- Arrest van 10 december 2013

10/12/2013 - P.12.1727.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
De bijzondere bewijswaarde van de vaststelling gesteund op de materiële bewijsmiddelen die door een automatisch werkend toestel wordt opgeleverd, zoals bepaald in artikel 62, derde lid, Wegverkeerswet, kan slechts worden weerlegd door een sluitend tegenbewijs; het feit dat er twijfel bestaat, volstaat niet om dat tegenbewijs te leveren (1). (1) Zie Cass. 17 maart 1953, AC, 1952, 386; Cass. 29 jan. 1986, AC, 1985-86, nr. 335; Cass. 8 dec. 1970, RW, 1971-72, 470; DECLERCQ, R., Beginselen van Strafrechtspleging, 5° ed., 2010, p. 931, nr. 2091.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.12.1727.N

PROCUREUR DES KONINGS BIJ DE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG TE LEUVEN,

eiser,

tegen

C R H H,

beklaagde,

verweerder.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het vonnis in hoger beroep van de correctionele rechtbank te Leuven van 27 september 2012.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Afdelingsvoorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Exceptie van niet ontvankelijkheid

1. De verweerder voert aan dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is en dat de rechtspleging voor het Hof van Cassatie niet rechtmatig is daar het origineel van de cassatieakte in het dossier ontbreekt.

2. Uit de stukken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat het dossier een gelijkvormig uittreksel bevat van de cassatieakte waarvan het origineel berust ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Leuven. Geen enkele wetsbepa-ling vereist dat het origineel van die akte zich in het strafdossier zou bevinden.

De exceptie die uitgaat van een onjuiste rechtsopvatting, faalt naar recht.

Ontvankelijkheid van de memorie

3. De verweerder werpt een exceptie van niet-ontvankelijkheid van de memo-rie op daar deze getekend is door iemand die de titel van procureur des Konings niet draagt.

4. De memorie is getekend "C. Desmet, procureur des Konings". Uit de stuk-ken waarop het Hof vermag acht te slaan, blijkt dat C. Desmet substituut-procureur des Konings is.

5. Een substituut-procureur des Konings oefent in de rechtspleging alle prero-gatieven van de procureur des Konings uit en ondertekent bijgevolg de akten van rechtspleging in die hoedanigheid.

De exceptie kan niet worden aangenomen.

Middel

Eerste onderdeel

6. Het onderdeel voert schending aan van artikel 62, derde lid, Wegverkeers-wet: het bestreden vonnis oordeelt ten onrechte dat er twijfel bestaat over het ten laste gelegde feit en spreekt de eiser op die grond vrij; vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door onbemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd hebben bewijswaarde zolang het tegenbewijs niet is geleverd; door te oordelen dat er twijfel bestaat, miskent het bestreden vonnis de bijzondere bewijswaarde van die vaststellingen.

7. Artikel 62, derde lid, Wegverkeerswet, bepaalt: "De vaststellingen gesteund op materiële bewijsmiddelen die door onbemande automatisch werkende toestellen worden opgeleverd, hebben bewijskracht zolang het tegendeel niet bewezen is, wanneer het gaat om overtredingen van deze wet en haar uitvoeringbesluiten vermeld in een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. Wanneer een overtre-ding werd vastgesteld door onbemande automatisch werkende toestellen, wordt er melding van gemaakt in het proces-verbaal."

8. De bijzondere bewijswaarde van de vaststelling gesteund op materiële be-wijsmiddelen die door een automatisch werkend toestel wordt opgeleverd zoals bepaald in artikel 62, derde lid, voormeld, kan slechts worden weerlegd door een sluitend tegenbewijs. Het feit dat er twijfel bestaat, volstaat niet om dat tegenbe-wijs te leveren.

9. Het bestreden vonnis stelt vast dat de eiser als bestuurder van een perso-nenwagen werd geflitst met een snelheid van 82 km per uur, die naar 76 km per uur werd herleid, terwijl er ter plaatse slechts 70 km per uur mag gereden worden en dat hij om uiteenlopende redenen de geldigheid van de vaststellingen betwist. Het oordeelt dat er twijfel bestaat en spreekt de eiser om die reden vrij van de te-lastlegging. Aldus miskent het bestreden vonnis de bijzondere bewijswaarde van de vaststellingen bedoeld in artikel 62, derde lid, Wegverkeerswet.

Het onderdeel is gegrond.

Overige onderdelen

10. De onderdelen kunnen niet leiden tot cassatie zonder verwijzing en behoe-ven bijgevolg geen antwoord.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden vonnis.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde vonnis.

Laat de kosten ten laste van de Staat.

Verwijst de zaak naar de correctionele rechtbank te Brussel, rechtszitting houdend in hoger beroep.

Bepaalt de kosten op 99,18 euro.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 10 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Vaststelling door een automatisch werkend toestel

  • Bijzondere bewijswaarde

  • Twijfel