijen bestaat, en door hen en tegen hen in dezelfde hoedanigheid is gedaan.

2. Het cassatieberoep wordt ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen, dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht (artikel 1079, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek).

3. Naar luid van artikel 1084 van het Gerechtelijk Wetboek moet het cassatieberoep, wanneer het geschil onsplitsbaar is, gericht worden tegen alle bij de bestreden beslissing betrokken partijen wier belang strijdig is met dat van de eiser. Laatstgenoemde moet bovendien de andere partijen die nog geen verweerder zijn of nog niet opgeroepen zijn, binnen de gewone termijnen in de zaak betrekken. Bij niet-inachtneming van de in dit artikel gestelde regels wordt het cassatieberoep niet toegelaten. Het arrest kan worden tegengeworpen aan alle in de zaak betrokken partijen.

4. Uit de samenhang tussen die bepalingen volgt dat de gevolgen van de vernietiging relatief zijn, in die zin dat ze in beginsel alleen betrekking hebben op de partijen die regelmatig in de zaak zijn opgeroepen voor het Hof van Cassatie, hetzij als eiser of verweerder, hetzij als tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij, overeenkomstig de artikelen 812 en 813, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek (toepasselijk op de cassatieprocedure overeenkomstig artikel 1042 van het Gerechtelijk Wetboek).

De vernietiging heeft dus geen uitwerking ten aanzien van de andere partijen bij de vernietigde beslissing, die jegens hen blijft bestaan en in die mate gezag van gewijsde heeft.

5. Daarenboven volgt uit de artikelen 1082, eerste lid, 1095 en 1110 van het Ge-rechtelijk Wetboek, die de omvang van de vernietiging bepalen, dat de daaruit voortvloeiende nietigverklaring van andere dicta dan die welke bekritiseerd werden in het middel dat tot vernietiging heeft geleid, en met name de nietigverklaring van uit het oogpunt van de omvang van de vernietiging niet onderscheiden dicta alsook van dicta die het gevolg zijn van het vernietigde dictum, slechts geldt binnen de grenzen van de relatieve werking van de vernietiging.

6. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt wat volgt:

- het cassatieberoep van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds tegen het arrest van het hof van beroep te Brussel van 10 oktober 2005 was uitsluitend gericht tegen de verweerster en tegen de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij, in hun hoedanigheid van verweerders in cassatie, en tegen de ‘Société régionale wallonne de transport', in haar hoedanigheid van tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij;

- de eiser is in die cassatieprocedure niet opgeroepen tot bindendverklaring van het arrest ;

- het arrest van 10 oktober 2005 is vernietigd bij arrest van 16 mei 2008.

7. Het bestreden arrest beslist, om de in de aanhef van het middel weergegeven redenen, dat de vernietiging van het arrest van het hof van beroep te Brussel van 10 oktober 2005, op het voormelde cassatieberoep van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, geleid heeft tot de vernietiging van het uit het oogpunt van de omvang van de vernietiging niet onderscheiden dictum, waarbij dat arrest van 10 oktober 2005 de vorderingen tot bindendverklaring van het arrest die de verweerster en de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partijen in het kader van die procedure subsidiair tegen de eiser hadden ingesteld, doelloos heeft verklaard.

8. Het bestreden arrest werpt tegen de eiser zodoende de gevolgen op van de ver-nietiging van het arrest van 16 mei 2008 en miskent aldus de relatieve werking van die vernietiging, aangezien de eiser geen partij in die cassatieprocedure is geweest (schending van alle in de aanhef van het middel bedoelde bepalingen, inzonderheid de artikelen 23, 1079, eerste lid, en 1084 van het Gerechtelijk Wetboek).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Enerzijds wordt het cassatieberoep, luidens artikel 1079, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek, ingesteld door op de griffie van het Hof van Cassatie een verzoekschrift in te dienen, dat in voorkomend geval vooraf wordt betekend aan de partij tegen wie het cassatieberoep is gericht.

Krachtens de artikelen 15 en 812 van dat wetboek, waarnaar artikel 1042 verwijst, kan de eiser of de verweerder in cassatie, indien hij een belang aantoont, een der-de voor het Hof oproepen tot bindendverklaring van het arrest.

