- Arrest van 9 december 2013

09/12/2013 - C.12.0389.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Conclusie van advocaat-generaal Vanderlinden.

Arrest - Integrale tekst

Nr. C.12.0389.N

VAN OEVELEN bvba, met zetel te 3930 Hamont-Achel, Achel-Statie 97/1,

eiseres,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,

tegen

FORTIS BANK nv, met zetel te 1000 Brussel, Warandeberg 3,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Johan Verbist, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 2000 Antwerpen, Amerikalei 187, bus 302, waar de verweerster woon-plaats kiest.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 15 februari 2012 op verwijzing na het arrest van het Hof van 26 november 2009.

De zaak is bij beschikking van de eerste voorzitter van 24 juni 2013 verwezen naar de derde kamer.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 19 juni 2013 een grond van niet-ontvankelijkheid van de voorziening opgeworpen op grond van artikel 1119 Ge-rechtelijk Wetboek.

Meester Geinger heeft voor de eiseres op 3 september 2013 in antwoord hierop een nota neergelegd.

Op de rechtszitting van 9 september 2013 heeft afdelingsvoorzitter Eric Dirix ver-slag uitgebracht en werd de zaak uitgesteld overeenkomstig artikel 1105bis Ge-rechtelijk Wetboek naar de rechtszitting van 9 december 2013.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft op 5 november 2013 een schriftelij-ke conclusie neergelegd.

Afdelingsvoorzitter Eric Dirix heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal Henri Vanderlinden heeft geconcludeerd.

II. CASSATIEMIDDEL

De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

1. Krachtens artikel 1119, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek wordt geen voor-ziening in cassatie toegestaan tegen een beslissing van de rechter naar wie de zaak werd verwezen die overeenstemt met het verwijzingsarrest van het Hof.

2. Het middel komt op tegen de beslissing van de appelrechters waarbij uit-spraak wordt gedaan over een rechtspunt in overeenstemming met het arrest van het Hof van 26 november 2009 waarbij de zaak naar de appelrechters werd ver-wezen.

Het middel is niet ontvankelijk.

3. De eiseres werpt met betrekking tot de toepassing van artikel 1119, tweede lid, Gerechtelijk Wetboek de vraag op of deze bepaling geen ongelijke behande-ling in het leven roept in vergelijking met de toestand bedoeld in artikel 1119, eer-ste lid, dat een tweede cassatieberoep mogelijk maakt wanneer de bestreden be-slissing niet in overeenstemming is met het cassatiearrest en verzoekt het Hof een prejudiciële vraag te stellen aan het Grondwettelijk Hof.

4. Artikel 1119 Gerechtelijk Wetboek dat verschillende gevolgen verbindt aan een beslissing die gewezen is na een eerste cassatiearrest naargelang deze beslis-sing al dan niet overeenstemt met dit arrest, heeft geen betrekking op een onder-scheid tussen personen die zich in eenzelfde rechtspositie bevinden, maar betreft een regel die zonder onderscheid voor alle personen geldt.

De prejudiciële vraag dient niet te worden gesteld.

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 600,99 euro en voor de verweerster op 213,49 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, derde kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Eric Dirix, als voorzitter, en de raadsheren Koen Mestdagh, Antoine Lievens, Bart Wylleman en Koenraad Moens en in openbare rechtszitting van 9 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Eric Dirix, in aanwezigheid van advocaat-generaal Henri Vanderlinden, met bijstand van griffier Johan Pafenols.

J. Pafenols K. Moens B. Wylleman

A. Lievens K. Mestdagh E. Dirix

Vrije woorden

  • Prejudiciële vraag

  • Hof van Cassatie

  • Vraag aan het Grondwettelijk Hof

  • Verplichting

  • Grenzen

  • Personen in een verschillende rechtstoestand