- Arrest van 10 december 2013

10/12/2013 - P.13.1348.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijke behandeling van de zaak, vereist dat de beslissing die ter gelegenheid van de regeling van de rechtspleging een einde stelt aan de strafvordering, de voornaamste redenen vermeldt tot staving van die beslissing, ongeacht of er een conclusie is ingediend; de burgerlijke partij moet in staat zijn die beslissing te begrijpen (1). (1) Cass. 16 mei 2012, AR P.12.0112.F, AC 2012, nr. 310; Cass. 12 sept. 2012, AR P.12.0544.F, AC 2012, nr. 458.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1348.N

A D M,

burgerlijke partij,

eiser,

vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

tegen

C L J H,

inverdenkinggestelde,

verweerster,

vertegenwoordigd door mr. Beatrix Vanlerberghe, advocaat bij het Hof van Cas-satie.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, ka-mer van inbeschuldigingstelling, van 20 juni 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Erwin Francis heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Middel

Tweede onderdeel

1. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6.1 EVRM: de andere rede-nen dan het gebrek aan bedrieglijk opzet waarop het arrest steunt om de verweer-ster buiten vervolging te stellen, maken slechts algemene overwegingen uit die de eiser niet in staat stellen de redenen te kennen die de appelrechters tot hun beslis-sing hebben gebracht; aldus beantwoordt het arrest niet aan de vereisten van een eerlijke behandeling van de zaak.

2. Het door artikel 6.1 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijke behandeling van de zaak, vereist dat de beslissing die ter gelegenheid van de regeling van de rechtspleging een einde stelt aan de strafvordering, de voornaamste redenen ver-meldt tot staving van die beslissing, ongeacht of er een conclusie is ingediend. De burgerlijke partij moet in staat zijn die beslissing te begrijpen.

3. Het arrest bevestigt de beroepen beschikking die oordeelt dat er geen reden is tot vervolging van de verweerster wegens de telastleggingen A, B en C. Het neemt daartoe de redenen over van de schriftelijke vordering van de procureur-generaal, die zelf verwijst naar de redenen van de beroepen beschikking en die overneemt. Aldus vermeldt het arrest tot staving van de buitenvervolgingstelling de volgende redenen:

- de eiser brengt in besluiten en pleidooien een aantal feitelijkheden naar voor die echter niet worden gestaafd door het gevoerde onderzoek;

- het is niet zo dat het minste bezwarend element de verwijzing tot gevolg moet hebben;

- een minieme hoeveelheid bezwarend materiaal volstaat niet;

- er is een gebrek aan bedrieglijk opzet ("stuk 5 en attest fod Sociale Zekerheid dd. 20.12.2011 - kaft 9 briefwisseling");

- gelet op de resultaten van het gevoerde strafonderzoek is het hoogst onaanne-melijk dat de vonnisrechter op basis van de verzamelde elementen tot een schuldigverklaring zou komen.

4. Aldus vermeldt het arrest met betrekking tot de telastleggingen A (valsheid in geschriften en gebruik) en B (misbruik van vertrouwen) de voornaamste rede-nen tot staving van die beslissing tot buitenvervolgingstelling, maar niet met be-trekking tot de telastlegging C (valse eed bij boedelbeschrijving), wanbedrijf dat geen bedrieglijk opzet vereist. Met de vermelde redenen is de eiser niet in staat te begrijpen waarom voor de telastlegging C een buitenvervolgingstelling werd be-volen.

Het onderdeel is in zoverre gegrond.

Eerste onderdeel

5. Dit onderdeel dat niet kan leiden tot ruimere cassatie of cassatie zonder verwijzing, behoeft geen antwoord.

Omvang van de cassatie

6. De cassatie van de beslissing tot buitenvervolgingstelling met betrekking tot de telastlegging C leidt tot de cassatie van de beslissing waarbij de eiser werd ver-oordeeld tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding en de kosten.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt het bestreden arrest in zoverre het voor de telastlegging C oordeelt dat er geen grond is tot vervolging van de verweerster en het de eiser veroordeelt tot het betalen van een rechtsplegingsvergoeding en de kosten.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.

Verwerpt het cassatieberoep voor het overige.

Veroordeelt de eiser tot twee derden van de kosten.

Veroordeelt de verweerster tot het overige derde.

Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent, kamer van inbe-schuldigingstelling, anders samengesteld.

Bepaalt de kosten op 134,66 euro waarvan 99,66 euro verschuldigd is.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 10 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Recht op een eerlijke behandeling van de zaak

  • Strafzaken

  • Onderzoeksgerechten

  • Regeling van de rechtspleging

  • Beslissing die een einde stelt aan de strafvordering

  • Motiveringsplicht