- Arrest van 10 december 2013

10/12/2013 - P.13.1539.N

Rechtspraak

Samenvatting

Samenvatting 1
Uit artikel 19ter Wet Bescherming Maatschappij volgt dat de beslissing tot weigering van overbrenging van een geïnterneerde naar een andere inrichting, die slechts een uitvoeringsmodaliteit is van de internering, niet vatbaar is voor cassatieberoep (1). (1) Cass. 2 juni 2009, AR P.09.0586.N, AC 2009, nr. 367; Cass. 2 juni 2009, AR P.09.0735.N, AC 2009, nr. 368; Cass. 20 dec. 2011, AR P.11.1912.N, AC 2011, nr. 698.

Arrest - Integrale tekst

Nr. P.13.1539.N

S M P,

geïnterneerde,

eiser,

met als raadsman mr. Peter Verpoorten, advocaat bij de balie te Turnhout.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

Het cassatieberoep is gericht tegen de beslissing van de hoge commissie tot be-scherming van de maatschappij van 8 augustus 2013.

De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

Raadsheer Filip Van Volsem heeft verslag uitgebracht.

Eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger heeft geconcludeerd.

II. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

1. Krachtens artikel 19ter Wet Bescherming Maatschappij kan cassatieberoep worden ingesteld tegen een door de hoge commissie tot bescherming van de maat-schappij genomen beslissing die de beslissing tot afwijzing van het verzoek tot in-vrijheidstelling van de geïnterneerde bevestigt of die het verzet van de procureur des Konings tegen de beslissing tot invrijheidstelling van de geïnterneerde ge-grond verklaart.

Uit die bepaling volgt dat de beslissing tot weigering van eisers overbrenging naar een andere inrichting, die slechts een uitvoeringsmodaliteit is van de internering, niet vatbaar is voor cassatieberoep.

In zoverre ook tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep niet ontvanke-lijk.

Middel

2. Het middel voert schending aan van artikel 5 EVRM en artikel 149 Grond-wet: de beslissing voldoet niet aan de uit die bepalingen voortvloeiende motive-ringsverplichting; de eiser had in zijn appelconclusie ter staving van zijn verweer dat de strafinrichting te Merksplas geen aan de geestesziekte van de eiser aange-paste instelling is, concrete feitelijke elementen aangevoerd; de beslissing die op dit punt enkel vaststelt dat de eiser is opgesloten in aan zijn geestesziekte aange-paste omstandigheden in afwachting van een opname in een voor hem geschikte inrichting, antwoordt niet op die concrete feitelijke gegevens.

3. De beslissingen van de commissies tot bescherming van de maatschappij en van de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij zijn geen vonnissen in de zin van artikel 149 Grondwet.

In zoverre het middel schending van die grondwetsbepaling aanvoert, faalt het naar recht.

4. Uit de artikelen 16, 19bis en 28 Wet Bescherming Maatschappij die voor de commissie en de hoge commissie een tegensprekelijk debat organiseren, volgt dat zij hun beslissingen met redenen moeten omkleden, wat inhoudt dat zij conclusies dienen te beantwoorden.

5. Volgens artikel 5.1 EVRM mag niemand van zijn vrijheid worden beroofd, behalve onder meer in het geval van een rechtmatige gevangenhouding van een geesteszieke en dit langs wettelijke weg.

Volgens artikel 5.4 EVRM heeft eenieder die door gevangenhouding van zijn vrijheid is beroofd het recht voorziening te vragen bij de rechter opdat deze op korte termijn beslist over de wettigheid van zijn gevangenhouding en zijn invrij-heidstelling beveelt, indien de gevangenhouding onrechtmatig is.

De commissies tot bescherming van de maatschappij en de hoge commissie tot bescherming van de maatschappij zijn de nationale instanties die een geïnterneerde daadwerkelijke rechtshulp kunnen bieden om hem te beschermen tegen een schending van artikel 5.1 EVRM.

Zij oordelen onaantastbaar of een instelling waar een geïnterneerde verblijft, aan-gepast is aan zijn geestesziekte.

6. De eiser heeft in zijn appelconclusie aangevoerd dat hij al meer dan veertien jaar sinds zijn internering en meer dan tweeënhalf jaar sinds zijn wederopsluiting verblijft in de gevangenis in opsluitingsomstandigheden die niet aangepast zijn aan zijn geestesziekte. Hij heeft daarbij verwezen naar het verslag van de commissie van toezicht bij de strafinrichtingen te Turnhout en Merksplas, waarin zou zijn aangegeven dat het kader van psychiaters en psychologen onderbemand is, dat er te weinig personeel is, dat de geïnterneerden het grootste slachtoffer zijn van de PSD-problematiek en dat de zorg, zo die er al is, het grootste probleem vormt.

7. De hoge commissie die dit verweer enkel beantwoordt met de vaststelling dat de eiser is opgesloten in aan zijn geestesziekte aangepaste omstandigheden in afwachting van een opname in een voor hem geschikte inrichting, miskent de op haar rustende motiveringsverplichting.

Het middel is gegrond.

Omvang van de cassatie

8. De hierna uit te spreken cassatie van de beslissing over eisers invrijheidstel-ling brengt ook de cassatie mee van de weigeringsbeslissing hem over te brengen naar een andere instelling, ook al is het cassatieberoep daartegen onontvankelijk, wegens het nauwe verband tussen de beide beslissingen.

Dictum

Het Hof,

Vernietigt de bestreden beslissing.

Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van de vernie-tigde beslissing.

Verwijst de zaak naar de hoge commissie voor de bescherming van de maat-schappij, anders samengesteld.

Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, tweede kamer, samengesteld uit afdelingsvoorzitter Paul Maffei, als voorzitter, en de raadsheren Luc Van hoogenbemt, Filip Van Volsem, Antoine Lievens en Erwin Francis, en op de openbare rechtszitting van 10 december 2013 uitgesproken door afdelingsvoorzitter Paul Maffei, in aanwezigheid van eerste advocaat-generaal Patrick Duinslaeger, met bijstand van griffier Frank Adriaensen.

F. Adriaensen

E. Francis A. Lievens

F. Van Volsem L. Van hoogenbemt P. Maffei

Vrije woorden

  • Beslissingen uit hun aard niet vatbaar voor cassatieberoep

  • Internering

  • Hoge Commissie tot Bescherming van de Maatschappij

  • Beslissing tot weigering van overbrenging van een geïnterneerde naar een andere inrichting

  • Aard