Wanneer het geschil onsplitsbaar is, bepaalt artikel 1084 van hetzelfde wetboek, op straffe van niet-ontvankelijkheid, dat het cassatieberoep gericht moet worden tegen alle bij de bestreden beslissing betrokken partijen wier belang strijdig is met dat van de eiser en dat laatstgenoemde bovendien de andere partijen die nog geen verweerder zijn of nog niet opgeroepen zijn, binnen de gewone termijnen in de zaak moet betrekken, waarbij het arrest dan kan worden tegengeworpen aan alle in de zaak betrokken partijen.

Anderzijds bepaalt artikel 1082, eerste lid, Gerechtelijk Wetboek dat indien het bestreden arrest of vonnis verscheidene punten bevat, het verzoekschrift nauwkeu-rig aangeeft tegen welke punten het cassatieberoep is gericht.

Artikel 1095 van dat wetboek bepaalt dat het Hof alleen kan kennisnemen van de punten van de beslissing die in het inleidend verzoekschrift zijn aangegeven.

Uit het geheel van die bepalingen volgt dat de vernietiging van een beslissing al-leen uitwerking kan hebben ten aanzien van de partijen die regelmatig in de zaak voor het Hof waren betrokken, ongeacht de omvang die aan de vernietiging tussen die partijen moet worden toegekend.

Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt :

- het hof van beroep te Brussel heeft in het arrest van 10 oktober 2005 de vorde-ringen tot schadevergoeding van de verweerster en van de tot bindendverkla-ring van het arrest opgeroepen partij gegrond verklaard, in zoverre ze gericht zijn tegen het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds, en heeft vervolgens geoordeeld dat er geen grond bestond om uitspraak te doen over de door die partijen subsidiair tegen de eiser ingestelde vorderingen tot bindendverklaring van het arrest, die doelloos waren geworden;

- het cassatieberoep van het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds tegen het voormelde arrest is uitsluitend gericht tegen de verweerster en tegen de tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij, in hun hoedanigheid van verweersters in cassatie, en tegen de ‘Société régionale wallonne de transport', in haar hoedanigheid van tot bindendverklaring van het arrest opgeroepen partij;

- de eiser is in die eerste cassatieprocedure niet opgeroepen;

- het arrest van het Hof van 16 mei 2008 vernietigt het voormelde arrest, dat het Gemeenschappelijk Motorwaarborgfonds veroordeelt.

Het bestreden arrest, dat zijn beslissing grondt op het feit dat de betrokken dicta geen onderscheiden dicta zijn, verantwoordt niet naar recht zijn beslissing om de gevolgen van de vernietiging van de beslissing die het Gemeenschappelijk Mo-torwaarborgfonds veroordeelt, uit te breiden tot het dictum van het arrest van 10 oktober 2005 dat de tegen de eiser ingestelde vordering tot bindendverklaring van het arrest doelloos verklaart.

Het middel is gegrond.

De eiser heeft er daarenboven belang bij dat het arrest bindend wordt verklaard ten aanzien van de daartoe voor het Hof opgeroepen partij.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest, in zoverre het hof van beroep dat arrest ten aanzien van de eiser bindend en hem tegenstelbaar verklaart.

Verklaart dit arrest bindend ten aanzien van B.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Houdt de kosten aan en laat de beslissing daaromtrent aan de feitenrechter over.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Luik.

Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brussel, door voor-zitter Christian Storck, de raadsheren Didier Batselé, Michel Lemal, Marie-Claire Ernotte, Sabine Geubel, en in openbare terechtzitting van 6 december 2013 uitge-sproken door voorzitter Christian Storck, in aanwezigheid van advocaat-generaal Thierry Werquin, met bijstand van griffier Patricia De Wadripont.

Vertaling opgemaakt onder toezicht van raadsheer Geert Jocqué en overge-schreven met assistentie van griffier Johan Pafenols.

De griffier, De raadsheer,

Vrije woorden

  • Vernietiging van een beslissing

  • Tegenstelbaar karakter

  • Relatieve werking