- Arrest van 10 december 2013

10/12/2013 - P.12.1708.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het staat aan de rechter om onaantastbaar in feite te oordelen of een plaats onder het begrip openbare plaats valt in de zin van artikel 28 Wegverkeerswet; het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgtrekkingen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangenomen (1). (1) Zie Cass. 12 okt. 2005, AR P.05.0686.F, AC 2005, nr. 504; P. Arnou en M. De Busscher, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Kluwer Rechtswetenschappen België, 1-2; Larcier Wet en duiding, Wegverkeer Deel 1, 2008 (F. Glorieux, G. Jocqué, R. Sierens Editors), 10.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1708.N

T L P C,

beklaagde,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Caroline De Baets, advocaat bij het Hof van Cassatie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Leuven van 20 september 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, één middel aan.

Raadsheer Alain Bloch heeft verslag uitgebracht.

Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

1. Het middel voert schending aan van de artikelen 28 en 34, § 2, 1°, Wegver-keerswet en artikel 2, § 1, eerste lid, WAM 1989: het vonnis oordeelt dat zich op de plaats van de feiten een zevental fietsen en één personenwagen bevonden en dat de inbreuk zich dus voordeed op een openbare plaats; de feitelijke vaststellin-gen van het vonnis laten een dergelijk besluit niet toe.

2. Artikel 34, § 2, 1°, Wegverkeerswet stelt strafbaar: "hij die op een openbare plaats een voertuig of rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, terwijl een ademanalyse een alcoholconcentratie van tenminste 0,35 milligram per liter uitgeademde alveolaire lucht meet of de bloedanalyse een al-coholconcentratie van ten minste 0,8 gram per liter bloed aangeeft".

Artikel 28 Wegverkeerswet bepaalt dat in de Wegverkeerswet onder het begrip "openbare plaats" verstaan wordt: "de openbare weg, de terreinen toegankelijk voor het publiek en de niet-openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn."

3. Een openbare weg is een weg open voor het verkeer, onafhankelijk van de officiële benaming, het uitzicht en het eigendomsrecht, waar het publiek in het al-gemeen toegelaten is om er te komen of er minstens geduld wordt.

4. Terreinen toegankelijk voor het publiek zijn terreinen waar het publiek al dan niet tegen betaling in het algemeen wordt toegelaten.

5. Niet-openbare terreinen die voor een zeker aantal personen toegankelijk zijn, zijn terreinen die hoewel zij privé zijn, voortdurend toegankelijk zijn voor bepaalde categorieën van personen, zoals aangestelden, klanten, leveranciers, be-zoekers of passanten. De wetgever heeft aan dit begrip dezelfde ruime betekenis willen geven die het had in artikel 2, § 1, WAM 1956 en die het heeft in artikel 2, § 1, WAM 1989.

Het staat aan de rechter om onaantastbaar in feite te oordelen of een plaats onder het begrip openbare plaats valt in de zin van artikel 28 Wegverkeerswet. Het Hof gaat enkel na of de rechter uit zijn vaststellingen geen gevolgtrekkingen afleidt die daarmee geen verband houden of op grond daarvan niet kunnen worden aangeno-men.

6. Uit de enkele omstandigheid dat op foto's van de plaats een zevental fietsen te zien zijn, alsook één personenwagen, kan de rechter niet wettig afleiden dat het gaat om een openbare plaats in de zin van artikel 28 Wegverkeerswet.

Het middel is gegrond.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar de correctionele rechtbank te Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 109,95 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samen-gesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Alain Bloch en Antoine Lievens, en op de openbare rechtszitting van 10 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzit-ter Paul Maffei, in aanwezigheid van plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

A. Lievens A. Bloch

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Openbare plaats

  • Beoordeling